Programma Werk & Inkomen

Algemeen

Maatschappelijk effect

In Nijmegen hebben zoveel mogelijk inwoners een fatsoenlijk bestaan, bij voorkeur door middel van een baan en anders door de inzet van inkomens(aanvullende) maatregelen en schuldhulpverlening.

Beperken stijging aantal bijstandsgerechtigden

Wat willen we bereiken?

Onze ambitie is en blijft om de omvang van het bijstandsvolume in Nijmegen te beperken en in Nijmegen een positievere bijstandsvolumeontwikkeling te realiseren dan gemiddeld in Nederland.

Voor de periode 2014-2017 verwachten we tekorten op de Wwb-uitkeringen. Dit wordt voor een deel veroorzaakt door de arbeidsmarkt in onze regio, die zich slechter ontwikkelt dan op landelijk niveau. Zie voor een overzicht van de geraamde financiële effecten de paragraaf recente budgetwijzigingen.

Om de tekorten zo laag mogelijk te houden, gaan we optimaal gebruik maken van onze interventies rondom werk, re-integratie en handhaving.

Wat hebben we bereikt?

1.1 Beperken groei aantal bijstandsgerechtigden
We zijn in 2014 in onze doelstelling geslaagd de groei van het aantal bijstandsgerechtigden te beperken. Er zijn eind 2014 6.581 bijstandsgerechtigden (Wet werk en bijstand). Dit is een toename van 1,7% ten opzichte van het begin van 2014. Dit is een gunstig resultaat, gezien het feit dat het aantal bijstandsgerechtigden in de referentiegemeenten met 4,4% is gestegen. Ten aanzien van jongeren in de bijstand (bijstandsgerechtigden tot 27 jaar) geldt overigens dat het aantal in 2014 is gedaald: in januari 2014 ontvingen 817 jongeren een bijstandsuitkering, eind december 2014 waren dit er 767.

1.2 Percentage afwijzing aanvragen
Circa 20% van de ingediende aanvragen voor een bijstandsuitkering wordt afgewezen. De redenen  voor afwijzing zijn divers: mensen vinden alsnog werk of uit nader onderzoek blijkt de aanvrager voldoende inkomsten en/of eigen vermogen te hebben. Ook komt het voor dat mensen de aanvraag intrekken.
Deze indicator is opgenomen, omdat deze iets zegt over de werking van de poortwachtersfunctie In 2014 is 23% van de ingediende aanvragen afgewezen.

1.3 Uitstroom naar werk onder uitstromers
In 2014 hebben we een uitstroom naar werk bereikt van 38% (ten opzichte van de gehele uitstroom). 756 mensen in de bijstand zijn volledig uitgestroomd naar werk. We hebben de doelstelling ten aanzien van arbeidsinschakeling daarmee ruimschoots gerealiseerd.

1.4 Percentage bijstandsgerechtigden ten opzichte van beroepsbevolking in Nijmegen
De Nijmeegse beroepsbevolking omvat 86.000 personen, het percentage bijstandsgerechtigden daarvan is 7,6%. Dit cijfer is iets lager dan in 2013. Dit is een positieve ontwikkeling.

1.5 Ontheffingen arbeidsplicht
Deze indicator drukt het percentage uit van het aantal bijstandsgerechtigden dat is ontheven van de arbeidsplicht. We streven er naar dat maximaal 30% van de bijstandsgerechtigden ontheffing van de arbeidsplicht heeft. In 2014 had  28% van de bijstandsgerechtigden ontheffing van de arbeidsplicht.

1.6 Jeugdwerklozen ten opzichte van niet-werkende werkzoekenden
De cijfers van deze indicator zijn afkomstig van het UWV. In Nijmegen is dit cijfer afgenomen van 13,8% in 2013 naar 12,8% in 2014.

Indicatoren

Beperken stijging aantal bijstandsgerechtigden

Realisatie 2013

Doelstelling 2014

Realisatie 2014

1.1 Beperken groei aantal bijstandsgerechtigden
(excl. WIJ/IOAW/IOAZ/BZ)

6.470

6.813

6.581

1.2 % Afwijziging aanvragen

24%

20%

23%

1.3 Uitstroom % naar werk onder uitstromers

30%

30%

38%

1.4 % Bijstandsgerechtigden tov beroepsbevolking in Nijmegen

8%

8,8%

7,6%

1.5 % Ontheffingen arbeidsplicht

30%

30%

28%

1.6 % Jeugdwerklozen tov niet-werkende werkzoekenden in Nijmegen

13,8%

12%

12,8%

Wat hebben we ervoor gedaan?

De ontwikkeling van het aantal bijstandsgerechtigden in Nijmegen is gunstig. We hebben het afgelopen jaar een geringe stijging van het aantal bijstandsgerechtigden gezien. De ontwikkeling van het aantal bijstandsgerechtigden is het resultaat van de instroom en uitstroom van bijstandsgerechtigden. Daarmee zijn de beperking van de instroom en de bevordering van de uitstroom dé knoppen waaraan we kunnen draaien om die bijstandsontwikkeling te beïnvloeden. Waarbij we ons er terdege van bewust zijn dat onze interventies altijd beoordeeld moeten worden tegen de achtergrond van de economische conjunctuur.

