Zorg & Welzijn - Stadsrekening 2014

Programma Zorg & Welzijn

Algemeen

In 2014 is het nieuwe beleidskader Wmo & Jeugd 2015-2018 vastgesteld door college en raad, waarmee we vasthouden aan de ingezette koers. Belangrijk element in deze koers is het wijkgerichte werken, dat in 2014 is doorontwikkeld. Aan het wijkgerichte basismodel zijn de welzijnsdomeinen van de W4-instellingen (Tandem, Het Inter-lokaal, NIM Maatschappelijk Werk en Swon het seniorennetwerk)  gekoppeld: inclusieve wijknetwerken; informele zorg; informatie en advies (Stips); hulpverlening en coördinatie (met de sociale wijkteams als spil) en regie, dwang en drang (met de regieteams als spil). De afgelopen periode hebben we fors  ingezet op meer samenhang en samenwerking tussen de grotere welzijnsinstellingen. Dit heeft geresulteerd in een gezamenlijk offertetraject voor de W4, waarbij voor 2015 ook MEE is aangesloten.
Met de infrastructuur van Stips, sociale wijkteams en regieteams hebben we een belangrijke basis gelegd voor de nieuwe Wmo- en jeugdhulptaken waarvoor we per 1 januari 2015 verantwoordelijk zijn.

Wat betreft de langdurige en specialistische ondersteuning, zijn in het laatste kwartaal van 2014 in regionaal verband contracten gesloten met aanbieders op het gebied van jeugdhulp, de nieuwe Wmo (begeleiding, dagbesteding, beschermd wonen). Dit is uitgemond in lokale contracten per gemeente voor ambulante begeleiding/jeugdhulp, kortdurend verblijf en dagbesteding en regionale contracten voor jeugdhulp met verblijf, jeugdbescherming en beschermd wonen. Arbeidsmatige dagbesteding is ondergebracht bij het regionale werkbedrijf. Subsidies zijn lokaal door gemeente Nijmegen verleend aan het netwerk Dagbesteding Ouderen Nijmegen en aan het RIBW en Ixta Noa voor de inloopvoorzieningen GGZ. De decentralisatie van het beschermd wonen GGZ is in minder dan een jaar geheel voorbereid, zodat voor alle mensen die in onze regio beschermd wonen nodig hebben, continuïteit van zorg gerealiseerd is.  De aparte meldpunten voor huiselijk geweld en kindermishandeling zijn samengevoegd en op 1 januari 2015 start het samengevoegde meldpunt onder de naam Veilig Thuis.

Het convenant met Coöperatie VGZ  heeft een nauwe relatie met het werken in wijknetwerken. Diverse doelen van de vier  thema's uit het convenant (sociaal wijkteam, GGZ, Ouderen en Preventie) zijn behaald. Zo is het aantal praktijkondersteuners GGZ bij de huisartsenpraktijken (POH'ers), die participeren in de sociale wijkteams, fors toegenomen en wordt de ouderenmodule (screening, plan en zorg) in veel huisartsenpraktijken ingezet. Samen met de regiogemeenten is in goed overleg met de Coöperatie VGZ de inkoop van de wijkverpleegkundige inzet in het sociaal wijkteam voor 2015 geregeld. Wat betreft gezondheidspreventie hebben  weer diverse gezonde leefstijlactiviteiten plaatsgevonden dankzij de inzet van gezondheids- en beweegmakelaars in wijken en op scholen.  

De reguliere activiteiten gingen in 2014 gewoon door. Tal van vrijwilligers- en maatschappelijke organisaties voor bijvoorbeeld ouderen zijn we in 2014 blijven ondersteunen. En Nijmegen kent een gedegen netwerk met organisaties voor vrijwillig jeugdwerk, jongerencentra en ontmoetingsmogelijkheden. Voor de uitbreiding van jongerencentra in de Waalsprong is een krediet voor uitbreiding en nieuwbouw in Oosterhout en Lent beschikbaar gesteld.

In 2014 hebben we in tegenstelling tot veel andere gemeenten het beleid en de criteria voor de bestaande Wmo-voorzieningen, waaronder hulp bij het huishouden, niet gewijzigd. De klanttevredenheid over individuele Wmo-voorzieningen is stabiel gebleven. Dankzij de succesvolle aanvraag en toekenning van de Toelage Hulp bij het Huishouden in 2014 kunnen wij ook in 2015 de hulp bij het huishouden op hetzelfde peil houden.

In het beleidskader Wmo en Jeugd 2015-2018 is diversiteit opgenomen als rode draad door het gehele aanbod heen. We vinden het belangrijk dat organisaties die zorg bieden, kunnen omgaan met culturele en seksuele diversiteit en dit hebben we dan ook als voorwaarde opgenomen in de afgesloten contracten met zorgaanbieders. Betrokken instellingen in de stad (zoals het Inter-Lokaal, Vluchtelingenwerk, IVC en Intercity) werken aan het bevorderen van de participatie en zelfredzaamheid van vluchtelingen, migranten en andere kwetsbare burgers.  Deze instellingen werken merkbaar meer samen waardoor het aanbod efficiënter wordt ingezet. Om de maatschappelijke acceptatie van homoseksualiteit te bevorderen zijn diverse projecten ondersteund zoals Roze woensdag, Theater AanZ, stichting Dito, het  Roze Huis en SchoolsOUT. Naar aanleiding van de uitspraak van het Europees Comité voor Sociale Rechten hebben we naast de noodopvang een opvangvoorziening met bed, bad en brood voor uitgeprocedeerden in de steigers staan, die in januari 2015 open gaat.

Tot slot hebben we ook in 2014 voorzieningen beschikbaar gesteld waarmee dak- en thuislozen, zwerfjongeren en slachtoffers van huiselijk geweld konden worden opgevangen en hebben we begeleiding en nazorg aan ex-gedetineerden geboden. Met IrisZorg hebben we de omslag naar werken in trajecten per 2015 voorbereid. De cliënt en zijn maatschappelijk herstel staan hierbij centraal in het werk, niet de voorziening. Door het Meldpunt Bijzondere Zorg, Iriszorg, Pro Persona en de RIBW is bemoeizorg geleverd aan zorgmijdende dak- en thuislozen. We hebben drie vernieuwende projecten voor (tijdelijke) huisvesting opgestart: Housing First, Tijdelijk Wonen en het Huis om te Zijn, en we hebben stappen gezet voor de realisatie van de zorgwoningen Weezenhof.

Maatschappelijk effect

  • Inwoners van Nijmegen kunnen zo zelfstandig mogelijk wonen, leven en deelnemen aan de samenleving, uitgaand van zelfregie of met inzet van de sociale omgeving.
  • Jongeren benutten hun individuele mogelijkheden optimaal en ouders nemen hun verantwoordelijkheid.
  • Nijmegenaren zijn bereid om elkaar te helpen en mensen kunnen een beroep doen op hun sociale omgeving als ze hulp nodig hebben
  • De gezondheidsverschillen tussen mensen met hoge en lage opleiding nemen niet toe.
  • Inwoners met verschillende achtergronden voelen zich thuis in Nijmegen en participeren in de samenleving.
  • De tevredenheid van onze Wmo-cliënten over de verstrekking van individuele voorzieningen blijft ruim voldoende.
  • Sociaal kwetsbare mensen zijn onder dak en hebben weer perspectief; de maatschappelijke overlast die sommigen uit deze doelgroepen veroorzaken, vermindert.

Stimuleren participatie

Wat willen we bereiken?

Alle inwoners van Nijmegen, mensen zonder en met beperkingen,  leven zo zelfstandig mogelijk en participeren in de samenleving. Wij bevorderen de leefbaarheid en sociale samenhang in de stad en in de wijken.
We kiezen voor onderstaande indicator uit de Stads- en Wijkmonitor die is opgebouwd uit de volgende onderdelen: ik kan goed voor mezelf zorgen; ik kan alles goed aan; ik kan prima voor mezelf opkomen en ik krijg hulp van mensen uit mijn omgeving.

Wat hebben we bereikt?

