Programma Onderwijs

Algemeen

Maatschappelijk effect

In het programma Onderwijs werken we samen met ouders, schoolbesturen en kinderopvangaanbieders aan goede opvang- en onderwijsvoorzieningen in de stad, die de talentontwikkeling van Nijmeegse kinderen bevorderen.
We streven naar adequate en kwalitatief goede schoolgebouwen, met een evenwichtige  spreiding over de stad, passend bij de demografische ontwikkelingen in stad en regio.

We willen dat  de Nijmeegse jonge kinderen van kwalitatief goede en veilige voorschoolse voorzieningen gebruik kunnen maken, die minimaal voldoen aan de wettelijke eisen. Dit aanbod van voorschoolse voorzieningen moet toegankelijk zijn en voldoende divers, zodat ouders kunnen kiezen. We willen dat jonge kinderen met lage startkansen extra educatief aanbod krijgen zodat ze voldoende toegerust zijn om een goede start te kunnen maken op de basisschool.

We streven naar gemengde, brede basisscholen, voor kinderen van 0-12, met doorlopende ontwikkelings- en zorglijnen. Het schoolse en buitenschoolse aanbod op de brede scholen sluit aan bij de behoeften en talenten van kinderen en ouders. We streven naar gelijke kansen voor kinderen in het basis- en voortgezet onderwijs.

We willen dat jongeren goed voorbereid de arbeidsmarkt kunnen betreden. Dit betekent dat alle jongeren het onderwijs verlaten met een diploma, zo mogelijk een startkwalificatie, diploma HAVO of MBO niveau 2.

Zorgplicht onderwijshuisvesting

Wat willen we bereiken?

Wij willen kwalitatief goede onderwijshuisvesting. Voor het basisonderwijs geldt dat wij brede scholen willen realiseren, centraal gelegen in de wijk, goed bereikbaar voor ouders en kinderen uit de wijk.  Voor het voortgezet onderwijs willen we dat er in elk stadsdeel minimaal één voorziening voor voortgezet onderwijs is, waarbij ook voor het VMBO een goede spreiding over de stad wenselijk is.

Zorgplicht onderwijshuisvesting en doordecentralisatie
In 2008 is een groot gedeelte van de onderwijshuisvesting in Nijmegen, met name in de bestaande stad, doorgedecentraliseerd. De gemeente heeft nog wel de zorgplicht voor de scholen Kristallis, Tarcisius en Hidaya. Voor Nijmegen Noord geldt dat De Geldershof, De Verwondering en het Citadel College (zonder de VMBO-locatie) zijn doorgedecentraliseerd; basisscholen het Talent en de Oversteek zijn niet doorgedecentraliseerd. Bij de school Kleurrijk zijn de leerlingen doorgedecentraliseerd. Het schoolbestuur huurt de school die gevestigd is in het voorzieningenhart ’t Hert in Willemskwartier.

Bij de doordecentralisatie is de gezamenlijke ambitie uitgesproken, om binnen 40 jaar 70%  van de bestaande scholen te vervangen door nieuwbouw en 30% te renoveren, evenwichtig verspreid over de stad en passend bij de ontwikkeling van leerlingenaantallen.  Bij de start van de doordecentralisatie is afgesproken om elke vijf jaar de ontwikkeling van de doordecentralisatie te evalueren. Het is de bedoeling de eindrapportage van de eerste evaluatie vast te stellen in januari 2014.

Wat hebben we bereikt?

In 2014 zijn we doorgegaan met de ondersteuning van de brede schoolvoorzieningen binnen de bestaande locaties voor basisonderwijs. Daarbij streven we naar gemengde, brede basisscholen voor kinderen van 0-12 met doorlopende ontwikkelings- en zorglijnen. Er zijn inmiddels 18 brede scholen gerealiseerd.

In het voortgezet onderwijs is er in elk stadsdeel minimaal één voorziening voor voortgezet onderwijs is. De ontwikkelingen binnen het VMBO volgen we op de voet.

De wettelijke zorgplicht voor onderwijshuisvesting wordt door de schoolbesturen volgens de doordecentralisatieovereenkomsten uitgevoerd. Evaluatie van deze overeenkomsten heeft plaats gevonden in 2013. In februari 2014 zijn de resultaten hiervan gepresenteerd. De belangrijkste conclusie is dat de afgelopen jaren veel is bereikt. Zowel wat betreft de huisvesting, als op de inhoudelijke prestatieafspraken. In totaal is 16% van de totale oppervlakte van de doorgedecentraliseerde scholen de afgelopen jaren vernieuwd. Er zijn sinds de invoering van de doordecentralisatie in 2008 een 20-tal projecten van nieuwbouw en renovatie van schoolgebouwen gerealiseerd of onderhanden. Met de niet-doorgedecentraliseerde schoolbesturen is steeds overleg gevoerd over het op peil houden van de huisvestingsvoorzieningen. Tegelijkertijd constateren we een aantal aandachtspunten in de uitvoering van de overeenkomst. Samen met het onderwijs starten we in 2015 het gesprek om op basis van de evaluatie doordecentralisatie te komen tot een herijking van de doordecentralisatie.

De effecten van de hierboven beschreven uitname uit het gemeentefonds voor onderwijshuisvesting zijn vertaald naar de onderzoeksopdracht Onderwijs en Jeugd. In 2014 hebben we hierover intensieve gesprekken gevoerd met het Primair Onderwijs en het Voortgezet Onderwijs. . We zijn ervan overtuigd dat met de gevolgde aanpak het maximale financiële resultaat hebben behaald zónder dat belangrijke functies voor de leerlingen in de stad verloren zijn gegaan. Het resultaat van deze gesprekken is dat er door de schoolbesturen voorstellen zijn gedaan voor bezuinigingen ter grootte van € 1,55 miljoen. Deze voorstellen bieden voldoende aanknopingspunten voor een structureel vervolg. Functiebehoud op alle onderdelen is hierbij steeds het uitgangspunt.

