Product Inkomen

Omschrijving

Nijmegenaren die niet door middel van arbeid of op een andere wijze in hun bestaan kunnen voorzien, voorziet de gemeente van een minimuminkomen door uitvoering van de volgende wettelijke regelingen: de Wet werk en bijstand (Wwb), de Wet Inkomensvoorziening Oudere en gedeeltelijk Arbeidsongeschikte werkloze Werknemers (Ioaw), de Wet Inkomensvoorziening Oudere en gedeeltelijk Arbeidsongeschikte gewezen Zelfstandigen (Ioaz) en het Bijstandsbesluit Zelfstandigen (Bbz). De Wet werk en bijstand is veruit de omvangrijkste en meest invloedrijke inkomensvoorzieningsregeling.
Uitgangspunt is dat inkomensvoorziening in de vorm van een uitkering in principe tijdelijk is en dat de uitkeringsgerechtigde weer zelf in zijn bestaan gaat voorzien door inkomen uit arbeid.

Financieel overzicht

Inkomen
* € 1.000
Begroting primitief Begroting dynamisch Rekening 2014 Verschil Bdyn - rek

Financiele lasten per product

60127 BOB

530

530

26

505

60128 BBZ

2.478

2.478

1.792

686

60129 IOAW

2.385

2.385

4.437

-2.052

60130 IOAZ

328

328

377

-48

60131 WWB

114.580

114.772

107.782

6.990

61128 Reg Coördinatie Fraudebestr.

713

713

713

61244 BBZ-Buig

815

815

1.075

-259

Totaal lasten product

121.831

122.023

116.201

5.822

Financiele baten per product

60127 BOB

-530

-530

-637

106

60128 BBZ

-1.723

-1.723

-3.498

1.775

60129 IOAW

-2.385

-2.385

-3.810

1.425

60130 IOAZ

-328

-328

-446

118

60131 WWB

-102.030

-102.030

-100.148

-1.882

61128 Reg Coördinatie Fraudebestr.

-450

-450

-450

61244 BBZ-Buig

-815

-815

-589

-226

Totaal baten product

-108.262

-108.262

-109.578

1.317

Totaal Inkomen

13.569

13.761

6.623

7.138

Toelichting financiën

Product Inkomen:

Begroting dynamisch

Rekening

2014

2014

VERSCHIL

Lasten

 €       122,0

 €       116,2

 €          5,8

Baten

 €       108,3

 €       109,6

 €          1,3

Saldo

 €         13,8

 €          6,6

 €          7,1

Bedragen in tabel zijn in miljoenen euro’s

Bij het product Inkomen realiseren wij een voordeel van € 7,1 mln (afgerond € 5,8 mln voordeel op de lasten en € 1,3 mln voordeel op de baten).
In grote lijnen gaat het om de volgende drie voordelen:

  • voordeel op regulier budget BUIG (de uitkeringen) van € 2,7 mln, als gevolg van gunstige ontwikkeling in onze aantallen bijstandsgerechtigden;
  • eenmalig voordeel van € 1,7 mln, als gevolg van het kunnen verlagen van het voorzieningspercentage voor bijstandsdebiteuren o.a. als gevolg van het groter worden van het aandeel ‘kleine debiteuren’;  
  • en tot slot een eenmalig voordeel van  2,7 mln. als gevolg van het kunnen laten vrijvallen van een verplichting aan het Rijk inzake de BBZ (uitkeringen aan zelfstandigen); dit in verband met overgang van oude naar nieuwe verantwoordingssystematiek.  

NB: Het begrote ‘saldo’ van € 13,8 mln wordt gedekt uit de algemene middelen.

Leeswijzer
Het resultaat van per saldo € 7,1 mln (positief) wordt hieronder nader toegelicht aan de hand van de verschillen op lasten en de verschillen op baten (realisatie versus begroting). Inhoudelijk gezien brengen wij deze verschillen met elkaar in verband waarbij wij voor dit product de volgende twee relevante onderdelen onderscheiden:

  1. Het resultaat op de BUIG budgetten. Dit verschil van € 4,1 mln (voordelig) wordt toegelicht onder het eerste punt onder ‘lasten’ en ‘baten’.
  2. Het resultaat op de declarabele BBZ budgetten (zelfstandigen). Dit verschil van € 3,0 mln (voordelig) wordt toegelicht onder het tweede punt onder ‘lasten’ en ‘baten’.