Vanuit het principe 'zo dichtbij mogelijk' is in 2014 het wijkgerichte werken doorontwikkeld. Aan het wijkgerichte basismodel zijn de welzijnsdomeinen van de W4-instellingen (Tandem, Het Inter-lokaal, NIM Maatschappelijk Werk en Swon het seniorennetwerk)  gekoppeld: inclusieve wijknetwerken, informele zorg, informatie en advies (Stips), hulpverlening en coördinatie (met de sociale wijkteams als spil), regie, dwang en drang (met de regieteams als spil). De afgelopen periode hebben we ingezet op samenhang en samenwerking tussen de grotere welzijnsinstellingen.

In 2014 zijn zes van de negen Stips ingericht en is de wijkoverstijgende Info- en advieslijn (digitaal en telefonisch) in werking getreden, die vanaf oktober 2014 fungeerde als helpdesk voor vragen over de veranderingen in de zorg. De Stips verschillen in grootte: twee Stips XL (Wijkcentrum Dukenburg en Wijkcentrum Titus Brandsma), waar meer gespecialiseerde kennis en diensten aanwezig zijn. Deze Stips XL functioneren tevens als back office voor de andere Stips. Dit geldt ook voor de Info- en advieslijn. In de Stips werkt een groot aantal professionele instellingen en vrijwilligersorganisaties samen, waaronder onderdelen van de gemeentelijke dienstverlening (Loket Zorg & Wonen en de Sociaal Raadslieden). Iedere Stip bestaat uit een groep vrijwilligers en een coördinator. De Stips en Sociale Wijkteams zijn zoveel mogelijk op dezelfde locatie gehuisvest. De Stips nemen de enkelvoudige en informatie- en adviesvragen voor hun rekening, terwijl de sociale wijkteams zich op de meervoudige en complexere vragen richten.

In korte tijd zijn de Sociale Wijkteams een begrip geworden in Nijmegen. De teams blijken een vliegwiel te zijn voor verandering in de wijk. De sociale wijkteams hebben een spilfunctie in het realiseren van onze Wmo-doelstellingen, maar staan er zeker niet alleen voor.  De sociale wijkteams richten zich op alle doelgroepen en mensen met meervoudige vragen: van 0 tot 100 jaar. Het accent van de sociale wijkteams heeft in de eerste periode gelegen op individuele ondersteuning (vraagverheldering, netwerkgesprekken, kortdurende ondersteuning), maar de sociale wijkteams richten zich zeker ook op het aanjagen en faciliteren van wijkactiviteiten. In 2014 zijn 10 sociale wijkteams operationeel geworden. Hiermee is er een stadsdekkend netwerk van sociale wijkteams actief in Nijmegen: in Lindenholt, Hatert, Noord, Midden, Oud-West, in Dukenburg, Oost, Centrum, Nieuw-West en Zuid. In de pilot en daarna ook bij de nieuwe teams is een groot accent gelegd op het ontwikkelen van een andere attitude van de werkers. Met inzet van de Sonestra-methode, de sociale netwerkstrategie, en het actieleren van de HAN is geïnvesteerd in het “kantelen”.

Met deze infrastructuur van Stips, sociale wijkteams en regieteams hebben we een belangrijke basis gelegd voor de nieuwe Wmo- en jeugdhulptaken waarvoor we per 1 januari 2015 verantwoordelijk zijn. De sociale wijk- en regieteams kunnen vanaf 2015 samen met huis- en jeugdartsen volwassenen en jeugdigen toeleiden naar zwaardere zorgtrajecten en -voorzieningen: Wmo-maatwerkvoorzieningen en individuele jeugdvoorzieningen.

Met ingang van 2015 wordt het welzijnsdomein uitgebreid een aantal taken. In de regio Nijmegen is er voor gekozen de volgende nieuwe taken lokaal in te kopen en lokaal te organiseren: de cliëntondersteuning voor mensen met een beperking, de basisdagbesteding ouderen en de inloopfunctie GGZ. In 2014 hebben we de opdrachtformulering en subsidiëring van deze functies voorbereid en gerealiseerd.

Indicatoren

Stimuleren participatie

Realisatie 2013

Doelstelling 2014

Realisatie 2014

1. Ik kan goed voor mezelf zorgen etc.

90%

90%

--*

* Cijfer uit burgerpeiling; burgerpeiling is in 2014 niet gehouden (2-jaarlijks).

Wat hebben we ervoor gedaan?

  • We hebben voor 2014 een overeenkomst met de W4-organisaties afgesloten op basis van een gezamenlijke meerjarige offerte. Tevens is de subsidieverlening voor 2015 voorbereid. De W4 heeft  op basis van de gemaakte afspraken in 2014 op uitvoeringsniveau in toenemende mate een coördinerende en regisserende verantwoordelijkheid op de domeinen van de Basisinfrastructuur Welzijn op zich genomen. In het bijzonder ten aanzien van de Stips, de Sociale wijkteams en de Dagbesteding ouderen.  
  • In 2014 zijn zes Stips gerealiseerd en is de Stip -Informatie en Advieslijn operationeel. Voor 2015 is een werkplan opgesteld voor de verdere uitrol en doorontwikkeling van de Stips, met als aandachtspunten onder meer de afstemming van de inzet van vrijwilligers en de meer  gespecialiseerde ondersteuning en de aansluiting van de Stips op de huidige wijkstructuren, onder meer de sociale wijkteams.  
  • In 2014 heeft de uitrol plaatsgevonden van alle 10 sociale wijkteams. Hiermee komt een eind aan de pilotfase waarin experimenteren centraal stond en de regie hierop primair bij de gemeente Nijmegen lag. Vanaf 2015 opereren de sociale wijkteams regulier in het hart van de Basisstructuur Welzijn en verschuift de uitvoeringsregie van de gemeente meer naar de samenwerkende partners. Hiervoor is het exploitatieplan sociale wijkteams 2015 opgesteld, dat begin 2015 wordt bekrachtigd middels het aangaan van een samenwerkingsovereenkomst tussen de samenwerkende partners, waaronder de gemeente Nijmegen. Met ingang van 1 januari 2015 krijgen de sociale wijkteams er in het kader van de transitie sociaal domein een taak bij: het toeleiden naar zorg en ondersteuning. Hiertoe is een privacyconvenant opgesteld, waarin de afspraken staan voor de gegevensverwerking tussen sociale wijkteamleden en tussen sociale wijkteams en derden.
  • De Basisstructuur Welzijn wordt per 2015 uitgebreid met de cliëntondersteuning voor mensen met een beperking van MEE Gelderse Poort. Op basis van het regionale transitie-arrangement hebben we afspraken gemaakt over de inbedding van de producten van MEE in de Basisstructuur Welzijn. De producten van MEE zijn inhoudelijk meegenomen in de subsidieaanvraag van de W4 2015 om zodoende de inbedding in Basisstructuur nader vorm te geven.
  • We hebben Swon het seniorennetwerk gevraagd het voortouw te nemen in het opstellen van een gezamenlijke plan en een offerte voor de organisatie van de basisdagbesteding ouderen als algemene voorziening, ingebed in de Basisstructuur Welzijn. De aanbieders hebben zich in 2014 verenigd in het Netwerk Dagbesteding Ouderen Nijmegen en gecommitteerd aan het bieden van zorggarantie in 2015 en de gezamenlijke ontwikkeltaak voor 2015 en verder.
  • Voor de inloopvoorzieningen GGZ, die ook nieuw zijn in de Wmo, is aan de betrokken instellingen, het RIBW en Ixta Noa, gevraagd om in samenwerking met het Zelfregiecentrum één offerte en plan in te dienen. Op basis van dit plan is subsidie verleend.
  • Tot slot hebben we de structurele ondersteuning van tal van kleine en grotere maatschappelijke organisaties voortgezet. deze organisaties zetten zich in voor de participatie en ondersteuning van mensen met een beperking, kwetsbare ouderen, bewonersinitiatieven, mantelzorgondersteuning, vrijwilligerswerk etc. (onder meer De Vrijwiligerscentrale, de Hobbywerkplaatsen,  De Hulpdienst, vrijwilligersorganisaties voor ouderen en gehandicapten). In 2014 is tevens gestart met het toekennen van een persoonlijke blijk van waardering door de burgemeester voor vrijwilligers voor hun bijdrage aan het welzijn van de stad tijdens de uitreiking van Het Lokale Compliment.

Optimale kansen voor de jeugd

Wat willen wij bereiken?