We realiseren ons dat hiermee niet de gehele taakstelling van de onderzoeksopdracht wordt ingevuld. Meer bezuinigingen, bovenop de al ingeboekte bezuinigingen uit de perspectiefnota 2013  zou echter betekenen dat belangrijke basisfuncties verloren gaan. Wij vinden dit ongewenst en zullen daarom in 2015 met een voorstel voor de resterende financiële taakstelling komen. Vervolgstap is dat deze bezuinigen in 2015 worden geeffectueerd en we vervolgens in gesprek gaan over de evaluatie van de doordecentralisatie en het herijken van de overeenkomst doordecentralisatie met als doel deze toekomstbestendig te maken.

In 2014 is tenslotte een voorstel voor wetswijziging aangenomen. Hierdoor komt de verantwoordelijkheid voor het buitenonderhoud van scholen voor Primair Onderwijs bij de schoolbesturen te liggen. We hebben besprekingen gevoerd met de PO-schoolbesturen over de gevolgen voor de vergoeding doordecentralisatie en huurovereenkomsten en de uitvoering daarvan. In 2015 besluiten we over de uitvoering van de te nemen maatregelen.

Indicatoren

Zorgplicht onderwijshuisvesting

Realisatie 2013

Doelstelling 2014

Realisatie 2014

1.1 Totaal bedrag uitbetaalde doordecentralisatievergoedingen

€ 14,7 mln

€ 15,0 mln

€ 14,9 mln

1.2 % Gerealiseerde nieuwbouwscholen die zijn gedoordecentraliseerd

7,9 %

19,2 %

16%

1.3 Aantal gerealiseerde nieuwbouwscholen Nijmegen-Noord

1

2

1

1.4 % Uitbreidingen/renovaties

7,5 %

10,1 %

7,5%

Wat hebben we ervoor gedaan?

Realisatie niet-doorgedecentraliseerde onderwijshuisvesting:
Bij de Islamitische basisschool hebben we middelen beschikbaar gesteld voor onderhoud aan de bestaande school en uitbreiding met twee semipermanente groepslokalen. De uitbreiding is gestart in 2014 en komt in 2015 gereed.

Bij Kristallis hebben we gesprekken gevoerd over de huisvesting in de bestaande locatie aan de Scherpenkampweg en Hatertseweg 400. We verkennen gezamenlijk een aantal opties, die we vervolgens uitwerken op inhoudelijke en financiële consequenties. Besluitvorming hierover volgt in 2015.

Realisatie doorgedecentraliseerde huisvesting
In 2014 zijn de volgende scholen gerealiseerd:

  • vervangende nieuwbouw van de twee locaties van basisschool Aquamarijn in het Voorzieningenhart Waterkwartier;
  • de nieuwbouw van basisschool De Verwondering in Lent-oost;
  • de vervangende nieuwbouw van het Mondial College in Lindenholt noord
  • Eerste fase Montessori College aan de Kwakkenbergweg is gereed. De tweede fase is gestart en zal medio 2015 gereed komen.
  • Tevens is de nieuwbouw van het PRO College aan de Dennenstraat én het Canisius College aan de Berg en Dalseweg in 2014 gestart. De nieuwbouw van deze scholen zullen in 2015 gereed komen.

Onderzoeksopdracht Onderwijs & Ondersteuning Jeugd
In 2014 hebben we intensieve gesprekken gevoerd met het Primair Onderwijs en het Voortgezet Onderwijs over de onderzoeksopdracht Onderwijs & Ondersteuning Jeugd. De grootste uitdaging was om te komen tot afspraken over bezuinigingsmogelijkheden, steeds met functiebehoud op alle onderdelen als uitgangspunt. De financiële opgave op het gebied van onderwijshuisvesting is hierbij primair als zoekrichting gehanteerd. Al snel werd duidelijk dat niet het gehele te bezuinigen bedrag uit het budget voor onderwijshuisvesting gerealiseerd kon worden, omdat de taken en middelen voor het grootste deel zijn doorgedecentraliseerd middels een privaatrechtelijke overeenkomst en veelal vastzitten in kapitaallasten, contractvoorwaarden, heffingen, etc. We zijn daarom samen met de schoolbesturen op zoek gegaan naar slimme combinaties op die onderdelen waar we een gezamenlijk belang en/of gedeelde verantwoordelijkheid hebben.

Stimuleren ontwikkelingskansen

Wat willen wij bereiken?

Wij bevorderen ontwikkelingskansen van kinderen en volwassenen op het gebied van taal  en op voorzieningenniveau.

  • Voorschoolse periode
    We willen dat alle kinderopvang en peuterarrangementen voldoen aan de wettelijke kwaliteitseisen. We zorgen voor een goed gespreid, voldoende divers en financieel toegankelijk  aanbod van peuterarrangementen voor alle 2- en 3 jarigen in Nijmegen. We streven naar 100% bereik van 2- en 3 jarigen met een lage startkans met een VVE-programma. We streven naar een algehele verbetering van de pedagogisch-didactische kwaliteit in de voorschoolse voorzieningen, met name in de VVE locaties. We willen een goede aansluiting van de voorschoolse voorzieningen op het basisonderwijs.
  • Basisonderwijs
    Jaarlijks krijgen 200 leerlingen extra taalstimulering via een schakelklas. We streven ernaar dat in 2015 25 basisscholen in Nijmegen brede school zijn. We bevorderen dat kinderen een basisschool in de eigen wijk bezoeken, waarbij we ernaar streven dat 80% van de kinderen een basisschool bezoekt die niet meer dan 300 meter verder van hun huis ligt dan de dichtstbijzijnde school.
  • Voortgezet Onderwijs
    Scholen die deelnemen aan het onderwijsachterstandenbeleid besteden systematisch aandacht aan de taalontwikkeling van leerlingen. Daarnaast is er aanbod van schakelklassen voor 80 leerlingen, waar leerlingen met taalachterstand (o.a. nieuwkomers) tijdelijk worden opgevangen.
  • Het gemiddeld aandeel niet-westerse allochtone leerlingen in het derde leerjaar havo/vwo stijgt naar 38 %, waarbij wij ons realiseren dat er verschillen zijn tussen de verschillende etnische groepen.
  • Leerlingenvervoer
    Het leerlingenvervoer wordt conform het contract uitgevoerd en naar tevredenheid van ouders, leerlingen en scholen. We streven ernaar dat 95% van de ouders het leerlingenvervoer een ruime voldoende (7,5) geeft.
  • Voorlichting seksuele diversiteit
    Op álle scholen in Nijmegen, zowel basisscholen, scholen voor voortgezet onderwijs en het ROC,  wordt voorlichting gegeven over seksuele diversiteit  en de voorlichting wordt met de jaren steeds verder geïntensiveerd.  
  • Volwasseneneducatie
    Wij zullen in goed overleg met het ROC blijven streven naar een goed bereik van doelgroepen, waarbij het accent net als de afgelopen jaren zal liggen op laaggeletterdheid. In 2013 verwachten wij een samenwerkingsovereenkomst tussen de vrijwilligersorganisaties die taalondersteuning aanbieden en het ROC te kunnen presenteren, gericht op een groter bereik van de doelgroep laaggeletterden.