1. Beperking instroom in de bijstand

We hebben bereikt dat 23% (2013: 24%) van het aantal nieuwe bijstandsaanvragen niet heeft geleid tot verlening van een uitkering. De 'nieuwe poort' lijkt een goed middel om onwenselijke instroom te voorkomen. In 2014 waren er circa 2.050 mensen die in  de bijstand zijn gestroomd. De redenen van instroom zijn divers: echtscheiding, werkverlies, einde WW-uitkeringen (werklozenuitkering), einde school en studie, verhuizing. We hebben de instroom beperkt door enerzijds handhavingsactiviteiten en anderzijds door een actieve benadering van nieuwe werkzoekenden. De handhavingsactiviteiten zijn een cluster van alertheid van de medewerkers voor voorliggende voorzieningen en rechtmatigheid. De actieve benadering van nieuwe werkzoekenden is ingericht rondom de zoekperiode van vier weken, ook voor werkzoekenden ouder dan 27 jaar. Werkzoekenden worden vanaf het aanvraagmoment gestimuleerd en gefaciliteerd om te zoeken naar werk. In groepsbijeenkomsten worden ze onder andere op de hoogte gebracht van hun rechten en plichten.

2. Bevorderen van de (partiële) uitstroom vanuit bijstandsuitkering

De uitstroom naar werk is van 558 in 2013 gestegen naar 756 in 2014. De stijging verklaren wij door een combinatie van activiteiten. Er is niet één methode die werkt, juist vanwege de diversiteit van de doelgroep. De zelfredzaamheid van werkzoekenden is zeer verschillend en bepalend voor de mate van gemeentelijke inzet. De afdeling Werk voert de activiteiten in nauwe samenwerking met de stad en bedrijven uit. De belangrijkste ontwikkelingen die hebben bijgedragen aan de uitstroom naar werk zijn:

Bedrijfsdienstverlening

  • Social return op een aanzienlijk deel van de gemeentelijke aanbestedingen leidt tot veel werkkansen voor WWB, WSW en WW.
  • Werkgeversbenadering via de belangrijkste werkgeversnetwerken in de stad, zoals bedrijventerreinen.
  • Samenwerking met Economische Zaken bij acquisitie.
  • Samenwerking met UWV in het werkgeversservicepunt.
  • Uitbreiding van de capaciteit voor de bedrijfsdienstverlening.

Benadering van werkzoekenden

  • Intensieve en activerende benadering van mensen direct na de inkomensaanvraag leidt tot preventie aan de poort.
  • Intensieve bemiddeling van werkfitte kandidaten.
  • Specifieke benaderingen:
    • jongerenadviseurs voeren actieve bemiddeling uit naar school, werk of zorg.
    • Consulenten in het actiecentrum in de wijk bereikt mensen in de wijken Hatert en Dukenburg met meervoudige problematiek.
    • Voor (ex)inburgeraars wordt een gecombineerde aanpak scholing en begeleiding ingezet.
    • Mensen met partiële inkomsten uit arbeid worden geholpen met delaatste stap naar volledig eigen inkomsten uit arbeid te verwerven.
    • Speciale aanpak voor moeilijke klanten samen met inkomen gericht op signalering fraude en onvoldoende naleving van de plichten.
  • Diverse trainingen, scholing en diagnoses.
  • Begeleiding van starters voor een eigen bedrijf.
  • Toepassing van het maatregelenbeleid.  

Instrumenten cq voorzieningen

  • 130 startersbanen voor jongeren
  • Extra inzet op de matching van kandidaten op (leer)werkplekken:  werkmarken, matchingstool, extra interne capaciteit, groepsvoorlichtingen over vacatures.
  • Re-integratie op werkvloer door het scheppen van 500 leerwerkplekken waarmee in 2014 ongeveer 1200 kandidaten bereikt worden
  • Activeringsplekken voor kandidaten met erg grote afstand tot de arbeidsmarkt
  • Starterbeurzen voor jongeren
  • Loonkostensubsidies voor 27+
  • Inschakeling externe jobcoaching

3. Sociale werkvoorziening
Ons SW-bedrijf Breed had voor 2014 de doelstelling om 1.125 standaardeenheden (dit komt ongeveer overeen met arbeidsplaatsen) te realiseren voor de gemeente Nijmegen. Met een realisatie van 1.125 is hier precies aan voldaan. Naast het realiseren van de taakstelling,  werkt Breed aan het uitvoeren van de strategie om zo veel mogelijk SW-medewerkers buiten de muren van het SW-bedrijf, dus bij een reguliere werkgever, te laten werken. De realisatie eind 2014 is daarbij dat 50% van de SW-medewerkers 'buiten' Breed werkt; de doelstelling is dat dit in 2017 85% zal zijn.

4. Regionale samenwerking
Het jaar 2014 was ook het jaar waarin de intentie in de regio Rijk van Nijmegen om nauw samen te werken op het domein Werk verder vorm heeft gekregen. In februari 2014 heeft de raad van Nijmegen de nota Sterke Werkwoorden én de Modulaire Gemeenschappelijke Regeling Rijk van Nijmegen vastgesteld. Per 1 juli 2014 is de MGR operationeel en de eerste module, het Werkbedrijf, is per 1 januari 2015 operationeel.

Rechtmatige en doelmatige verstrekking van uitkeringen

Wat willen wij bereiken?