Binnen deze hoofddoelstelling formuleren we de  volgende doelstellingen:  

  • wij willen dat jeugdigen zich optimaal kunnen ontwikkelen tot zelfredzame volwassenen. Wij bieden jeugdigen daarom perspectief op zinvolle activiteiten, opleiding of werk. Risicojongeren hebben daarbij onze speciale aandacht;
  • Wij willen een positief opvoedklimaat creëren en ouders stimuleren maximale verantwoordelijkheid voor hun kinderen te nemen bij het opvoeden;
  • wij bieden eerstelijns hulp en ondersteuning aan jeugdigen van 0-23 jaar en hun gezinnen, die dat nodig hebben. We doen dat zo licht mogelijk en zo dichtbij mogelijk, waarbij we ernaar streven de instroom in de tweedelijns zorg gerichter in te zetten.

Wat hebben we bereikt?

Nijmegen kent een gedegen netwerk met algemeen voorzieningenniveau van vrijwillig jeugdwerk,
jongerencentra en ontmoetingsmogelijkheden.  Jongerenwerk in de wijken zorgt ervoor dat jongeren een aanspreekpunt hebben en op een positieve manier kunnen meedoen in de wijk. Het voorkomt in veel gevallen zwaardere problematiek en helpt jongeren om op school te blijven, werk te behouden of te vinden. Om die reden zijn er structureel € 200.000 extra ingezet voor jongerenwerk in de wijken. We richten ons daarbij op individuele begeleiding van jongeren in Nijmegen Noord en in andere wijken in Nijmegen waar ondersteuning hard nodig is. In 2014 is het besluit genomen voor de realisatie van een jongerencentrum als aanbouw bij De Ster in Lent en een inpandige uitbreiding van het jongerencentrum in De Klif te Oosterhout. Binnen de voorzieningen bieden we jeugdigen de gelegenheid om hun individuele mogelijkheden optimaal te benutten. Er is een pilot gedraaid met jongerencentra in meer of mindere mate van zelfbeheer. Ook de ondersteuning van het vrijwillig jeugdwerk in de wijken, zoals de scouting en bouwdorpen, houden we overeind.

We hebben daarnaast invulling gegeven aan de acties uit de Wmo-uitvoeringsnotitie Jeugd- en jongerenwerk. Het jongerenwerk werkt meer samen met het onderwijs, richt zich meer op preventie, met een focus op jongere kinderen in de schakelleeftijd. Tegelijkertijd worden met projecten als Op Jezelf en de training van jongerencoaches uit het eigen netwerk oudere jongeren niet losgelaten en ondersteund bij activiteiten. Meiden en kwetsbare jongeren krijgen meer aandacht. Overlast en opschaling werkt naar tevredenheid van de partners. Men weet elkaar goed te vinden en elkaars professionaliteit goed in te zetten rondom specifieke casussen.

De aansluiting met het onderwijs is verder versterkt. Er zijn in het kader van passend onderwijs op twee momenten wettelijk verplichte bestuurlijke overleggen gevoerd met de samenwerkingsverbanden passend onderwijs en er zijn afspraken gemaakt over de aansluiting van de schoolinterne zorgstructuur op en toeleiding naar de sociale wijkteams. Ditzelfde geldt voor de zorgstructuur 0-4 jarigen. De zorgcoördinatoren van Kijk op Kleintjes werken samen in het jeugdnetwerk. Er zijn afspraken gemaakt met kinderopvangorganisaties en zorgaanbieders over het ontwikkelen van passende kinderopvang in Nijmegen. Op het gebied van schoolmaatschappelijk werk is in 2014 gestart met de voorbereiding van een evaluatie. Ook deze functie moet naadloos aansluiten op de nieuwe zorgstructuur.

In 2014 zijn de Centra voor Jeugd en Gezin (CJG) geïntegreerd in het grotere geheel van de Wmo. De sociale wijkteams en de regieteams vormen vanaf 1 januari 2015 de spil  bij het bieden van en toeleiden naar hulp en ondersteuning op alle leefgebieden en voor alle leeftijden. Deze teams werken nauw samen met de vindplaatsen, zoals scholen en kinderopvang. In 2014 is met het oog op de transitie van de Jeugdzorg extra geïnvesteerd in de versterking van de inzet en expertise op het gebied van jeugd in de sociale wijkteams. Ook de basisvoorzieningen, zoals de jeugdgezondheidszorg en het (school)maatschappelijk werk vervullen hierin een belangrijke functie.

In 2014 is verder gewerkt aan de herijking van het preventief jeugdbeleid op basis van de in 2013 vastgestelde Wmo-uitvoeringsnotitie Preventief Jeugdbeleid. Een solide preventief jeugdbeleid is de basis voor de transitie van de jeugdzorg, jeugd-GGz en jeugd-LVG. 2014 stond voor een belangrijk deel in het teken van de implementatie en voorbereiding van de daadwerkelijke transitiedatum van 1 januari 2015. Er zijn contracten gesloten met aanbieders op het gebied van ambulante trajecten, dagbesteding, dagbehandeling, (semi)residentiële zorg, pleegzorg, jeugdbescherming en jeugdreclassering . Er is een functioneel Programma van Eisen vastgesteld voor de inrichting van het Advies en Meldpunt Huiselijk Geweld en Kindermishandeling Veilig Thuis Gelderland-Zuid.  Vanaf 1 januari 2015 start de uitvoering door de GGD.  Voor het gedwongen kader zijn werkprocessen ontwikkeld en is door de Gecertificeerde Instellingen een transitieplan opgesteld. Aan een verdere transformatie in 2015 wordt gewerkt.

Vanwege de oververtegenwoordiging van allochtone jongeren in de zware vormen van
Jeugdzorg is met het EIF-project ingezet op het verbeteren van de toegankelijkheid van preventieve
jeugdvoorzieningen voor allochtone ouders. Ook is met de aan de regio Nijmegen toegekende
middelen uit het provinciale Programma Regionale Sociale Agenda en de processubsidie Risicojongeren 16 – 23 jaar  ingezet op de groep overbelaste jongeren met een groot risico op maatschappelijke uitval, waaronder tienermoeders en meiden.

Bezuinigingen
De Onderzoeksopdracht Onderwijs en Ondersteuning Jeugd is in 2014 afgerond. De mogelijkheden zijn in beeld gebracht om functies effectiever te benutten en zo efficiënt mogelijk in te richten. Om het belangrijke aanbod van vrijwillig jeugdwerk in de wijken overeind te houden is besloten om de taakstelling voor dit onderdeel binnen de onderzoeksopdracht met € 100.000 te verlagen. In 2014 zijn afspraken gemaakt met de schoolbesturen over structurele bezuinigingsmogelijkheden m.i.v.  2015. Voor het product jeugd heeft de uitwerking van de onderzoeksopdracht geen inhoudelijke gevolgen.

Indicatoren

Optimale kansen voor de jeugd

Realisatie 2013

Doelstelling 2014

Realisatie 2014

2.1 Jeugdigen dat zich probleemrijk vindt

11

13

-- *

2.2 Ouders dat aangeeft behoefte te hebben aan opvoedsteun

9%

9%

8%**

* Cijfer uit burgerpeiling; burgerpeiling is in 2014 niet gehouden (2-jaarlijks).

** Kindermonitor 2013-2014

Wat hebben we ervoor gedaan?