Wat hebben we bereikt?

Voorschoolse periode
We hebben stevig ingezet op het bereiken van 100% van de peuters met een VVE programma. Dit is bereikt door instandhouding van aanbodsubsidiëring voor 16 VVE-locaties en beschikbaarstelling van een VVE-subsidie voor reguliere kinderdagverblijven en peuterarrangementen. Kinderopvangaanbieders die VVE subsidie ontvangen dienen een VVE-programma aan te bieden dat door het Nederlands Jeugdinstituut is erkend als effectief instrument. Daarmee hebben we de kwaliteit van het aanbod in 2014 verder verhoogd. De Inspectie van het Onderwijs heeft positief geoordeeld over de kwaliteit van VVE in onze gemeente. We hebben de financiële toegankelijkheid van voorschoolse voorzieningen geborgd door ouders die daarvoor in aanmerking kwamen de mogelijkheid te bieden gebruik te maken van onze subsidieregeling ‘peutertoeslag’.

Basisonderwijs
Net als in 2013 hebben we het aantal schakelklassen uitgebreid, omdat we het ambitieniveau hebben verhoogd in G33 verband. Het gaat in 2014 in  totaal om 40 schakelklassen in het primair onderwijs, waarbij 500 kinderen extra ondersteuning kregen op het gebied van taal. Met betrekking tot de doelstelling om kinderen in de eigen wijk (binnen 300 m) naar school te laten gaan, hebben we het volgende bereikt:

2011-2012

2012-2013

2013-2014

Dichtbijzijnd

50%

50%

50%

Maximaal 300 m verder

19%

19%

18%

Meer dan 300 m verder

31%

31%

32%

In totaal 68% van alle Nijmeegse basisschoolleerlingen gaat naar een school die niet meer dan 300 m verder weg is van hun woonadres dan de dichtstbijzijnde school.

Voortgezet Onderwijs
Scholen die deelnemen aan het onderwijsachterstandenbeleid hebben systematisch aandacht besteed aan de taalontwikkeling van leerlingen. De subsidie voor het onderwijsachterstandenbeleid wordt voor een belangrijk deel ingezet voor de Internationale Schakelklas VO, waar voor 120 leerlingen met taalachterstand (nieuwkomers en vluchtelingen) een stimuleringsprogramma wordt aangeboden en waar zij kennis maken met de Nederlandse cultuur. De subsidie voor het ISK zal bij de bezuinigingen als gevolg van de uitkomsten van de onderzoeksopdracht Onderwijs & Ondersteuning Jeugd worden ontzien.

Passend onderwijs
Wij volgen de ontwikkelingen op het gebied van passend onderwijs nauwlettend en zorgen samen met de onderwijspartijen voor een goede afstemming met de transitie van de Jeugdzorg en Awbz. Onze inzet is om zorg en ondersteuning zoveel mogelijk in samenhang in te zetten volgens het principe ‘één kind, één gezin, één plan’. Dit vraagt om afstemming en concretisering van datgene wat de onderwijsbesturen en de gemeente, ieder vanuit hun eigen verantwoordelijkheid, bieden aan zorg en ondersteuning. Er is een duidelijke relatie met het programma Zorg & Welzijn, waarbinnen de subsidies worden verleend voor onder andere het schoolmaatschappelijk werk, de ondersteuning van de Zorg Advies Teams op de scholen en hun relatie met de sociale wijkteams.

In 2014 is conform de vereisten uit de Wet passend onderwijs en de Jeugdwet op twee momenten Op Overeenstemming Gerichte Overleggen (OOGO) met de samenwerkingsverbanden passend onderwijs. Als resultaat zijn ondersteuningsplannen van de samenwerkingsverbanden en de jeugdplannen van de betrokken gemeenten vastgesteld. De bestuurders hebben een gezamenlijke ontwikkelagenda vastgesteld over onderwerpen als leerplicht, thuiszitters, participatie, leerlingenvervoer en dyslexie. Ook zijn er afspraken gemaakt over de uitgangspunten die gelden bij het toeleiden naar zorg en ondersteuning. Dit is een belangrijke stap om de ondersteuning op school en thuis beter op elkaar af te stemmen. Voor het speciaal (voortgezet en basis-) onderwijs gelden specifieke uitwerkingsacties, die in 2015 moeten worden uitgevoerd. Andere uitwerkingsacties die in 2014 zijn uitgevoerd, zijn:

  • het concretiseren van de door de gemeente gefinancierde basisfuncties (waaronder leerplicht, jeugdgezondheidszorg en schoolmaatschappelijk werk) die voor de scholen beschikbaar zijn, en
  • er is een overzicht opgesteld met de contactgegevens van alle sociale (wijk)teams in Nijmegen en de regio.