Een rechtmatige en doelmatige verstrekking van uitkeringen op grond van de Wwb, de Ioaw, de Ioaz en het besluit Bz.

Met rechtmatig bedoelen we het tijdig en correct verstrekken van de juiste uitkering aan de juiste persoon. Rechtmatigheid realiseren we door het voorkomen en opsporen van uitkeringsfraude en het tijdig en correct verstrekken van uitkeringen. Doelmatigheid is erop gericht dat we alleen een uitkering verstrekken aan mensen die hem nodig hebben. Wie kan werken helpen we aan het werk, wie daartoe niet in staat is en een uitkering nodig heeft, kan daarop aanspraak maken. Daarbij proberen we klanten te ondersteunen bij hun pogingen om belemmeringen zoals gebrek aan scholing, werkervaring of problematische schulden op te lossen.

Wat hebben we bereikt?

2.1 Percentage tekortkomingen in rechtmatige uitkeringsverstrekking
Het percentage tekortkoming in de rechtmatigheid is lager dan 1%. Hiermee hebben we voldaan aan de normering van deze indicator.

2.2 Fraude opsporen en bestrijden levert meer op dan het kost
De investeringen om fraude op te sporen en te bestrijden heeft in 2014 meer opgeleverd dan het heeft gekost.
De totale investering in de vaste formatie in 2014 is onveranderd ten opzichte van 2013, dus iets minder dan € 1 miljoen. In 2014 is er géén planexploitatie meer (deze was in 2013 nog € 200.000). Wel heeft de afdeling Inkomen in 2014 (net als in 2013) een bedrag van € 280.000 uit het P-budget ontvangen, wederom ingezet voor preventie en activiteiten aan de poort. De totale lasten worden hiermee in 2014 lager ten opzichte van 2013, namelijk € 1,28 miljoen om € 1,48 miljoen. In 2014 is € 1,9 miljoen opgespoord in 113 zaken, dit is iets minder dan in 2013 (toen was in 85 zaken €  1,9 miljoen  opgespoord). Dit is verklaarbaar doordat we de inspanning aan de voorkant onverminderd hebben voorgezet.  Qua besparingen komen we dit jaar uit op  € 2,5 miljoen in 308 zaken.

2.3 Percentage aanvragen met besluit binnen 8 weken

Dit jaar is deze indicator weer iets gestegen (ten opzichte van 2013). Maar ook dit jaar is de gestelde norm niet gehaald. De norm is dat we 95% van alle aanvragen binnen 8 weken afhandelen. Van de bijstandsaanvragen is in 2014 91% (2013: 89%) binnen 8 weken afgehandeld. Er is weer een duidelijke stijgende lijn te zien. Overigens ondervinden klanten geen hinder van de langere afhandeltermijn, omdat we problemen oplossen door op verzoek voorschotten te verstrekken.

Indicatoren

Rechtmatige en doelmatige verstrekking van uitkeringen

Realisatie 2013

Doelstelling 2014

Realisatie 2014

2.1 % Tekortkomingen in rechtmatigheid uitkeringsverstrekking

<1%

<1%

<1%

2.2 Fraude opsporen en bestrijden levert meer op dan het kost

+

+

+

2.3 % Aanvragen met besluit binnen 8 weken

89%

95%

91%

Wat hebben we ervoor gedaan?

We verstrekken zoveel als mogelijk tijdig en correct de juiste uitkering aan de juiste persoon. Hiertoe zetten wij diverse handhavingsactiviteiten in. Deze zijn te categoriseren naar preventieve en repressieve activiteiten. De eerste activiteiten komen neer op het geven van voorlichting bij de contacten met klanten en de uitvoering van de controle op maat bij de uitkeringsaanvraag. De repressieve activiteiten bestaan ook uit controles op maat, maar dan gedurende de uitkeringsperiode. Deze controles worden uitgevoerd naar aanleiding van signalen.

In 2014 hebben we door een stringente aanpak op de onderdelen Inkomen en Werk ook dit jaar een relatief hoog aantal maatregelen opgelegd van 1.208 (2013: 1.591) maatregelen. Daarnaast hebben we 524 boetes opgelegd.

In 2014 hebben de aanpak aan de poort voorgezet. We zijn vanaf april 2013 begonnen met het strenger controleren aan de poort ter voorkoming van instroom en een versnelde uitstroom naar werk. Deze intensieve aanpak van de rechtmatigheid en doelmatigheid hebben we in 2014 voortgezet. Zie ook doelstelling 1.  
Halverwege 2014 is de Participatiewet aangenomen. De Participatiewet vervangt de Wet werk en bijstand en is een samenvoeging van de Wet sociale werkvoorziening en de Wajong. Op het terrein van Inkomen (en armoedebestrijding) is in de tweede helft van 2014 de invoering van de nieuwe wetgeving voorbereid.

Inkomensaanvullende maatregelen en/of schuldhulpverlening

Wat willen wij bereiken?