  • De wijkraden, Tandem, de jongeren en diverse wijkbewoners zijn op verschillende momenten en manieren nauw betrokken bij het traject voorafgaand aan het besluit tot realisatie en uitbreiding van de twee jongerenvoorzieningen in Nijmegen-Noord. Op 3 november 2014 is in Lent nog een aparte informatiebijeenkomst gehouden voor inwoners van Lent om de optie van aanbouw De Ster voor te leggen. Deze aanbouw is door de aanwezigen positief ontvangen. De jongeren worden in 2015 nauw betrokken bij de inrichting en programmering van de nieuwe accommodaties. Er wordt in kaart gebracht welke jongerenvoorzieningen er aanwezig zijn en welke er nog nodig zijn in het stadsdeel Nijmegen-Noord.
  • Het jongerenwerk en preventief jeugdbeleid in de stad wordt uitgevoerd op basis van de afspraken met de W4, de Wmo-uitvoeringsnotitie jongerenwerk 2013, de uitvoeringsnotitie preventief jeugdbeleid en het Beleidsplan Wmo en Jeugd dat in 2014 is vastgesteld. Met de partners in het jongerenwerk is de Wmo-uitvoeringsnotitie nog eens op status van activiteiten en afspraken nagelopen. Hierbij is vastgesteld dat de belangrijkste activiteiten inmiddels worden uitgevoerd zoals dit eerder is afgesproken.
  • In 2014 is er op twee momenten bestuurlijk op overeenstemming gericht overleg gevoerd over passend onderwijs  tussen de  17 betrokken gemeenten en de bestuurders van samenwerkingsverbanden passend onderwijs in regio 25.07. Ter voorbereiding op dit overleg zijn verschillende inhoudelijke werksessies georganiseerd met professionals uit de praktijk van onderwijs en zorg. Ook is intensief geÏnvesteerd in het proces van intergemeentelijke en bestuurlijke afstemming, zowel met de wethouders Onderwijs als de wethouders Zorg en Welzijn.
  • Binnen de gemeente Nijmegen is een aantal partijen aan de slag gegaan met het ontwikkelen van een nieuwe manier van werken binnen de kinderopvang. Een manier van werken die aansluit bij transities en de ontwikkelingen binnen het Passend onderwijs. Er ligt inmiddels een notitie die door alle betrokken partijen (kinderopvang, instellingen, GGD) gedragen wordt. Werksessies, werkgroepbijeenkomsten en regelmatig overleg zijn hieraan vooraf gegaan. Nu de notitie er ligt is er ruimte voor doorontwikkeling en uitvoering in 2015.
  • Sinds 2008 is ‘Kijk op Kleintjes’ een vast onderdeel van de Nijmeegse zorgstructuur. Deze werkwijze past binnen de sluitende zorgketen voor jeugdigen van 0 tot 23 jaar en past dus in het Wmo-beleid (Voorschoolse Voorzieningen). ‘Kijk op Kleintjes’ is een werkwijze voor kinderen van 0 tot 4 jaar. Binnen deze structuur zijn zorgcoördinatoren werkzaam. Deze coördinatoren signaleren ontwikkelingsproblemen bij kinderen op kinderdagverblijven en peuterspeelzalen. Zij verwijzen kinderen door en verlenen hulp aan kinderen en hun ouders van 0 tot 4 jaar. Door vroegtijdig ontwikkelingsproblemen vast te stellen, kan zwaardere hulp op latere leeftijd voorkomen worden. Het gaat om gemiddeld 800 consultaties bij kinderen per jaar en met de opvoedhulp betreft het gemiddeld 400 kinderen per jaar.
  • De verbinding en aansluiting met de zorgcoördinatoren en ZAT’s wordt steeds beter gelegd. Momenteel loopt er een stuur- en werkgroep om de ‘Kijk op Kleintjes’ ook in de nieuwe zorgstructuur door te laten lopen.
  • Belangrijk voor de sociale wijkteams is de pilot NIM & BJZ, waarin medewerkers jeugdhulpverlening van BJZ werden toegevoegd aan de lokale teams van NIM. Om zo de expertise om breed te kijken naar opgroei en opvoedproblematiek en de ernst in te schatten over te dragen naar medewerkers van NIM. Voor de verdere directe versterking van expertise jeugd in de sociale wijkteams zullen begin 2015 nieuwe medewerkers met ervaring en expertise in de Jeugdzorg in dienst worden genomen  bij NIM. Deze medewerkers worden toegevoegd aan de Sociale Wijkteams. Zij werken vanuit de Sociale Wijkteams en hebben daarnaast de taak om hun collega’s van NIM te coachen in jeugd en opvoedingszaken.
  • Binnen het gedwongen kader hebben in 2014 veel ontwikkelingen plaats gevonden. Er zijn uitgebreid voorbereidingen getroffen voor de inrichting van het Advies en Meldpunt Huiselijk Geweld en Kindermishandeling Veilig Thuis Gelderland-Zuid. De GGD heeft de begroting voor Veilig Thuis Gelderland-Zuid opgesteld en er is budget beschikbaar gesteld aan de GGD om uitvoering mogelijk te maken in 2015. Daarnaast heeft zijn er werkprocessen ontwikkeld  voor het gedwongen kader, ligt er van de Gecertificeerde Instellingen een transitieplan en wordt er gewerkt aan verdere transformatie in 2015.
  • In 2014 hebben we zowel ambtelijk als bestuurlijk intensieve gesprekken gevoerd met het Primair Onderwijs en het Voortgezet Onderwijs over de onderzoeksopdracht Onderwijs & Ondersteuning Jeugd. De grootste uitdaging was om op basis van deze gesprekken te komen tot afspraken over bezuinigingsmogelijkheden, steeds met functiebehoud op alle onderdelen  als uitgangspunt.

Bevorderen gezondheid

Wat willen wij bereiken?

Met het vaststellen van de nota “Samen gezond verder” gezondheidsbeleid 2013-2016 blijven wij ons inzetten op:

  1. Het verminderen van overgewicht / stimuleren van een gezonde leefstijl
  2. Het tegengaan van alcoholgebruik door jongeren
  3. Het versterken van de mentale gezondheid
  4. Het verkleinen van gezondheidsverschillen

Gezondheidsverbetering is vooral gericht op verandering van gedrag. Gedragsverandering is niet snel en eenvoudig te realiseren. Daarmee kent gezondheidsbeleid doelstellingen voor langere termijn, langer dan 4 jaar.

Wat hebben we bereikt?

Wij hebben uitvoering gegeven aan de het gezondheidsbeleid 2013-2016 "Samen gezond verder". Tevens is er een uitvoeringsprogramma Gezond ouder worden, gezamenlijk opgesteld door partijen in het veld, vastgesteld en gestart.
De GGD heeft uitvoering gegeven aan de wettelijke taken, zoals infectieziekten-bestrijding en de jeugdgezondheidszorg.
Uit de evaluatie van de samenwerking tussen gemeente en Coöperatie VGZ  blijkt dat we diverse doelen van onze gezamenlijke thema's (sociaal wijkteam, GGZ, Ouderen en Preventie) hebben bereikt. Zo is het aantal praktijkondersteuners (POH) GGZ bij de huisartsenpraktijken fors toegenomen en wordt de ouderenmodule (screening, plan en zorg) in veel huisartsenpraktijken ingezet. De samenwerking krijgt een vervolg in 2015.
Samen met de regio gemeenten is in goed overleg met de Coöperatie VGZ de inkoop van de wijkverpleegkundige inzet in het Sociaal Wijkteam voor 2015 geregeld.

Indicatoren

Bevorderen gezondheid

Realisatie 2013

Doelstelling 2014

Realisatie 2014

3.1 Volwassen inwoners dat zich gezond voelt (hoge opl. vs lage opl.)

89% - 59%

-

-

3.2 Jeugdigen met overgewicht

13,1%

-

13,7%*

Indicator 3.1 wordt elke twee jaar gemeten via de Stadspeiling. Over 2014 zijn daarom geen cijfers bekend en is dan ook geen doel gesteld.

Wat hebben we ervoor gedaan?

  • Door de inzet van gezondheidsmakelaars/beweegmakelaars zijn in de wijken en op scholen weer diverse activiteiten geweest om een gezonde leefstijl te bevorderen. Van beweegprogramma's voor kinderen en volwassen met obesitas, tot schoolmoestuinen en een vernieuwd schoolplein voor Kandinsky College. Van valpreventie maand tot Stoptober, waarbij met verschillende activiteiten mensen ondersteund werden om een  maand te stoppen met roken.
  • Zowel primair als voortgezet onderwijs als het ROC zijn afgelopen jaar op verschillende manieren bezig geweest met het realiseren van een gezonde schoolomgeving. Op diverse scholen is gebruik gemaakt van beweeggames en het Europese programma om fruit eten te stimuleren. Scholen hebben meegedaan aan scoren voor gezondheid en Sportieve gezonde school XL.  De scholen zijn daarin onder andere ondersteund door de GGD Gelderland-Zuid en Sportservice Nijmegen.
  • Het extra contactmoment voor adolescenten is ingevoerd door de  GGD. Naast individuele contacten bestaat dit ook uit extra inzet op VO-scholen en ROC voor collectieve preventieve activiteiten en tegengaan van ziekteverzuim.
  • Vanuit het alcoholmatigingsproject Durf Nu zijn weer diverse activiteiten georganiseerd. De focus lag met name op het voorlichten, ondersteunen, adviseren en begeleiden van horeca, supermarkten en sportkantine om de naleving van de leeftijdsgrens te verbeteren. Uit de in 2014 uitgevoerde Mystery Kids- onderzoek, waar jongeren van 17 jaar een poging doen om alcohol te kopen, blijkt dat in 62% van de (poging tot ) aankopen in Nijmegen sprake is van geen naleving van de leeftijdsgrens van 18 jaar.  
  • De gemeente Nijmegen doet mee met het "Gezond in"- programma vanuit het ministerie van VWS. Het programma richt zich met name op gezondheidsachterstanden. Begin 2015 zal hiervoor een uitvoeringsprogramma wordt vastgesteld.