Innovatie agenda iedereen heeft talent
In 2014 is de Innovatieagenda iedereen heeft talent afgerond, een coproductie met onze partners vanuit het onderwijs en de kinderopvang. De ambities uit de agenda hebben tot doel om met een ontwikkelingsgerichte aanpak alle kinderen en jongeren de mogelijkheid te bieden zich optimaal te ontwikkelen tot veelzijdige, sociale en verantwoordelijke burgers. Dit sluit aan bij de ambities van de gemeente. Wij hebben dan ook ingestemd met de innovatie-agenda en laten daarmee onze waardering zien voor de samenwerking en commitment van het gehele Nijmeegse onderwijsveld. Het is van belang dat de ambities uit de innovatie-agenda in 2015 en verder worden geoperationaliseerd en uitgevoerd.

Leerlingenvervoer
In 2014 hebben we de evaluatie van het leerlingenvervoer over de periode 2009-2013 vastgesteld. Uit de evaluatie blijkt dat het percentage ouders dat het taxivervoer als goed heeft beoordeeld flink is gestegen. Tevens is de tevredenheid onder ouders van leerlingen die gebruik maken van het openbaar vervoer en eigen vervoer geëvalueerd. De tevredenheid is groot. In vergelijking tot de vorige evaluatie in 2009 is de waardering voor het taxivervoer flink gestegen: 92% geeft als totaal-oordeel “goed” of “voldoende. Omdat de contracten voor het verzorgen van het leerlingenvervoer per juli 2015 eindigen, is in het najaar van 2014 een start gemaakt met de Europese aanbesteding van het leerlingenvervoer samen met de gemeenten Beuningen en Wijchen. Bij de aanbesteding van het leerlingenvervoer wordt waar mogelijk rekening gehouden met nieuwe ontwikkelingen zoals passend onderwijs en verkenningen naar (stads)regionaal doelgroepenvervoer.

Voorlichting seksuele diversiteit
Via het project SchoolsOUT van de GGD worden contacten onderhouden met alle scholen in Nijmegen: de groepen 7 en 8 van het basisonderwijs, het voortgezet onderwijs en het ROC. SchoolsOUT heeft de scholen ondersteund en geïnspireerd om blijvend aandacht te besteden aan het onderwerp en het bespreekbaar maken van verschillen in de seksuele identiteit, waardoor de sociale acceptatie wordt bevorderd. Op de landelijke Regenboogstedenbijeenkomst in Nijmegen in oktober is SchoolsOUT als voorbeeld gepresenteerd aan collega regenboogsteden.

Volwasseneneducatie
In 2014 was er een budget beschikbaar om in totaal 484 trajecten volwasseneneducatie in te kunnen zetten. Tot en met het derde kwartaal (30 september) zijn hiervan 278 trajecten gerealiseerd of gestart. Het laatste kwartaal is er een groot aantal inwoners gestart met educatie. Het is de verwachting van ROC Nijmegen als uitvoerende partij dat we het aantal beschikbare trajecten volledig realiseren. Deze cijfers zijn eind januari 2015 bekend.

In het tweede halfjaar is de Wet Educatie en Beroepsonderwijs (WEB) gewijzigd. De wijzigingen hebben gevolgen voor de wijze waarop gemeenten vanaf 2015 volwasseneneducatie inzetten en vormgeven. We krijgen meer beleidsvrijheid. Belangrijkste wijzigingen zijn:

de verplichte inzet van rijksmiddelen bij de Regionale Opleidingscentra (ROC’s) wordt afgebouwd, en
het Rijk keert het budget voor volwasseneneducatie per arbeidsmarktregio aan de contactgemeente uit.

Voor de arbeidsmarktregio ‘Rijk van Nijmegen’ is Nijmegen aangewezen als contactgemeente. We hebben onze rol in dit proces genomen en hebben de samenwerking met de regiogemeenten in de arbeidsmarktregio Rijk van Nijmegen vormgegeven. Samen werken we in 2015 toe naar een goede inzet van middelen in 2016. Voor 2015 kopen we onze educatie nog volledig in bij ROC Nijmegen.

Indicatoren

Stimuleren ontwikkelingskansen

Realisatie 2013

Doelstelling 2014

Realisatie 2014

2.1 % 2/3 jarigen dat deelneemt aan peuterarragementen, vve en kinderopvang

85%

85 %

85%

2.2 % Kindercentra dat voldoet aan wettelijke kwaliteitseisen

-

100 %

92%

2.3 Totaal aantal kinderschakelklas PO en VO

nnb

300

500

2.4 Aantal brede scholen

15

18

18

2.5 % leerlingen naar dichtbije basisschool

69%

76 %

68%

2.6 % ouders dat leerlingenvervoer ruime voldoende geeft

95%

95 %

92%

2.7 Bereik voorlichting seksuele diversiteit

100 %

 60 %

100%

Wat hebben we ervoor gedaan?

Voorschoolse periode
We streven naar een groot bereik van 2- en 3-jarigen met een voorschoolse voorziening. Om de toegankelijkheid te borgen, hebben we sinds 2014 de peutertoeslag en subsidiëren wij de 16 VVE-locaties. Tevens zetten we de GGD in die ouders stimuleert tot deelname aan voorschoolse voorzieningen en kinderen met een taal- en of ontwikkelingsachterstand indiceert voor VVE.

In 2012 hebben we samen met de andere grote gemeenten een bestuursakkoord gesloten met het Rijk, waarin we afspraken hebben gemaakt over verbetering van de kwaliteit van VVE en over uitbreiding van het aantal schakelklassen in het primair onderwijs. In 2014 hebben we, evenals in 2013, hiervoor subsidie verleend aan twee kinderopvangaanbieders die VVE bieden en aan de schoolbesturen in het primair onderwijs. Dit heeft ertoe geleid dat in het schooljaar 2014/2015 onder meer het aantal schakelklassen is uitgebreid, het aantal pedagogisch medewerkers met een VVE scholing is gestegen en het aantal HBO-ers in de voorschool is toegenomen.  