De gemeente Nijmegen kent traditioneel een ruimhartig minimabeleid. Dit willen we, ondanks de bezuinigingen die op ons af komen, zoveel mogelijk overeind houden.  
Voor 2014 is het onze doelstelling om minimaal 80% van de Nijmeegse personen met een laag inkomen te bereiken met onze inkomensaanvullende maatregelen. In ons huidige minimabeleid hebben we enkele speerpunten geformuleerd. Daarnaast hebben we tijdens de werkconferentie samen tegen armoede veel inspiratie opgedaan voor een vernieuwde armoedeagenda. Hieronder sommen we enkele belangrijke aandachtspunten voor 2014 op:

  • Prioritaire doelgroepen: kinderen, chronisch zieken, gehandicapten en ouderen;
  • Wijkgericht: dicht bij de mensen, verbinding met de STIPS en de sociaal wijkteams;
  • Preventief: zeker bij schulden is vroeg signaleren en aanpakken van belang;
  • Focus op participatie: meedoen staat centraal, armoedeval moet voorkomen worden;
  • Niet-gebruik tegengaan: regelingen moeten duidelijk zijn en eenvoudig aan te vragen;
  • Efficiënte uitvoering: geld moet zoveel mogelijk terecht komen bij de doelgroep;
  • Integraal beleid: samenhang met andere beleidsterreinen, met name met de Wmo;
  • Particulier initiatief: er gebeurt veel in de stad, we stimuleren en faciliteren dit;
  • Stapelingseffecten bezuinigingen: we houden dit in beeld en anticiperen hierop.

Schulden benoemen we apart omdat we daar, gezien de omvang van de problematiek extra op willen blijven inzetten. We bieden in 2014 twee typen dienstverlening:

  • Een brede laagdrempelige basisdienstverlening voor financiële ondersteuning;
  • Een beperkte specialistische gemeentelijke schuldhulpverlening.

Wat hebben we bereikt?

3.1 Bereikte huishoudens met een laag inkomen
Onderstaande tabel geeft het gebruik in 2014 aan van de inkomensondersteunende regelingen. Voor de kinderfondsregelingen geldt dat de cijfers een indicatie zijn:

Aantal verstrekkingen per regeling

Realisatie 2013

Realisatie 2014

Cultuurbijdrage kinderfonds

1.478

1.378

Sportbijdrage kinderfonds

2.512

2.435

Ouderbijdrage kinderfonds

1.817

2.218

Verstrekkingen Langdurigheidstoeslag

4.087

5.273

Toekenningen bijzondere bijstand

12.927

14.281

Deelnemers aan Collectieve Aanvullende Ziektekostenverzekering

5.954

6.370

Verstrekkingen regeling chronisch zieken, gehandicapten en ouderen

3.314

4.050

Totaal aantal verstrekkingen
Totaal aantal verstrekkingen aan unieke personen
Aantal inwoners met inkomen tot 110% bijstandsnorm
Percentage bereikte personen met 110% bijstandsnorm

32.089
14.257
17.700
81%

36.005
14.696
18.700
79%

We bereiken nog een groot aantal minima middels de subsidies die we verstrekken aan de Voedselbank (± 560 gezinnen), de Kledingbank (± 500 gezinnen), de werkcorporatie Maatschappelijke Dienstverlening (± 700 voorzieningenchecks) en de kwijtschelding van de gemeentelijke belastingen en heffingen.

Tot slot hebben we in 2014 de (rijks)regeling koopkrachttoeslag aan minima uitgevoerd. U heeft in het najaar de (rijks)middelen ter beschikking gesteld. We hebben in 2014 aan circa 10.100 minima een toeslag uitgekeerd. Dit is vrijwel gelijk aan onze raming indertijd (10.500).

3.2 Toename percentage nieuwe bereikte klanten
In 2014 hebben we 79% van de huishoudens (2013: 81%) met een laag inkomen (110% van het sociaal minimum bereikt. Absoluut is het aantal bereikte unieke personen gestegen ten opzichte van het aantal in 2013 (van 14.257 personen in 2013 naar 14.696 in 2014). Relatief gezien is er sprake van een lichte daling van het percentage. Een mogelijke verklaring voor de lichte relatieve daling is de dynamiek in deze laag van de beroepsbevolking vanwege werkverlies en werkaanvaarding. Inzet op het bereiken van zoveel mogelijk mensen met een laag inkomen blijft noodzakelijk.

3.3 Uitzicht op schuldenvrije toekomst (en 3.4 aantal aanmeldingen schuldhulpverlening)
Vanuit de schuldhulpverlening hebben we in 2014  1.529 Nijmegenaren met financiële problemen ondersteund. Dat zijn er wat meer dat we als doel hebben geformuleerd (1.500), maar minder dan in 2013 (1.828). Deze realisatie onderzoeken we in het eerste kwartaal van 2015 nader. 289 huishoudens  hebben we geholpen aan een schuldenvrije toekomst.

Indicatoren

Inkomensaanvullende maatregelen en/of schuldhulpverlening

Realisatie 2013

Doelstelling 2014

Realisatie 2014

3.1 % Bereikte huishoudens met een laag inkomen

81%

80%

79%

3.2 Toename % nieuwe bereikte klanten

onbekend

geen doelstelling

geen doelstelling

3.3 Uitzicht op schuldenvrije toekomst

206

225

289

3.4 Aantal aanmeldingen schuldhulpverlening

1.828

1.250

1.529

Wat hebben we ervoor gedaan?

In de schuldhulpverlening ondersteunen we  op verschillende wijzen burgers om zelf weer de regie te nemen bij financiële problemen en te voorkomen dat financiële problemen groter worden. We hebben in Nijmegen een brede, laagdrempelige basisdienstverlening voor ondersteuning bij financiële problemen enerzijds en een beperkte, specialistische, gemeentelijke schuldhulpverlening anderzijds.