Gelijke kansen voor iedereen

Wat willen wij bereiken?

Onze ambitie is dat inwoners met verschillende achtergronden zich thuis voelen in Nijmegen en volwaardig kunnen participeren. Er is ruimte voor diversiteit en er zijn gelijke kansen voor iedereen, ongeacht leeftijd, afkomst, uiterlijk, beperking, geslacht of seksuele voorkeur. Mensen kunnen zichzelf zijn in Nijmegen.

Om dit te bereiken streven wij ernaar dat er binnen reguliere instellingen en in onze eigen gemeentelijke dienstverlening erkenning is voor de diversiteit in de Nijmeegse bevolking.
We hebben daarbij het voornemen om diversiteit aandacht te geven in alle programma’s van de gemeente. Zo werken we integraal aan het bevorderen van gelijke behandeling van alle inwoners en aan preventie van discriminatie.

We hanteren de volgende doelstellingen:

  • Participatie en interactie
    Wij streven naar een verhoging van de maatschappelijke participatie van nieuwe Nijmegenaren. Doel is een stijging van het percentage Turkse, Marokkaanse en overige  niet-westerse Nijmegenaren dat vrijwilligerswerk doet van 36 % in 2012 naar 40 %.
  • Seksuele diversiteit en vrouwenemancipatie
    Wij willen dat Nijmegen een stad is waarin homoseksuelen, lesbiennes, biseksuelen en transgenders maatschappelijk geaccepteerd worden. Doel is handhaving van het percentage inwoners dat in de stadspeiling 2012 aangeeft dat homo’s en lesbiennes hun eigen leven moeten kunnen leiden op 96%. Landelijk willen wij onze koploperspositie handhaven. Daarnaast streven we naar emancipatie van vrouwen en richten ons daarbij vooral op vrouwen met een andere culturele achtergrond.
  • Vluchtelingen en asielzoekers
    Nijmegen blijft een stad die vluchtelingen en asielzoekers een warm welkom biedt. We willen dat nieuwkomende statushouders conform de landelijke taakstelling snel en adequaat gehuisvest worden en begeleiding krijgen die van korte duur – maximaal één jaar - is.  We streven daarbij naar een goede doorverwijzing van alle verblijfsgerechtigde vluchtelingen naar de reguliere diensten en instellingen in de stad.

Wat hebben we bereikt?

Om gelijke kansen te waarborgen en discriminatie tegen te gaan, hebben wij in 2014 afspraken gemaakt met Bureau Gelijke Behandeling Gelderland-Zuid  'Ieder1Gelijk' over de aanpak van discriminatie op de arbeidsmarkt. Dit wordt uitgevoerd in samenwerking met de afdeling Werk.
In het beleidskader Wmo en Jeugd 2015-2018 is diversiteit opgenomen als rode draad door het gehele aanbod heen. We vinden het belangrijk dat organisaties die zorg bieden kunnen omgaan met culturele en seksuele diversiteit.
Diverse instellingen in de stad (zoals het Inter-Lokaal, Vluchtelingenwerk, IVC, Intercity) werken aan het bevorderen van de participatie en zelfredzaamheid van vluchtelingen, migranten en andere kwetsbare burgers. Met deze inzet zijn ca. 4000 burgers bereikt.  De instellingen in de stad werken merkbaar meer samen waardoor het aanbod efficiënter wordt ingezet.
Door de hoge instroom van vluchtelingen is de huisvestingstaakstelling van statushouders in 2014 verhoogd. Door de betrokken instellingen is het gelukt deze taakstelling te halen en zijn er 156 vluchtelingen in Nijmegen gehuisvest en kregen maatschappelijke begeleiding gericht op zelfredzaamheid.
In samenwerking met de uitvoeringspartners hebben wij uitvoering gegeven aan het seksuele diversiteitsbeleid. De aandacht voor diversiteit was zichtbaar  in de stad  op bijeenkomsten als de Roze Meimaand, Roze Woensdag en de ComingOut day (11 oktober).
De aandacht voor seksuele diversiteit, bespreekbaarheid van verschillen en veiligheid en sociale acceptatie is een terugkerend onderwerp op de scholen in Nijmegen ( van basisscholen tot en met ROC), mede dankzij het project SchoolsOUT van de GGD dat door het programma onderwijs wordt gefinancierd.
De goede naam  van het Nijmeegse diversiteitsbeleid was voor minister Bussemaker reden om Nijmegen  als gastheer te laten optreden voor de aftrapbijeenkomst van de Regenboogsteden-regeling (een nieuwe financiële regeling voor koplopergemeenten in het LHBT-beleid).          

Indicatoren

Gelijke kansen voor iedereen

Realisatie 2013

Doelstelling 2014

Realisatie 2014

4.1 % Niet-westerse allochtonen dat meer contacten zou willen hebben

29%

25%

- *

* Cijfer uit burgerpeiling; burgerpeiling is in 2014 niet gehouden (2-jaarlijks).

Wat hebben we ervoor gedaan?

  • In 2014 ontvingen 16 zelforganisaties een subsidie. Vijf hiervan zijn zelforganisaties van relatieve nieuwkomers (van met name Afrikanen). Daarnaast hebben vijf zelforganisaties subsidie ontvangen voor het organiseren van activiteiten voor ouderen.
  • Ter bevordering van de zelfredzaamheid en participatie van kwetsbare burgers hebben wij in 2014 subsidies verleend aan diverse welzijnsinstellingen zoals Het Inter-lokaal (W4), de stichting IVC-Intercity (Step) en Vluchtelingenwerk Oost Nederland. Dit ten behoeve van laagdrempelige sociaal juridische ondersteuning (m.n. in de Stips), trainingen, cursussen, taalles, outreachend aanbod (b.v. huisbezoeken), jongerenactiviteiten, begeleiding, interculturele advisering etc.
  • In de opdrachtverlening aan de W4 en in de bestekken voor de nieuwe taken Wmo en Jeugd voor hebben we diversiteit als criterium opgenomen. Dit gaan we in 2015 verder uitwerken.
  • Wij hebben in 2014 gestuurd op een samenwerking tussen het IVC-Intercity en het ROC, met als doel een gedifferentieerd taalondersteuningsaanbod in de stad dat aansluit op de behoefte van de doelgroep. Het resultaat is dat er meer aandacht is voor de lesvorm dat aansluit bij de deelnemer.
  • Naar aanleiding van de stijgende instroom van vluchtelingen uit Syrie en Eritrea is samen met betrokken partijen gekeken naar alternatieve huisvestingsmogelijkheden, hiervoor worden in 2015 verdere plannen gemaakt en in gang gezet.
  • Om discriminatie op de werkvloer tegen te gaan heeft Bureau Ieder1gelijk in 2014 trainingen gegeven aan medewerkers van de afdeling Werk om discriminatie te signaleren bij werkgevers en hoe hier mee om te gaan.
  • Met het Eif-project realiseren we dat preventieve voorzieningen beter toegankelijk worden voor allochtone jongeren/gezinnen, zodat ze eerder worden bereikt en niet direct aangewezen zijn op zwaardere en ingrijpende vormen van zorg.
  • In laatste kwartaal van 2014 zijn door het college gesprekken gevoerd met een groot aantal religieuze en zelforganisaties in Nijmegen over de maatschappelijke onrust die is ontstaan naar aanleiding van de strijd in Syrië. Deze gesprekken zullen in 2015 een vervolg krijgen.
  • Om maatschappelijke acceptatie van LHBT-ers te bevorderen hebben wij diverse projecten en groepen ondersteund die projecten uitvoeren gericht op zichtbaarheid en bespreekbaarheid: zoals de Roze Meimaand, Roze woensdag (vierdaagse), jongerenorganisatie D!to, de Transgenderwerkgroep en het Pride Photo Award project en de ComingOut-day
  • Als opvolger van de Koplopersregeling is door het ministerie van OCW een vervolg in het leven geroep voor de jaren 2015-2017 Regenboogsteden. Op voorwaarde van gemeentelijke inzet financieel en personeel, krijgen de Regenboogsteden extra middelen om het beleid te versterken. In 2015 zal onze beleidsnotitie worden geactualiseerd.