Lasten
Het voordeel op de lasten van € 5,8 mln. wordt vooral veroorzaak door:

  1. Reguliere resultaat op lasten BUIG-uitkeringen
    Lagere lasten op de zogenaamde BUIG-uitkeringen (met als belangrijkste onderdeel de WWB) van € 4,6 mln (v).
    Tegenover dit voordeel staat een nadeel op de baten BUIG van € 1,9 mln (zie ook toelichting verderop). Per saldo gaat het dus om een te verklaren verschil van € 2,7 mln (v). Omdat wij in de begroting reeds een tekort hadden verwerkt van € 1,2 mln is het ‘echte resultaat’ op het onderdeel BUIG dus feitelijk € 1,5 mln voordelig.
    Dit laatste is een mooi resultaat en verklaren we vooral door de volgende ontwikkelingen:
  • de ontwikkeling van het aantal bijstandsgerechtigden (met name WWB) laat een duidelijk gunstiger beeld zien dan landelijke (benchmarkcijfers grote steden). Zo is ons volume WWB in het kalenderjaar 2014 met ‘slechts’ 1,7% gestegen terwijl het gemiddelde percentage in de steden lag op + 4,4%. Dit voordeel wordt overigens voor (een klein) deel te niet gedaan door de relatief hoge stijging in aantallen IOAW (+25% versus +18% in andere steden). Deze gunstige ontwikkeling in aantallen bijstandsgerechtigden verklaren wij alsvolgt:
    Naast de ontwikkeling van de Nijmeegse economie lijkt het aannemelijk dat de vele ombuigingsactiviteiten nog altijd hun vruchten  afwerpen. Zoals ‘strenger aan de poort’, extra inzet op handhaving en daarnaast een slimme combinatie van activiteiten om de uitstoom te maximaliseren, waaronder de activiteiten in het kader van bedrijfsdienstverlening, kandidaatsbenadering en de verbinding (match) tussen deze twee zoals grote volumes aan leerwerkplekken en startersbanen.
  • Daarnaast was onze ‘startpositie’ op 1/1/2014 qua aantal bijstandsgerechtigden ook al gunstig omdat wij ook in 2013, in vergelijking tot andere gemeenten, een lagere groei kenden dan andere gemeenten.
  • Tot slot is dit jaar, anders dan vorig jaar, de uitname uit het landelijke BUIG budget ten behoeve van de incidentele en meerjarige aanvullende uitkeringen ten behoeve van diverse gemeenten (IAU/MAU’s) een stuk lager dan vorig jaar. Het Rijk houdt dit jaar rekening met een uitname uit het landelijke macrobudget van ‘slechts’ € 27 mln. (dit was in 2013 nog € 163 mln.).
  1. Reguliere resultaat op lasten BBZ-uitkeringen (uitkeringen aan zelfstandigen)
    Op de ‘reguliere’ lasten komen we uit op een voordeel van € 1,2 mln (v). Deze wordt volledig gecompenseerd door een nadeel op ‘reguliere’ resultaat van ook € 1,2 mln. Per saldo dus een resultaat van nihil. En dat ligt in lijn met declarabele karakter van de regeling.

Baten
Het voordeel op de baten van € 1,3 mln wordt vooral veroorzaakt door:

  1. Reguliere resultaat op baten BUIG-uitkeringen
    Lagere baten op de gebundelde uitkeringen van € 1,9 mln (n). Zie ook toelichting op lastenniveau, waarbij is aangegeven dat we de lasten en batenverschillen feitelijk moeten salderen.
    Dit nadeel wordt grotendeels veroorzaakt door de aan bijstandsdebiteuren gerelateerde baten (terugontvangsten op uitstaande vorderingen). Hier zien wij lagere baten dan begroot.  