Vanuit de schuldhulpverlening hebben we in 2014  1529 Nijmegenaren met financiële problemen ondersteund.

Bureau Schuldhulpverlening (de specialistische gemeentelijke schuldhulpverlening) heeft 289 huishoudens in 2014 aan een schuldenvrije toekomst geholpen. Bureau Schuldhulpverlening heeft daarnaast in 2014 georganiseerd:

  • 190 (2013: 212) individuele informatie & adviesgesprekken;
  • 2 workshops, 14 dag- en avondcursussen aan burgers;
  • 9 bijeenkomsten groepsvoorlichting aan professionals in het maatschappelijk middenveld;
  • 18 groepsgerichte en 93 individuele preventieactiviteiten voor jongeren.

In de laagdrempelige basisdienstverlening bij financiële problemen heeft Het Inter-lokaal 434 stabilisatietrajecten uitgevoerd. Het Inter-lokal heeft een conferentie over jongeren en schulden georganiseerd. Ook corporatie Talis heeft een bijeenkomst georganiseerd onder te titel ´Samen werken aan betaalbaarheid”.

Met groepsgewijze activiteiten zijn  meer dan 1400 (2013: 900) burgers (waaronder jongeren) en professionals ondersteund. We hebben onze preventieactiviteiten voor het grootste deel geconcentreerd op jongeren, onder meer door spreekuren en gastlessen op scholen, de screening van inkomsten en uitgaven, het opstellen van budgetplannen en het aanschrijven van schuldeisers.  

Het Inter-lokaal en Bureau Schuldhulpverlening hebben de pilot budgetbeheer/budgetcoaching opgezet. Daarin worden cliënten die eerder naar bewindvoering zouden zijn doorverwezen, geholpen met de betaling van de vaste lasten (budgetbeheer) en gedragsgerichte beïnvloeding (budgetcoaching). Inmiddels zijn 90 personen aangemeld. Per maand stromen momenteel rond 20 personen in, dat betekent dat ongeveer in de zomer van 2016 400 trajectplaatsen gevuld zijn.

Humanitas heeft gedurende 2014  156 (2013:148) Nijmegenaren begeleid in het project ‘Thuisadministratie’. We hebben Stuurman BV gevraagd om voor 150 werkzoekenden met een Wwb-uitkering coachingtrajecten te organiseren gericht op het  verbeteren van financiële vaardigheden en motivatie met als doel duurzaam aan het werk te gaan.

Bureau Schuldhulpverlening en Stuurman BV hebben in het kader van een pilot 400 bijstandsgerechtigden, die vanwege betalingsachterstanden bij het betalen van de zorgverzekeringspremie in de bronheffing zitten, uitgenodigd voor een analyse- en adviesgesprek. Bijna de helft van de genodigden heeft gebruik gemaakt van dit aanbod. We zijn eind van het jaar begonnen met het uitvoeren van een tweetal korte pilots die ons moeten helpen om te bepalen in welke situaties we screeningsinstrument Mesis willen inzetten en hoe we de schuldhulvperlening beter aan de sociale wijkteams kunnen koppelen.

In 2014 hebben we op een aantal terreinen de ketensamenwerking in de schuldhulpverlening versterkt. We organiseren gemeenschappelijke casusoverleggen tussen bureau Schuldhulpverlening en Het Inter-lokaal met als doel het verbeteren van de samenwerking.  

Ook hebben we de inzet van schuldhulpverlening ten behoeve van de multiproblem-huishoudens in Hatert en bij het Meldpunt Bijzondere Zorg gecontinueerd. Hierdoor hebben we een kleine 50 gezinnen kunnen ondersteunen. Daarnaast hebben we ca. 140 keer informatie en advies gegeven ter ondersteuning van gezinnen.Het Noodfonds om dreigende uithuiszettingen en afsluitingen van gas/water/licht te voorkomen is in 2014 voortgezet.

Overleg met de corporaties heeft geleid tot afspraken over het uitvoering van analyses voor 80 casussen in Hatert. Met de AWBZ-instellingen hebben we besproken hoe we de financiële dienstverlening voor kwetsbare burgers in de toekomst kunnen beter kunnen organiseren. We hebben twee strategische discussiebijeenkomsten met ketenpartners in de schuldhulpverlening en armoedebestrijding georganiseerd ter oplading van het nieuwe Aanvalsplan Armoede en Schulden, waarvan we eind van dit jaar een eerste versie van hebben vastgesteld.

Dynamiek in de gesubsidieerde arbeid

Wat willen wij bereiken?

Onze hoofddoelstelling ‘dynamiek in de gesubsidieerde arbeid’ is een direct uitvloeisel van ons coalitieakkoord Werken aan een duurzame toekomst. In dat akkoord hebben we ons ten doel gesteld de oude vormen van gesubsidieerde arbeid te moderniseren, wat tot uitdrukking komt in de reductie van het aantal gesubsidieerde banen tot circa 200 banen eind 2012.

Tegelijkertijd hebben we ons in het coalitieakkoord uitgesproken voor nieuwe vormen van leren en werken in werkcorporaties en/of bij ondernemers in de stad. We willen een professionele werkomgeving bieden waar werkzoekenden met behoud van uitkering werkervaring en –ritme kunnen opdoen. Indien noodzakelijk wordt aan de kandidaten scholing geboden.  