Zelfstandig wonen en leven

Wat willen wij bereiken?

  • Inwoners met een beperking kunnen zelfstandig wonen, zich verplaatsen en deelnemen aan de samenleving.
  • De tevredenheid over de individuele Wmo-voorzieningen neemt toe (Cliënttevredenheidsonderzoek SGBO).

Wat hebben we bereikt?

In 2014 hebben we het beleid en de criteria voor de bestaande Wmo-voorzieningen niet gewijzigd. Desondanks hebben wij een overschot op de begroting voor individuele Wmo-voorzieningen gerealiseerd terwijl aan de andere kant de klanttevredenheid stabiel is gebleven. Nijmegen heeft weer een Wmo klantonderzoek uit laten voeren door BMC. De conclusie was dat de nieuwe manier van werken werkt. Gemeente Nijmegen is met de vorming van de sociale wijkteams vergevorderd op het gebied van de  Kanteling. Brede vraagverheldering is belegd bij het sociaal (wijk)team. Ook hebben wij een hoge score ten aanzien van  klanttevredenheid omtrent Hulp bij het Huishouden. Respondenten met zorg in natura geven gemiddeld een 7,7.
Nijmegen heeft van het Rijk de Toelage Hulp bij het Huishouden (HHT) toegekend gekregen. De gemeenten in de regio Nijmegen kiezen voor een model waarbij hulp bij het huishouden via maatwerkvoorzieningen wordt gecombineerd met een nieuw te creëren algemene voorziening huishoudelijke hulp toelage. De inzet van de HHT heeft als doel de werkgelegenheid binnen de sector van de huishoudelijke ondersteuning te behouden, waarbij de inhoudelijke doelstelling aansluit bij het gemeentelijk beleid: het vergroten van de zelfredzaamheid en participatie van de inwoners. Gemeente Nijmegen wil twee doelgroepen  met de HHT bedienen: huidige en nieuw klanten die aanvullende ondersteuning inkopen en overbelaste mantelzorgers. Nijmegen ontvangt als toelage in 2015 en in 2016 een bedrag van € 1.422.200,-.
Tot slot is de gemeente is  hulpmiddelen gaan huren in plaats van kopen. Dit geldt bijvoorbeeld  voor scootmobielen, fiets- en woonvoorzieningen.
Op basis van een voorstel van mantelzorgers (via het Coördinatiepunt Mantelzorgondersteuning) hebben wij een lokaal mantelzorgcompliment ingesteld van € 150 euro dat het landelijke mantelzorgcompliment vervangt.

Indicatoren

Zelfstandig wonen en leven

Realisatie 2013

Doelstelling 2014

Realisatie 2014

5.1 Hulpmiddel draagt bij aan zelfstandig kunnen wonen

Nnb

93

--*

* Het klantonderzoek Wmo over 2014 wordt in maart afgenomen en is in juli 2014 gereed.

Wat hebben we ervoor gedaan?

  • In 2014 hebben we de voorbereidingen getroffen voor een gekantelde toegang tot de oude en  nieuwe  (begeleiding, dagbesteding en kortdurend verblijf)  Wmo-maatwerkvoorzieningen (per 1 januari 2015 is de benaming van Wmo-voorzieningen gewijzigd van individuele in maatwerkvoorzieningen). De regionale transitienota Kracht door Verbinding en de nieuwe landelijke Wet maatschappelijke ondersteuning 2015 is vertaald in een lokaal beleidsplan Wmo & Jeugd 2015-2018, een nieuwe Wmo-verordening, nieuwe Wmo-beleidsregels en werkprocessen en werkinstructies voor de sociale wijkteams, regieteams en het veiligheidshuis.
  • In 2014 zijn stapsgewijs de Wmo-consulenten van het gemeentelijke bureau Voorzieningen Wmogeïntegreerd in de sociale wijkteams en zijn de voorbereidingen getroffen voor de omvorming van het bureau Voorzieningen Wmo in een backoffice voor de sociale wijkteams.
  • Er zijn contracten gesloten met zo'n 150 (kleine) aanbieders van het leveren van nieuwe Wmo-voorzieningen en individuele jeugdvoorzieningen. Daarnaast is één contract gesloten met De Combinatie waarin 18 zorgaanbieders zijn verenigd

Zorg en opvang voor sociaal kwetsbaren

Wat willen we bereiken?

Voor de prestatievelden 7, 8 en 9 van de Wmo hebben wij de volgende doelstellingen geformuleerd :

  • Het terugdringen van het aantal dak- en thuislozen.
  • Het bieden van beter aansluitende zorg voor de meest kwetsbare mensen zoals multiprobleemhuishoudens, slachtoffers van huiselijk geweld en dak- en thuislozen.
  • Het consolideren en waar mogelijk terugdringen van de maatschappelijke  overlast veroorzaakt door dak- en thuislozen.

In het Wmo-beleidsplan vormen de openbare geestelijke gezondheidszorg, de maatschappelijke en vrouwenopvang en de verslavingspreventie het bovenwijks vangnet voor de groep mensen met zulke complexe problematiek dat deze niet in de eigen omgeving en met inzet van het eigen netwerk op te lossen is. De omvang van deze groep is ongeveer 1% van de bevolking.

De doelstellingen en activiteiten op het gebied van maatschappelijke opvang dragen bij aan de speerpunten op het gebied van integrale veiligheid. Vanuit maatschappelijke opvang bieden we opvang, begeleiding en nazorg voor ex-gedetineerden. We financieren het steunpunt huiselijk geweld, de opvang voor daders en zorg aan slachtoffers van huiselijk geweld. Door overlast door een deel van de doelgroep dak- en thuislozen terug te dringen, dragen we bij aan het gevoel van veiligheid van Nijmegenaren.

Wat hebben we bereikt?

In 2014 heeft ook in de opvang en zorg voor sociaal kwetsbaren de voorbereiding op de decentralisaties centraal gestaan. Het belangrijkste resultaat dat we bereikt hebben is dat we er klaar voor zijn.
De regieteams overlast- en multiprobleemhuishoudens zijn goed ingebed als onderdeel van de lokale toegangspoort tot zorg en ondersteuning. De decentralisatie van het beschermd wonen GGZ is in minder dan een jaar geheel voorbereid, zodat voor alle mensen die in onze regio beschermd wonen nodig hebben, continuïteit van zorg gerealiseerd is. De functie Begeleiding als onderdeel van de maatschappelijke opvang is geïntegreerd in de afspraken met de opvanginstellingen en door inzet van middelen uit de verschillende functies die gedecentraliseerd worden, hebben we een toekomstbestendige financiering voor de zwerfjongerenopvang Vince gerealiseerd. Het advies- en meldpunt huiselijk geweld en kindermishandeling AMHK is neergezet en start op 1 januari 2015 onder de naam Veilig Thuis. Naar aanleiding van de uitspraak van het Europees Comité voor Sociale Rechten hebben we naast de noodopvang een opvangvoorziening met bed, bad en brood voor uitgeprocedeerden in de steigers staan, die in januari 2015 open gaat.
Tijdens de voorbereiding op al deze veranderingen is de bestaande inzet onverminderd voortgezet. We hebben de voorzieningen voor opvang, voorkomen en bestrijden van huiselijk geweld, aanpak van multiprobleemhuishoudens en zorgmijders in de regio Nijmegen & Rivierenland op peil gehouden en zijn gestart met een verdere uitbreiding en differentiatie van voorzieningen. Het bestemmingplan en buurtbeheerplan voor de zorgwoningen Weezenhof zijn vastgesteld.

Indicatoren

Zorg en opvang voor sociaal kwetsbaren

Realisatie 2013

Doelstelling 2014

Realisatie 2014

6.1 Aantal dak- en thuislozen in traject

449

90%

411

6.2 Burgers die vinden dat overlast van zwervers/daklozen vaak voorkomt in de woonbuurt

3%

3%

- *

* Cijfer uit burgerpeiling; burgerpeiling is in 2014 niet gehouden (2-jaarlijks).