Kinderopvangaanbieders hebben in 2014 gewerkt aan een kwaliteitsconvenant. Dit naar aanleiding van het beleidskader voorschoolse voorzieningen “Grote ambities voor de allerkleinsten”. Door ondertekening van het convenant willen de organisaties van kinderopvang samen met de gemeente en de GGD werken aan optimale kwaliteit van de opvang, waarbij de wettelijke kaders gezien worden als minimale basis. Naar verwachting zal de ondertekening en implementatie in het eerste kwartaal van 2015 plaatsvinden.

Basisonderwijs
We streven naar 25 Brede scholen in 2015. In 2013 zijn de eerste scholen Brede scholen geworden. Er zijn inmiddels 15 Brede Scholen, waar 16 basisscholen deel van uitmaken. De ontwikkeling van integrale kindcentra (de meest ambitieuze vorm van de Brede School) raakt ook onze gemeente. Afgelopen jaar hebben wij met de schoolbesturen gesproken over integrale kindcentra. Er zijn drie van start gegaan. Komend jaar werken wij onze visie op integratie kindcentra uit in relatie tot onze doelstellingen.

Voortgezet Onderwijs
In het kader van het  onderwijsachterstandenbeleid ondersteunen we de scholen met leerlingen met taalachterstanden, en in het bijzonder  de Internationale Schakelklas VO met ca. 120 leerlingen. Daarnaast hebben wij projecten ondersteund voor kinderen in achterstandsituaties, zoals als Playing for Success en de Weekendschool . In het Junior Technovium kunnen e leerlingen kennis maken met de moderne wereld van de techniek en technische beroepen.

Passend Onderwijs
In 2014 is er op twee momenten bestuurlijk op overeenstemming gericht overleg gevoerd ) tussen de  17 betrokken gemeenten en de bestuurders van samenwerkingsverbanden passend onderwijs in regio 25.07. Ter voorbereiding op dit overleg zijn verschillende inhoudelijke werksessies georganiseerd met professionals uit de praktijk van onderwijs en zorg. Ook is intensief geïnvesteerd in het proces van intergemeentelijke en bestuurlijke afstemming, zowel met de wethouders Onderwijs als de wethouders Zorg en Welzijn.

Innovatie-agenda ‘Iedereen heeft talent”.
De innovatie-agenda is tot stand gekomen als coproductie van gemeente, onderwijsveld en kinderopvangorganisaties. Dit onder leiding van een stuurgroep, waarbij de gemeente met name een faciliterende rol heeft gespeeld. Dit is logisch omdat een groot deel van de inhoudelijke punten in de innovatieagenda vallen onder de verantwoordelijkheid van het onderwijs en de kinderopvang. Op 10 februari 2014 zijn de ambities uit de innovatie-agenda gepresenteerd tijdens een onderwijsconferentie. In 2015 zal de huidige stuurgroep blijven bestaan.

Leerlingenvervoer
In 2013 is het leerlingenvervoer geëvalueerd;  92% van de ouders gaven het leerlingenvervoer een ruime voldoende. Wij willen dit graag zo houden. Om die reden worden de aanbevelingen en reacties uit de evaluatie meegenomen in de aanbesteding van het leerlingenvervoer m.i.v. augustus 2015.

Voorlichting seksuele diversiteit
Wij ondersteunen SchoolsOUT van de GGD. In dit project worden scholen gestimuleerd en ondersteund in het bespreekbaar maken van seksuele diversiteit en het bevorderen van de acceptie van LHBT-ers. Dat gebeurt in de hoogste klassen van het basisonderwijs, het voortgezet onderwijs en op het ROC

Volwasseneneducatie
Het goed bereiken van de doelgroep stond centraal. Dit doel is bereikt, gelet op de verwachting dat alle voor 2014 beschikbare trajecten ook benut zijn. Het ROC Nijmegen heeft door middel van voorlichting en contacten met de gemeente gewerkt aan een beter bereik. De aanpak van laaggeletterdheid stond hierin voorop. We hebben samen met ROC Nijmegen binnen de afdeling Werk een pilot uitgevoerd om laaggeletterdheid bij werkzoekenden die zich bij de gemeente melden, te herkennen en indien nodig, door te geleiden naar volwasseneducatie bij ROC Nijmegen. Daarnaast is in samenwerking tussen de afdeling Inkomen en ROC Nijmegen een cursus tot stand gekomen die inwoners ondersteunt bij het gebruik maken van de digitale omgeving van de gemeente, onder meer voor het aanvragen van een uitkering of inkomensondersteuning.

In 2014 hebben ROC Nijmegen en Step (voorheen IVC-Intercity) de gesprekken met elkaar hervat om de samenwerking rond taalondersteuning vorm te geven. Dit proces lag in 2013 stil vanwege de fusie van IVC en Intercity,  die van beide organisaties veel aandacht vroeg.

In februari 2014 is het Bondgenootschap Laaggeletterdheid regio Nijmegen gestart. De gemeente Nijmegen levert hiervoor een regiomanager. Het doel van dit bondgenootschap is bekendheid geven aan het maatschappelijk probleem van laaggeletterdheid, communicatie vereenvoudigen en laaggeletterden doorverwijzen naar volwasseneducatie. Op dit moment zijn er ruim 30 bondgenoten bestaande uit gemeenten, welzijnsinstellingen, onderwijsinstellingen, gezondheidszorg en bedrijfsleven.

Bestrijden voortijdig schoolverlaten

Wat willen wij bereiken?

Wij streven naar zo min mogelijk voortijdig schoolverlaters in het Voortgezet Onderwijs (VO) en in Middelbaar Beroeps Onderwijs (MBO). We blijven aansluiten bij de landelijke ambitie en hebben samen met de scholen voor onze RMC-regio een nieuw regionaal convenant afgesloten met het Rijk voor de periode 2012-2015.

Wat hebben we bereikt?