    Incidentele resultaat op baten BUIG-uitkeringen, inzake verlagen voorzieningspercentage
    Jaarlijks bepalen wij de hoogte van het voorzieningspercentage voor bijstandsdebiteuren middels een steekproef over het debiteurenbestand. De uitkomsten van deze steekproef zijn nu aanleiding op het voorzieningspercentage te verlagen van 52% naar 46%. Op een debiteurenvolume van ruim € 33 mln. betekent dit een voordeel van ongeveer € 2,0 mln. Een deel van dit voordeel betreft bijzondere bijstand (leenbijstand) en valt daarmee onder product Armoedebestrijding. Een ander deel betreft BBZ (o.a. kapitaalverstrekking aan zelfstandigen) en valt daarmee onder de declarabele regelingen, zie punt 2 hieronder). Het merendeel van de debiteuren, waaronder fraudedebiteuren, heeft betrekking op de BUIG en gaat in dit geval om een voordeel van ruim € 1,4 mln (v).
    Een van oorzaken voor het kunnen verlagen van het voorzieningspercentage heeft te maken met het aandeel van kleine debiteuren (= debiteur met schuldpositie lager dan € 10.000) in het totale bestand. Dit aandeel is aan het groeien, waardoor het totale percentage voor de voorziening kan dalen. Zo gaan we er nu van uit dat we op de kleine debiteuren zo’n 85% weten terug te vorderen terwijl dat percentage voor de grote debiteuren (= schuldpositie groter dan € 100.000) met 25% beduidend lager ligt.
  1. Reguliere resultaat op baten BBZ-uitkeringen (uitkeringen aan zelfstandigen)
    Op de ‘reguliere’ baten komen we uit op een nadeel van € 1,2 mln (n). Deze wordt volledig gecompenseerd door een voordeel op ‘reguliere’ resultaat van ook € 1,2 mln. Per saldo dus een resultaat van nihil.

    Incidentele resultaat op baten BBZ-uitkeringen (1), inzake verlagen voorzieningspercentage
    Zie ook toelichting onder incidentele resultaat op baten BUIG inzake verlagen voorzieningspercentage. Het gaat hier om een zelfde resultaat als gevolg van verlaging van het voorzieningspercentage van 52% naar 46%. Het gaat hier om een voordeel van € 0,3 mln (v).

    Incidentele resultaat op baten BBZ-uitkeringen (2), inzake balanspost ‘verhaalbare bijstand’
    In het verleden hebben wij rijksmiddelen ontvangen inzake de declarabele BBZ, waarvan een deel is gereserveerd omdat wij dat wellicht terug moeten betalen. Terugbetalen was aan de orde op het moment dat wij als gemeente daadwerkelijk geld ontvangen van onze bijstandsdebiteuren (het zogenaamde kasstelsel – t/m 2011). Nu is die rijksregeling gewijzigd (in een baten/lastenstelsel – vanaf 2012) en hebben wij onderzocht in hoeverre wij nog iets aan het Rijk moeten terugbetalen (op grond van de oude regeling). Dit onderzoek is inmiddels afgerond en wij  hebben daarbij de conclusie getrokken dat wij zeer waarschijnlijk niet meer zullen hoeven terug te betalen. De balanspost van € 2,7 mln. kan daarmee vrijvallen en betekent dus een eenmalig voordeel.
    Omdat wij deze conclusie grotendeels baseren op impliciete aannames en een expliciete melding van het Rijk ontbreekt, houden we vooralsnog wel een risicomelding aan t.a.v. dit dossier. Het is onze verwachting dat dit risico met de loop der tijd zal kunnen komen te vervallen.

Vergelijking met melding NJN

In de NJN meldden wij hier een risico van onderliggend € 1,5 mln (voordeel), met een bandbreedte (onzekerheidsmarge) van +/- 2 mln.
Het eindresultaat 2014, exclusief per saldo € 4,4 mln incidentele voordelen,  ligt met € 2,7 mln (voordeel ‘regulier’) in lijn met de inschatting bij de NJN. Het eindresultaat zit wel aan de positieve zijde  van de bandbreedte. Dit wordt o.a. veroorzaakt doordat het Rijk eind september het BUIG budget verder heeft opgehoogd (met € 1,3 mln.) en de aantallen (WWB) een positievere ontwikkeling hebben doorgemaakt, deels gecompenseerd door hoger dan verwachte fiscale jaarafrekening inkomstenbelasting (inzake uitkeringen; ‘150 € per uitkeringsgerechtigde’)).
In totaal melden wij dus per saldo € 6,6 mln voordeel. De incidentele voordelen bedragen € 3,9 mln. Ook deze hebben wij in de NJN aangekondigd als positieve risico’s. Wij meldden toen namelijk mogelijke incidentele positieve risico’s inzake verlaging voorzieningspercentage bijstandsdebiteuren en balanspositie verhaalbare bijstand. Deze risico’s zijn nu dus verwerkt en leveren per saldo een effect op binnen product Inkomen van resp. +  1,7 mln. En + 2,7 mln (vrijval verhaalbare bijstand). Deze bedragen liggen ook in lijn met hetgeen in de NJN aangegeven.