Wat hebben we ervoor gedaan?

  • De regieteams (voor overlast- en multiprobleemhuishoudens) kunnen zich door de dekking van sociale wijkteams in de stad, steeds meer focussen op de zware multiproblemcases met drang en dwang. Dit heeft een efficiëntere inzet van zorg tot gevolg.
  • We hebben drie vernieuwende projecten voor (tijdelijke) huisvesting opgestart: Housing First, Tijdelijk Wonen en het Huis om te Zijn. Binnen het project Housing First is een team gevormd van professionals van verschillende instellingen, om de vraag van chronisch dak- en thuislozen zo goed mogelijk te beantwoorden. Er wordt tijdelijke huisvesting geboden, onder de voorwaarden dat er geen overlast plaats vindt en de huur wordt betaald. Het eerste huis wordt in 2015 in gebruik genomen. Tijdelijk Wonen is bedoeld voor dak- en thuisloze jongeren die een plek nodig hebben om hun leven opnieuw in te richten. Het eerste huis is in november opgestart, en er wonen nu vier jongeren die hulpverlening ontvangen van verschillende instanties. Het Huis om te Zijn is bedoeld voor jongens met problemen waardoor ze niet meer thuis kunnen wonen. Het Huis om te Zijn biedt de veiligheid  en een stabiele gezinssituatie met begeleiding door getrainde gezinsouders. Op dit moment wonen er vijf jongens.
    De tijdelijke huisvestingsprojecten dragen bij aan bovenstaande doelstellingen. Ze zorgen voor het terugdringen van dak- en thuislozen op straat en zorgen voor inzet van een persoonlijk afgestemd hulpaanbod. Daarnaast dragen de projecten bij aan de afname van de instroom in de residentiële jeugdzorg of de zwaardere opvang voor dak- en thuislozen.
  • Voor de opvang van uitgeprocedeerde asielzoekers is de noodopvang voortgezet. Ook zijn gesprekken gevoerd met betrokken hulporganisaties over een bed, bad en broodvoorziening en kosten voor medicatie. In 2015 zal deze opvangvoorziening van start gaan.
  • We hebben stappen gezet voor de realisatie van de zorgwoningen Weezenhof. Het gewijzigde  bestemmingsplan is aan de raad voorgelegd en vastgesteld. Met alle betrokken partijen is een buurtbeheerplan gemaakt dat ook is vastgesteld.
  • Bij het maken van de begroting voor 2014, was nog niet bekend dat de functie beschermd wonen GGZ per 1 januari 2015 gedecentraliseerd zou worden naar de centrumgemeenten maatschappelijke opvang. In 2014 hebben we veel energie gestoken in de voorbereiding van deze decentralisatie. We hebben met alle aanbieders van beschermd wonen contracten afgesloten zodat we alle mensen die beschermd wonen continuïteit van zorg kunnen bieden. De beleidsregels voor opvang & beschermd wonen zijn opgesteld en bij de GGD is de toegangspoort tot beschermd wonen ingericht. Bij de voorbereiding van deze decentralisatie hebben we als centrumgemeente geïnvesteerd in de regionale samenwerking.
  • Op het gebied van de maatschappelijke opvang hebben we met IrisZorg de omslag naar werken in trajecten per 2015 voorbereid. De cliënt en zijn maatschappelijk herstel staat centraal in het werk, niet de voorziening. In de maatschappelijke opvang wordt ook zorg ingezet die per 2015 gedecentraliseerd wordt: individuele begeleiding en inloop GGZ. Deze functies hebben we geïntegreerd in ons subsidiearrangement en de prestatieafspraken met IrisZorg. Ook zijn we erin geslaagd om door inzet van middelen uit de Jeugdhulp, inloop GGZ en beschermd wonen GGZ, een toekomstbestendige en sluitende dekking voor Vince te realiseren. Vince is begin 2014 verhuisd.
  • We hebben opvang, begeleiding en nazorg aan ex-gedetineerden geboden.
  • We hebben voorzieningen beschikbaar gesteld waarmee dak- en thuislozen, zwerfjongeren, dakloze gezinnen  en slachtoffers van huiselijk geweld konden worden opgevangen.
  • Er is  door het MBZ, Iriszorg, Pro Persona en de RIBW bemoeizorg geleverd aan zorgmijdende dak- en thuislozen.
  • Er is een start gemaakt met de uitvoering van de Regionale Agenda OGGZ. Positionering van OGGZ aanbod binnen de nieuwe Zorg&Welzijnsstructuur heeft daarbij  vorm gekregen. Er zijn daardoor betere randvoorwaarden gecreëerd om eenduidige sturing op de begeleiding bij multiproblematiek te organiseren.
  • Er zijn voorbereidingen getroffen voor de inrichting van het Advies Meldpunt Huiselijk Geweld en Kindermishandeling (AMHK). Dat heeft er in geresulteerd dat per 1 januari 2015 het AMHK Veilig Thuis operationeel is.
  • Er is een start gemaakt met de opstelling van een Regiovisie Huiselijk geweld en kindermishandeling.

Financiële gegevens

Zorg & Welzijn
* € 1.000
Begroting primitief Begroting dynamisch Rekening 2014 Verschil Bdyn - rek

Financiele lasten per product

Welzijn

13.558

15.180

14.929

251

Publieke Gezondheid

6.533

6.251

6.175

76

Jeugd

5.251

5.751

5.669

83

Diversiteit

1.390

1.491

1.471

20

Individuele voorzieningen WMO

24.549

23.044

21.955

1.088

Maatschappelijke opvang

15.144

14.581

14.338

243

Totaal lasten product

66.425

66.298

64.537

1.761

Financiele baten per product

Welzijn

-1.016

-2.134

-1.997

-136

Publieke Gezondheid

-153

-191

-289

98

Jeugd

-885

-1.369

-1.315

-54

Diversiteit

-85

-84

-1

Individuele voorzieningen WMO

-3.300

-3.300

-3.033

-267

Maatschappelijke opvang

-828

-994

-967

-26

Totaal baten product

-6.183

-8.073

-7.686

-387

Totaal Zorg & Welzijn

60.242

58.226

56.851

1.374

Toelichting financiën

Toelichting op de lasten
De lasten op het programma zijn € 1,8 miljoen lager uitgevallen dan begroot. Dit voordeel is te verklaren door de onderstaande oorzaken:

  • We zijn, net als voorgaande jaren, terughoudend geweest bij het verlenen van subsidies en het aangaan van nieuwe subsidierelaties. Een aantal verwachte subsidieverleningen heeft uiteindelijk niet geleid tot een daadwerkelijke subsidieverlening en/of er is sprake van een lagere subsidieverlening in 2014. Per saldo levert dit op de diverse producten binnen het programma een voordeel op van € 0,3 miljoen (0,9% van het subsidiebudget).
  • Ook dit jaar zijn er subsidiegelden terugontvangen doordat subsidies die betrekking hebben op het voorgaande jaar definitief lager zijn vastgesteld; deze terugvorderingen leveren een voordeel op van € 0,04 miljoen.
  • Niet ingezette overheidsmiddelen van het Rijk of de provincie met een meerjarig bestedingsdoel (bijvoorbeeld: Regionale Sociale Agenda en Provinciale bijdragen voor de transities), leveren door een wijziging van de geplande inzet een voordeel op van 0,2 miljoen. Dit heeft een tegengesteld resultaat op baten niveau.
  • Bij het product individuele voorzieningen hebben we te maken met een onderschrijding van de lasten van € 1,1 miljoen. Vanaf 2013 laten de kosten voor individuele voorzieningen een daling zien, deze ontwikkeling heeft zich in 2014 voortgezet. We werken via keukentafelgesprekken in de sociale wijkteams. We nemen in het gesprek nadrukkelijk mee wat de mogelijkheden zijn om het probleem te verhelpen met behulp van het eigen netwerk. Hierdoor leidt een aanvraag niet altijd tot een verstrekking. Door de extramuralisering en vergrijzing, neemt de vraag naar levensloopbestendige woningen toe. Hierdoor is  de vraag naar woningaanpassingen gestegen. Per voorziening zien we de volgende resultaten:
  • Bij huishoudelijke hulp inclusief PGB € 0,9 miljoen (voordeel)
  • Bij rolstoelen € 0,1 miljoen (voordeel)
  • Bij de vervoersvoorzieningen € 0,5 miljoen (voordeel)
  • Bij de woningaanpassingen € 0,1 miljoen (nadeel)
  • Bij de overige kosten € 0,2 miljoen (nadeel)
  • Overige afwijkingen op het programma leveren per saldo een voordeel op van € 0,2 miljoen. Dit bedrag is een optelsom van diverse voordelen bij de verschillende producten binnen het programma en is 0,3% van de totaal begrote lasten.