In 2014 hebben we ons gezamenlijk met de onderwijsinstellingen ingezet voor het verlagen van het aantal vsv-ers. Op basis van voorlopige cijfers over schooljaar 2013-2014 blijkt dat het aantal vsv-ers in de subregio Nijmegen met 13% is gedaald van 543 naar 473. Ook in de gehele RMC-regio Arnhem-Nijmegen is het aantal vsv-ers gedaald (4%). Voor het ROC Nijmegen als geheel geldt dat er sprake is van een daling van 14% in schooljaar 2013-2014.  De gezamenlijke inzet van de onderwijsinstellingen en gemeente werpt  zijn vruchten af. De in 2013 ingezette daling van vsv op het MBO lijkt hiermee door te zetten. De definitieve cijfers verschijnen medio 2015. De indicatoren betreffen de doelstelling en realisatie van schooljaar 2012-2013, aangezien dit de definitieve cijfers zijn.

Indicatoren

Stimuleren ontwikkelingskansen

Realisatie 2013

Doelstelling 2014

Realisatie 2014

3.1 % VSVers in het VO

1,0

1,0

0,5

3.2 % VSVers op het MBO

12,5

7,5

7,6

3.3 % VO Onderbouw

1,0

0,1

3.4 % Vmbo bovenbouw

4,0

1,6

3.5 % Havo/Vwo bovenbouw

0,5

0,6

3.6 % Mbo niveau 1

32,5

37,4

3.7 % Mbo niveau 2

13,5

12,9

3.8 % Mbo niveau 3/4

4,25

5,0

Toelichting: Realisatie 2014 betreft de definitieve cijfers van het schooljaar 2012-2013.

Wat hebben we ervoor gedaan?

In 2014 hebben we ons samen met de onderwijsinstellingen ingezet om het aantal vsv-ers terug te dringen. Op grond van voorlopige cijfers kunnen we stellen dat we daarin stappen maken. Maar we zijn er nog niet. De ingezette maatregelen op het MBO zullen op de langere termijn hun effect op het verder verlagen van het aantal vsv-ers moeten aantonen.

We hebben met VO en MBO ook gesproken over de ontwikkelingen als passend onderwijs, de invoering van de Entree-opleiding op het MBO, de transitie van de jeugdzorg en invoering van de participatiewet. Bij passend onderwijs hebben we afspraken kunnen maken over de aansluiting van de interne zorgstructuur van de school op de externe zorgstructuur, zoals het Sociaal Wijkteam. Bij de invoering van de Entree-opleiding hebben we met VO en MBO gesproken over de effecten hiervan voor doelgroepen leerlingen. Om te voorkomen dat leerlingen in de overgang van VO naar MBO tussen wal en schip dreigen te komen, hebben we afgesproken dat er een warme overdracht plaatsvindt tussen onderwijsinstellingen of richting bureau Leerplicht of Jongerenloket. In voorbereiding op de invoering van de Participatiewet hebben we samen met het programma Werk & Inkomen met scholen (met name VSO en Praktijkonderwijs) afspraken gemaakt over wat dit voor hun leerlingen zal betekenen en op welke wijze we deze leerlingen ondersteunen in het vinden van een passende werkplek. Om resultaten structureel te borgen, blijven deze ontwikkelingen ook in 2015 onderwerp van gesprek in (bestuurlijke) overleggen met het onderwijs.

Leerplicht
Over schooljaar 2013-2014 zijn door bureau  Leerplicht 2.383 meldingen ontvangen en afgehandeld. In schooljaar 2012-2013 waren er nog 2.705 meldingen. Dat het aantal meldingen daalt, is volledig toe te schrijven aan een verbeterde administratie door scholen. De scholen hebben hun administraties rond de in- en uitschrijvingen (absoluut verzuim) en ongeoorloofd verzuim (relatief verzuim) beter op orde, waardoor ze deze mutaties op tijd doorgeven. Administratief onjuiste meldingen zijn er dus uitgefilterd. Onder andere de scholenbenadering en verzuimprotocollen hebben bijgedragen in deze ontwikkeling. Het aantal (terechte) meldingen waar de leerplichtambtenaar actie op moet ondernemen, is niet afgenomen.

Met de invoering van Passend Onderwijs verwachtten we een toename van het aantal kinderen dat als ‘thuiszitter’ geregistreerd staat wegens het ontbreken van een passende onderwijsvoorziening. Over het eerste halfjaar van schooljaar 2014-2015 kunnen we nog niet voldoende stellen dat dit ook zo is. Bureau Leerplicht monitort deze ontwikkeling. Zij onderhoudt hierbij het contact met de scholen en spreekt hen aan op hun verantwoordelijkheden. De leerplichtambtenaar denkt hierbij actief mee in het vinden van passende oplossingen.

Binnen het VO zijn schoolbezoeken afgelegd. Doelstelling is om samen met de scholen te werken aan een optimale aanpak van verzuim. Dit doen we enerzijds als onderdeel van onze wettelijke taak, maar vooral ook om scholen te ondersteunen in het versterken van een preventieve aanpak. In 2015 evalueren we deze aanpak met de scholen.

In 2014 zijn de werkzaamheden van het aanjaagteam op ROC Nijmegen voortgezet. Het aanjaagteam heeft als onderdeel van bureau Leerplicht op de locaties van ROC Nijmegen opleidingsteams ondersteund in het verbeteren van de verzuimregistratie. Dit heeft een preventieve werking. Door een vroegtijdige signalering is de onderwijsinstelling beter in staat jongeren te behoeden voor voortijdig schoolverlaten (vsv). Dit heeft medio 2014 geresulteerd in het opstellen van een gezamenlijk verzuimprotocol. Doelstelling voor 2015 is dat ook AOC Helicon hier op aansluit. De werkzaamheden van het aanjaagteam worden tot en met schooljaar 2014-2015 voortgezet.

Ten slotte hebben we medio 2014 samen met de regiogemeenten uit de arbeidsmarktregio ‘Rijk van Nijmegen’ stappen gezet om te komen tot een nieuw regionaal beleidskader Leerplicht. We verwachten dit uiterlijk medio 2015 aan de gemeenteraden ter vaststelling voor te leggen.