De doelstelling ‘Afname gesubsidieerde arbeid’ hebben we ultimo 2012 gerealiseerd. Dit onderdeel is daarmee niet meer actueel voor de begroting 2014.

De doelstelling gericht op het verwerven van leerwerkplekken in werkcorporaties en/of bij ondernemers valt onder het bredere geheel van onze re-integratieactiviteiten van hoofddoelstelling 1 ‘Beperken stijging aantal bijstandsgerechtigden’. Het creëren van leerwerkplekken draagt namelijk bij in onze doelstelling om werkzoekenden uit te laten stromen naar reguliere arbeid.

Wat hebben we bereikt?

De afbouw van de gesubsidieerde arbeid is reeds gerealiseerd, hierop hebben geen activiteiten meer plaatsgevonden in 2014.

De resultaten van de activiteiten om voldoende leerwerkplekken bij werkcorporaties en/of bij ondernemers te creëren, hebben wij beschreven bij hoofddoelstelling 1.

Indicatoren

Dynamiek in de gesubsidieerde arbeid

Realisatie 2013

Doelstelling 2014

Realisatie 2014

4.1 Afname gesubsidieerde arbeid

111

-

4.2 Werkcorporaties

5623

500

Wat hebben we ervoor gedaan?

Voor de afbouw van de gesubsidieerde arbeid zijn in 2014 geen specifieke acties ondernomen; dit proces was immers eerder al afgerond. De maatregelen gericht op het creëren van leerwerkplekken hebben wij beschreven onder hoofddoelstelling 1.

Financiële gegevens

Werk & Inkomen
* € 1.000
Begroting primitief Begroting dynamisch Rekening 2014 Verschil Bdyn - rek

Financiele lasten per product

Werk

45.890

48.876

50.621

-1.745

Inkomen

121.831

122.023

116.201

5.822

Armoedebestrijding

16.030

18.680

19.309

-629

Inburgering

802

1.298

1.294

4

Totaal lasten product

184.553

190.877

187.426

3.451

Financiele baten per product

Werk

-40.506

-43.423

-45.240

1.817

Inkomen

-108.262

-108.262

-109.578

1.317

Armoedebestrijding

-935

-1.259

-1.984

725

Inburgering

-656

-1.046

-1.033

-13

Totaal baten product

-150.359

-153.990

-157.835

3.845

Totaal Werk & Inkomen

34.194

36.887

29.591

7.296

Toelichting financiën

Het programma Werk en Inkomen  sluit het jaar 2014 af met een positief resultaat van € 7,3 miljoen. Uitgedrukt als percentage van de begroting komt dit neer op een afwijking van 19,8%. Uitgedrukt als percentage van de totale lastenbegroting is de afwijking overigens een stuk lager (3,8%).

Het positieve resultaat op het programma lichten we hieronder toe.

Toelichting op de lasten
De lasten zijn € 3,5 miljoen lager uitgevallen dan begroot. Dit voordeel is per saldo veroorzaakt door:

  • meer uitgaven voor re-integratieactiviteiten (waar extra baten tegenover staan)
  • lagere lasten op de Buig-uitkeringen a.g.v. gunstige ontwikkeling in onze aantallen bijstandsgerechtigden (met name aantal WWB-ers). Per saldo (lasten en baten) voordeel van € 2,7 miljoen ten opzichte van de begroting.
  • lagere lasten bijstand declarabele regelingen (gecompenseerd door lagere baten)
  • hogere lasten met betrekking tot minimaregelingen

Toelichting op de baten
De baten zijn € 3,8 miljoen hoger uitgevallen dan begroot. Dit voordeel is veroorzaakt door:

  • inzet van extra middelen ter dekking van de stijging van de re-integratieuitgaven
  • eenmalig voordeel a.g.v. verlaging van het voorzieningspercentage voor bijstandsdebiteuren o.a. als gevolg van groter worden van aandeel ‘kleine debiteuren’ (+ € 2,0 miljoen)
  • eenmalig voordeel a.g.v. het grotendeels kunnen laten vrijval van verplichting aan het Rijk inzake BBZ (uitkeringen aan zelfstandigen; + € 2,7 miljoen) in verband met overgang van oude naar nieuwe verantwoordingssystematiek.

Het resultaat van per saldo € 7,3 miljoen wordt hoofdzakelijk veroorzaakt door: lagere lasten uitkeringen (m.n. WWB) alsmede tweetal eenmalige voordelen als gevolg van 1) verlaging voorzieningspercentage bijstandsdebiteuren en 2) kunnen laten vrijvallen van verplichting aan het Rijk inzake BBZ (uitkeringen aan zelfstandigen).

Product werk

x € 1.000

Begroting dynamisch
 2014

Rekening
2014

Verschil

Lasten

48.876

50.621

-1.745

Baten

43.423

45.240

1.817

In 2014 laat  het product Werk een positief saldo zien van zo'n € 0,072 miljoen. Binnen het product Werk vinden met name de re-integratie activiteiten in het kader van het Participatiebudget en de Wet  Sociale Werkvoorziening plaats. Bij de uitvoering van de genoemde activiteiten is er per saldo dus een klein verschil opgetreden tussen begrote en gerealiseerde budgetten. Dit positieve resultaat wordt voornamelijk veroorzaakt door de terug betaalde voorschotten (voorgaande  jaren) bij de kinderopvang.