Regionaal Meld- en Coördinatiepunt
De RMC-regio Arnhem-Nijmegen is verantwoordelijk voor het beperken van vsv. Binnen de subregio Nijmegen worden de RMC-taken uitgevoerd door het RMC-Trajectbureau op ROC Nijmegen en bij het Regionaal Jongerenloket Nijmegen.

In 2014 hebben het RMC-Trajectbureau, het Regionaal Jongerenloket Nijmegen en bureau Leerplicht Nijmegen gezamenlijk onderzocht op welke wijze de samenwerking tussen partijen versterkt kan worden, zodat we nog beter in staat zijn vsv te voorkomen of toe te leiden richting onderwijs of werk. Dit doen we onder andere door het jaarlijks opstellen van een RMC-werkagenda waarin benoemd wordt welke doelstellingen we nastreven, hoe we deze gaan bereiken en wat dit kost. Deze agenda wordt besproken in de Taskforce Jeugdwerkloosheid en vastgesteld door het Regionaal Portefeuillehoudersoverleg Onderwijs & Jeugd. Deze agenda zal voor schooljaar 2015-2016 voor het eerst opgesteld worden.

Het RMC-Trajectbureau heeft over het schooljaar 2013-2014 760 verzuimmeldingen 18+ ontvangen van jongeren die woonachtig zijn in onze regio. Dit is een daling van 4% ten opzichte van voorgaand schooljaar. We zien dat het aantal verzuimmeldingen van ROC Nijmegen wat daalt. Voorlopige verklaring is dat de verbeterde preventieve aanpak van verzuim binnen de opleidingen aanslaat. Het verzuim wordt door de opleiding eerder gesignaleerd en opgepakt, waardoor minder meldingen bij het RMC-Trajectbureau terecht komen. Vanuit andere ROC's is er juist sprake van een toename van het aantal verzuimmeldingen. Dit betreft met name ROC Rijn-IJssel. Verklaring hiervoor is dat ROC Rijn-IJssel sinds schooljaar 2012-2013 actiever verzuimbeleid heeft. Dit leidt vaak eerst tot een stijging van het aantal meldingen, vóórdat de preventieve aanpak binnen opleidingen in ingebed. Dit moment heeft ROC NIjmegen reeds gehad. Het RMC-Trajectbureau heeft met ROC Rijn-IJssel afspraken gemaakt over het afhandelen van deze meldingen, zodat jongeren snel kunnen worden bediend en dreigende schooluitval mogelijk kan worden voorkomen.

Het Regionaal Jongerenloket heeft in 2014 jaar 839 vsv-ers begeleid. Dit is een daling van 20% ten opzichte van 2013. Toen zijn 1.046 vsv-ers begeleid. Deze daling is te verklaren door de daling van het aantal vsv-ers in het onderwijs. Doordat met name op het MBO het aantal vsv-ers daalt, melden zich ook minder jongeren als vsv-er bij het Jongerenloket. In totaal is 74% van de vsv-ers begeleidt naar een opleiding (41%), werk (12%) of is ingestroomd in de Wajong (11%). De overige 36% wordt momenteel nog begeleid, valt niet meer onder de doelgroep (ouder dan 23jr. of verhuisd), of wordt nog contact mee gezocht.

Flex College
De resultaten van het Flex College monitoren we jaarlijks via een vsv-monitor. Ook over schooljaar 2013-2014 blijkt dat het Flex College wederom van belang is voor overbelaste jongeren. Tegelijkertijd hebben we ervaren dat er ontwikkelingen zijn die de positie van het Flex College beïnvloeden. Zo heeft ROC Nijmegen de AKA-opleidingen bij het Flex College beëindigd. De AKA-opleiding is overgegaan in de Entree-opleiding, die ROC Nijmegen op eigen locaties vormgeeft. Daarmee is ook een einde gekomen aan de samenwerking tussen beide partijen. Daarnaast is er de doelstelling van passend onderwijs om meer jongeren binnen het reguliere onderwijs te houden. Het samenwerkingsverband VO heeft aangegeven de komende jaren te bekijken op welke wijze hierbij de expertise en het aanbod van het Flex College voor jongeren van toegevoegde blijft. Gelet op deze veranderingen, blijven wij ook in 2015 aandacht besteden aan de resultaten en positie van het Flex College, met als doel om jongeren in een kwetsbare positie optimale kansen te blijven bieden.

Financiële gegevens

Onderwijs
* € 1.000
Begroting primitief Begroting dynamisch Rekening 2014 Verschil Bdyn - rek

Financiele lasten per product

Zorgplicht onderwijshuisvesting

18.368

18.429

18.409

20

Stimuleren ontwikkelingskansen

13.804

12.871

12.821

50

Bestrijden voortijdig schoolverlaten

3.090

3.104

3.091

14

Ontwikkelingsgericht jeugdbeleid

Totaal lasten product

35.262

34.404

34.321

83

Financiele baten per product

Zorgplicht onderwijshuisvesting

-67

-67

-54

-12

Stimuleren ontwikkelingskansen

-4.991

-5.086

-6.624

1.538

Bestrijden voortijdig schoolverlaten

-1.139

-1.146

-1.133

-13

Ontwikkelingsgericht jeugdbeleid

Totaal baten product

-6.197

-6.298

-7.811

1.513

Totaal Onderwijs

29.065

28.106

26.510

1.596

Toelichting financiën

Het programma Onderwijs sluit het jaar 2014 af met een positief resultaat van € 1,6 miljoen. Uitgedrukt als percentage van de begroting komt dit neer op een afwijking van 5,7%. Dit positieve resultaat op het programma lichten we hieronder toe.

Toelichting op de lasten
De lasten zijn € 0,1 miljoen lager uitgevallen dan begroot. Dit voordeel bestaat uit diverse niet-significante en derhalve niet nader toegelichte afwijkingen.

Toelichting op de baten
De baten zijn € 1,5 miljoen hoger uitgevallen dan begroot. Dit voordeel is vrijwel volledig veroorzaakt door de vrijval van niet tot inzet gekomen rijksmiddelen ten behoeve van de bestrijding van onderwijsachterstanden. In 2012 en 2013 is de OMBD Onderwijs & Minderheden onder andere gevoed door de specifieke rijksuitkering OAB. Tot en met jaareinde 2013 zijn niet op de voorschool tot inzet gekomen middelen in deze OMBD afgestort in afwachting van beleidsverantwoording via de gemeenterekening (SiSa-bijlage). Inmiddels kunnen we op grond van de van het Ministerie van OC&W ontvangen subsidievaststelling 2013 vaststellen, dat het risico op terugbetaling dan wel aanvullende inzet voor de jaren 2012 en 2013 niet meer aan de orde is. Concluderend kunnen we stellen, dat het per jaareinde 2014 resterende OMBD-saldo van € 1,5 miljoen kan vrijvallen en kan worden ingezet voor andere beleidsdoelen.

Begrotingswijzigingen van primitief naar dynamisch

1073 Onderwijs

bedragen * € 1.000,-

Besl.nivo

Besl.dat.

agendapnt

Baten

Lasten

Saldo

Primitief

6.197

35.262

29.065

Wijzigingen

BW-01339 Voorjaarsnota TW en invest

Raad

11 jun '14

63/2014

101

176

75

BW-01367 Meldingen najaarsnota 2014

Raad

03 dec '14

129/2014

-1.034

-1.034

Totaal Wijzigingen

101

-858

-959

Risico's

  • Het ontstaan van een nieuw bestuur dat voldoet aan de stichtingsnorm waardoor een school gesticht kan gaan worden. Dit kan leiden tot extra kosten die deels ook ten koste gaan van de andere besturen en wellicht leidt tot leerlingenkrimp bij de andere besturen.
  • Huisvesting niet-doorgedecentraliseerd onderwijs blijft verantwoordelijkheid van de gemeente. De Verordening bij deze scholen is nog actief. Dit kan leiden tot kostenclaims en/of leveringsverplichtingen.
  • Onbehoorlijk bestuur openbaar onderwijs; gemeente heeft zorgplicht t.a.v. voortzetting aanbod openbaar onderwijs. In geval van faillissement openbaar onderwijs dient dit voor kosten gemeente voortgezet te worden.
  • Er bestaat een geschil binnen de dossiers Ingroeiregeling onderwijshuisvesting. Hierdoor kan er een nadeel voor de gemeente ontstaan, zowel structureel als eventueel met terugwerkende kracht betalen.
  • Het regeerakkoord 2013 "Bruggen slaan" heeft wijzigingen op het gebied van o.a. onderwijshuisvesting en buitenonderhoud tot gevolg. Ondanks afspraken met de schoolbesturen over structurele bezuinigingen, het herijken van de overeenkomst doordecentralisatie, de doordecentralisatie van het buitenonderhoud en de gemeentelijke garantstelling bij schatkistbankieren kan dit op onderdelen tot kosten voor de gemeente leiden. Rondom het bewegingsonderwijs is er tenslotte veel onduidelijkheid. Er kan een financieel knelpunt ontstaan omdat er taken bijkomen en geen extra geld beschikbaar komt.
  • Vanwege de steeds veranderende woningbouwprognoses en demografische ontwikkelingen in Nijmegen en de omliggende regio is de ontwikkeling van het leerlingenaantal ongewis. De dekking voor de jaarlijks aan De Verwondering te betalen doordecentralisatievergoeding is echter gebaseerd op de aanname dat het totale leerlingenaantal PO in de stad niet wijzigt. Indien de komende jaren wel een absolute stijging of daling van het PO-leerlingenaantal blijkt, heeft dit een negatief respectievelijk positief effect op de begroting van het product onderwijshuisvesting.
  • Na 2015 loopt zowel de rijksbijdrage Onderwijsachterstandenbeleid (OAB) van € 2,7 miljoen als de aanvulling hierop vanuit de in het bestuursakkoord G33 vastgelegde afspraken voor de  voor- en vroegschool (VVE) van € 1,3 miljoen af. We verwachten vooral op het gebied van de voortzetting van de bestuursafspraken G33 een verlaging omdat de VNG momenteel in overleg met de minister de mogelijkheden verkent tot een bredere verdeling van deze middelen over de G86-gemeenten. Hierdoor kan een significante verdunning van de beschikbare middelen ontstaan. Daarnaast is het Rijk voornemens middelen uit het gemeentefonds ten behoeve van de dekking voor het reguliere peuterspeelzaalwerk voor kinderen van werkende ouders vanaf 2016 over te hevelen naar het rijk. Dit zou betekenen dat we deze decentralisatie-uitkering van ruim € 0,2 miljoen in het kader van de Wet Oké kwijtraken.
    Indien het Rijk daadwerkelijk besluit deze uitkeringen te verlagen of te schrappen ontstaat vanaf
    2016 een risico in de gemeentelijke begroting doordat de met kinderopvangaanbieders gemaakte en
    vastgelegde afspraken doorlopen tot 1 augustus 2017.
    We lopen het risico dat we hiermee noodgedwongen afbreken wat de afgelopen jaren aan
    voorschools aanbod, toegankelijkheid, samenwerking met het onderwijs en kwaliteit is opgebouwd
    en dat doelgroepkinderen die nu naar de voorschoolse voorziening gaan voortijdig moeten stoppen of
    dat onderwijsachterstanden weer oplopen. Uit de eerste rapportages van de inspectie van het
    Onderwijs blijkt immers dat het ingezette beleid succesvol is. We hebben ons gemeentelijke beleid
    goed op orde en zijn op onderdelen, waaronder het ouderbeleid en de kwaliteitszorg aan kinderen,
    zelfs een voorbeeld voor andere gemeenten.