In 2014 hebben wij voor € 18,620 miljoen aan re-integratie uitgegeven. Het betreft hier zowel kosten van de uitvoerende organisatie als de uitgaven van inzet van re-integratie-instrumenten. De herkomst van de aangewende middelen is als volgt (respectievelijk in % en in miljoen):

x € 1 mln

Participatiebudget

12,670

Gemeentelijke middelen

3,557

RSA I + II

1,125

ESF Jeugd

0,660

Reserve afbouw gesubsidieerde arbeid

0.607

De niet aangewende middelen uit het Participatiebudget van voorgaande jaren (2 miljoen) en de geprogrammeerde gelden 2015 van RSA I en II  en ESF Jeugd zijn als een 'reservering' via zogenaamde OMBD's ultimo 2014 op de balans gezet.
Bij de subsidieverstrekking in het kader van de WSW is geen financiële afwijking opgetreden. De bijdragen die de Gemeente Nijmegen heeft verstrekt voor de reorganisatie bij Breed is, in zover die afweek van het tempo van realisatie bij Breed c.q. de dekkingsmiddelen bij de gemeente Nijmegen (ic € 1,9 miljoen) geactiveerd op de balans van de gemeente.

Product inkomen

x € 1 mln

Begroting dynamisch
 2014

Rekening
2014

Verschil

Lasten

122,0

116,2

5,8

Baten

108,3

109,6

1,3

Bij het product Inkomen realiseren wij een voordeel van € 7,1 miljoen (afgerond € 5,8 miljoen voordeel op de lasten en € 1,3 miljoen voordeel op de baten). In grote lijnen gaat het om de volgende drie voordelen:

  • voordeel op regulier budget BUIG (de uitkeringen) van € 2,7 miljoen als gevolg van gunstige ontwikkeling in onze aantallen bijstandsgerechtigden;
  • eenmalig voordeel van € 1,7 miljoen als gevolg van het kunnen verlagen van het voorzieningspercentage voor bijstandsdebiteuren onder andere als gevolg van het groter worden van het aandeel ‘kleine debiteuren’;  
  • en tot slot een eenmalig voordeel van  2,7 miljoen als gevolg van het kunnen laten vrijvallen van een verplichting aan het Rijk inzake de BBZ (uitkeringen aan zelfstandigen); dit in verband met overgang van oude naar nieuwe verantwoordingssystematiek.  

Product armoedebestrijding

x € 1 mln

Begroting dynamisch
 2014

Rekening
2014

Verschil

Lasten

18,7

19,3

-0,6

Baten

1,3

2,0

0,7

Bij het product Armoedebestrijding realiseren wij een voordeel van € 0,1 miljoen (€ 0,6 miljoen nadeel op de lasten en € 0,7 miljoen voordeel op de baten).
Dit per saldo beperkte voordeel is onder andere het resultaat van een incidenteel voordeel van ruim € 0,3 miljoen als gevolg van een aanpassing van het voorzieningspercentage voor de bijstandsdebiteuren (leenbijstand). Exclusief dat voordeel komen wij  uit op een nadeel van ruim € 0,2 miljoen.
Het nadeel wordt hoofdzakelijk veroorzaakt doordat we veel meer mensen met onze inkomensondersteunende regelingen hebben bereikt dan bij de opstelling van de begroting voorzien. Dit is een risico wat inherent is aan open-einde regelingen. Tegenover een financieel nadelig resultaat staat wél dat we conform onze inhoudelijke doelstellingen veel mensen met een laag inkomen op één of andere manier hebben kunnen ondersteunen.  

Binnen programma Bestuur en Middelen realiseren wij op  de aan Armoedebestrijding gerelateerde ‘stelpost Klijnsmamiddelen’ een voordeel van een kleine € 0,4 miljoen (€ 377.000). Dit voordeel moet feitelijk ‘gekoppeld’ worden aan het hier gepresenteerde nadeel. Rekening houdend met het voordeel binnen programma Bestuur & Middelen gaat het feitelijk dus om een voordeel van een kleine € 0,2 miljoen. Omdat het resultaat op de afdeling Inkomen ook licht negatief is, komt daarmee de ‘stelpost Klijnsmamiddelen’ niet in aanmerking voor overheveling naar 2015.

Product inburgering
Geen relevante afwijkingen

Begrotingswijzigingen van primitief naar dynamisch

1061 Werk & Inkomen

bedragen * € 1.000,-

Besl.nivo

Besl.dat.

agendapnt

Baten

Lasten

Saldo

Primitief

150.359

184.553

34.194

Wijzigingen

BW-01305 Verzamelvrstel Werk en Armoedebestr. '13- '14

Raad

29 jan '14

4/2014

92

92

BW-01322 Extra inzet armoede en schuldhuplverlening

Raad

12 mrt '14

25/2014

324

1.349

1.025

BW-01326 Aanvulling formatie Inburgering 2014-2015

Raad

17 sep '14

88/2014

390

320

-70

BW-01339 Voorjaarsnota TW en invest

Raad

11 jun '14

63/2014

928

1.214

286

BW-01342 invulling bezuiniging PN 2013 en PN 2014

College

16 dec '14

4.9

-31

-31

BW-01346 Formatie 2014 bureau Hatert werkt

College

20 mei '14

3.5

0

0

BW-01347 Formatie 2014 bureau jongerenloket

College

20 mei '14

3.4

0

0

BW-01356 Bestedingsplan Werk 2014

Raad

01 okt '14

106/2014

1.846

1.846

0

BW-01367 Meldingen najaarsnota 2014

Raad

03 dec '14

129/2014

182

182

BW-01368 Schuldhulpverlening

Raad

01 okt '14

110/2014

143

431

288

BW-01373 koopkrachttegemoetkoming 2014

Raad

12 nov '14

127/2014

921

921

Totaal Wijzigingen

3.631

6.324

2.693

Risico's

  • Zowel de omvang van de doelgroepen van het minimabeleid als het gebruik van de regeling is geschat. Deze prognose is moeilijk 100% op realiteitswaarde in te schatten.
    Dit leidt tot het risico van over- of onderuitputting van budgetten voor individuele regelingen of het
    product Armoedebestrijding (1061-03)
  • De exploitatie van Breed staat in 2014 en 2015 onder druk. Het gevolg hiervan is dat de eerder verwachte positieve exploitatieresultaten niet worden gerealiseerd. Een negatief bedrijfsresultaat in 2014 en 2015 kan Breed grotendeels  opvangen uit haar reserves; de bijdrage aan de reorganisatievoorziening welke in de Nijmeegse begroting gedekt werden door de verwachte positieve saldi van Breed, zal door de individuele gemeenten moeten worden opgebracht. Indien de exploitatie van Breed inderdaad negatief wordt, heeft Nijmegen onvoldoende middelen geraamd om  haar bijdrage aan de reorganisatievoorziening te kunnen bekostigen. Dit geldt ook voor dát deel van het exploitatietekort 2015 van Breed dat haar  beschikbare reserves  te boven gaat.
    De door Breed geraamde verbetering van de bedrijfsresultaten op middellange termijn zijn ambitieus. Bovendien staan de subsidie-inkomsten onder druk, deze zullen ook na de periode van de in de
    begroting weergegeven meerjarenraming verder teruglopen. Op basis van de geconstateerde risico’s
    in de bedrijfsvoering van Breed brengt het ontbreken van exploitatiebijdragen aan het sw-bedrijf in
    het meerjarenperspectief van de gemeenten een risico met zich mee. Hiermee ontstaat het risico
    voor de gemeente om alsnog een bijdrage aan de reorganisatie-kosten én een bijdrage aan het
    exploitatietekort van het SW-bedrijf te leveren.
  • Onze uitgaven voor bijstandsuitkeringen (WWB) kunnen hoger of lager liggen dan de Rijksuitkering a.g.v.: 1) veranderingen in het verdeelmodel/ wijzigingen in financieringssystematiek, 2) onze gemiddelde prijs per uitkering of 3) ons aantal uitkeringen. De financieringssystematiek is recent (eind sept 2014 bekend gemaakt) per 2015 gewijzigd en valt voor Nijmegen ongunstig uit.
    Vanwege een geleidelijke invoering van deze nieuwe verdeelsystematiek wordt dit nadelige effect in het eerste jaar (2015) gedempt. Op dit moment (januari 2015) lopen er nog diverse trajecten inzake het nieuwe verdeelmodel, waaronder een bezwaarschrift op de beschikking 2015 alsmede een landelijke evaluatie/verbetertraject op het zojuist ingevoerde nieuwe verdeelmodel. Het is de verwachting dat het model naar de nabije toekomst aangepast gaat worden. Vooralsnog passen wij de financiële risicomelding nog niet aan omdat de nadelen binnen de bestaande melding 'passen'. Dit leidt tot het risico dat we als gemeente meer uitgeven aan uitkeringen dan we van het rijk ontvangen en de gemeente dus een tekort heeft.
  • Invoering van nieuwe financieringssystematiek BBZ per 1/1/2013 (BBZ/ kredietverlening --> bonus/malus). Dit kan leiden tot een positief of negatief financieel resultaat.
    De ingeslagen weg van de regionale samenwerking brengt voorbereiding- en frictiekosten met zich mee. De daadwerkelijke kosten overschrijden de begrote uitgaven. Hierdoor ontstaan niet voorziene budgetoverschrijdingen.
  • In het jaarrekeningresultaat van 2014 hebben wij een incidenteel resultaat gemeld inzake vrijval balanspost ‘verhaalbare bijstand’ (BBZ uitkeringen aan zelfstandigen); dit in verband met overgang van oude naar nieuwe verantwoordingssystematiek. In de toelichting bij deze melding is opgenomen dat deze vrijval is gebaseerd op impliciete aannames en een expliciete melding van het Rijk ontbreekt. Daarom houden we vooralsnog een risicomelding aan t.a.v. dit dossier. Het is onze verwachting dat dit risico met de loop der tijd zal kunnen komen te vervallen. De hoogte van dit risico  (max) is overigens iets lager dan het gerapporteerde voordeel in 2014 van € 2,7 miljoen. Zie voor meer details het gemaakte onderzoeksrapport. Dit leidt tot het risico van mogelijk alsnog terugbetalen van de eerder opgenomen verplichting aan het Rijk.