Toelichting op de baten
De baten op het programma zijn € 0,4 miljoen lager uitgevallen dan begroot. Dit nadeel is veroorzaakt door:

  • vanwege niet ingezette overheidsmiddelen van het Rijk of de provincie met een meerjarig bestedingsdoel is er minder aan de daarvoor bestemde ‘voorzieningen’ onttrokken. Dit levert een nadeel  op van € 0,2 miljoen. Dit heeft een tegengesteld resultaat op lastenniveau.
  • een lagere ontvangst van de eigen bijdrage individuele voorzieningen die het Centraal Administratie Kantoor (CAK) voor de gemeente int. Dit nadeel bedraagt € 0,3 miljoen.
  • een voordeel van € 0,04 miljoen door de ontvangst van compensabele BTW over het jaar 2013 van de GGD.

Het positieve resultaat wordt dan ook hoofdzakelijk veroorzaakt door de volgende incidentele lasten en baten:

  • lasten: een voordeel vanwege minder ingezette subsidies ter hoogte van € 0,3 miljoen
  • lasten: een voordeel op het product individuele voorzieningen van € 1,1 miljoen door een lagere vraag naar huishoudelijke hulp en hulpmiddelen
  • baten: door de lagere huishoudelijke hulp zijn ook de inkomsten uit eigen bijdragen lager uitgevallen dan begroot (€ 0,3 miljoen).

Melding najaarsnota

Bij de najaarsnota is via een budgetoverheveling een bedrag van € 1,8 miljoen toegevoegd aan het programma, product Welzijn. Het overgehevelde bedrag is nodig om de a-structurele kosten die we in 2015 maken voor de sociale wijkteams te bekostigen.

Ten opzichte van de najaarsnota is het resultaat in 2014 hoger uitgevallen. De belangrijkste afwijking heeft zich voorgedaan bij het product Individuele voorzieningen. Op dit product vallen de uitgaven op individuele voorzieningen nog lager uit dan bij de najaarsnota, doordat de trend van daling van het aantal HH-uren is voortgezet . Daarnaast zijn we bij de hulpmiddelen (bv rolstoelen) per 1 juni 2014 overgegaan van 'koop' naar 'huur'. Dit heeft een groter positief effect gehad op de kosten. Daarnaast heeft de verwachte inzet van subsidiebudgetten uiteindelijk niet altijd geleid tot subsidieverleningen.

Begrotingswijzigingen van primitief naar dynamisch

1051 Zorg & Welzijn

bedragen * € 1.000,-

Besl.nivo

Besl.dat.

agendapnt

Baten

Lasten

Saldo

Primitief

6.183

66.425

60.242

Wijzigingen

BW-01309 Subsidie Schoolmaatschappelijk werk 2014

College

14 jan '14

3.6

0

0

BW-01311 Prov. subs transitie Jeugdzorg AWBZ '14-'15

Raad

29 jan '14

5/2014

350

350

0

BW-01315 EIF subsidie (Europees Integratiefonds)

Raad

11 feb '14

3.13

471

471

0

BW-01322 Extra inzet armoede en schuldhuplverlening

Raad

12 mrt '14

25/2014

-450

-450

BW-01326 Aanvulling formatie Inburgering 2014-2015

Raad

17 sep '14

88/2014

0

0

BW-01333 Inrichtingsplan Stips

College

18 mrt '14

3.3

0

0

BW-01339 Voorjaarsnota TW en invest

Raad

11 jun '14

63/2014

1.070

1.131

61

BW-01342 invulling bezuiniging PN 2013 en PN 2014

College

16 dec '14

4.9

-13

-13

BW-01360 Provinciale subsidies impulsplan Wonen

Raad

17 sep '14

101/2014

38

38

0

BW-01361 Project Housing First

Raad

17 sep '14

100/2014

150

75

-75

BW-01365 Technische wijziging najaarsnota 2014

Raad

03 dec '14

129/2014

-249

-249

0

BW-01367 Meldingen najaarsnota 2014

Raad

03 dec '14

129/2014

-236

-1.970

-1.734

BW-01370 Decentralisatieuitk. invoeringskst jeugdzorg

Raad

12 nov '14

132/2014

194

194

BW-01371 regionale subsidiëring jeugdzorg

Raad

17 dec '14

155/2014

295

295

0

Totaal Wijzigingen

1.890

-127

-2.017

Risico's

  • Voor het product Maatschappelijke Opvang geldt dat de voorzieningen vol zitten. Oorzaken hiervan zijn deels lastig te duiden, een verband tussen de economische omstandigheden (crisis) en de mate van uitval van mensen mag worden verondersteld. Daarnaast melden zich door de uitspraak van het ECSR dat de Nederlandse overheid moet voorzien in bed, bad en brood, ook voor mensen die niet in aanmerking komen voor sociale voorzieningen in Nederland, meer mensen bij de opvang, onder meer uitgeprocedeerde asielzoekers en mensen uit midden en oost Europa. Het gevolg is meer verkommerde mensen in de stad, meer overlast en/of gevoel van onveiligheid. Daarnaast kosten van (eventueel noodgedwongen) uitbreiding van de opvangcapaciteit.
  • Jeugd: Met het inkoop- en subsidiemodel voor de nieuwe Jeugdhulptaken hebben we een balans gezocht tussen meer samenhang in de zorg enerzijds en keuzevrijheid voor cliënten anderzijds. We werken met vaste tarieven en budgetten waarmee we zoveel mogelijk binnen de financiële kaders blijven. De kans is groot dat de vraag naar jeugdhulp  de komende tijd sterker toeneemt dan het  budget en de beschikbare capaciteit. Daarnaast onderkennen we een aantal risico’s die te maken hebben met de  mate waarin het rijk gemeenten wel of niet gaat compenseren in verband met volumegroei in de periode 2012-2014 (zogenaamd ‘peiljaarproblematiek’), mogelijke wijziging doelgroep Wet langdurige zorg, beheersing van het PGB-budget, kostenbeheersing in verband met de diagnosticering-systematiek en de invoering van het objectief verdeelmodel. Het gevolg van deze risico's is overschrijding van het budget voor de Jeugdhulp.
  • Wmo: ook voor de nieuwe Wmo-taken hebben we met het inkoop- en subsidiemodel een balans gezocht tussen meer samenhang in de zorg enerzijds en keuzevrijheid voor cliënten anderzijds. We werken met vaste tarieven en budgetten waarmee we zoveel mogelijk binnen de financiële kaders blijven. De kans is groot dat de vraag naar Wmo-ondersteuning  de komende tijd sterker toeneemt dan het  budget en de beschikbare capaciteit. Daarnaast zien we risico’s die te maken hebben met de mate waarin het rijk gemeenten wel of niet gaat compenseren in verband met volumegroei in de periode 2012-2014 (zogenaamd ‘peiljaarproblematiek’) beheersing van het PGB-budget, het niet realiseren van de eigen bijdrage  en de invoering van het objectief verdeelmodel. Het gevolg van deze risico's is overschrijding van het Wmo-budget.
  • Beschermd wonen: De kans is zeer groot dat de vraag naar beschermd wonen de komende tijd sterker toeneemt dan het  budget en de beschikbare capaciteit. Daarvoor hebben we de volgende aanwijzingen: In de behandelGGZ worden plaatsen afgebouwd. Tot nu toe stroomden deze mensen door naar beschermd wonen. Er verblijven ruim 60 cliënten met een behandelindicatie in beschermde woonvormen. Van 19 van hen loopt in 2015 de indicatie af. Zij komen waarschijnlijk niet in aanmerking voor een indicatie Wet langdurige zorg. Er zijn in onze regio circa 200 personen met een indicatie voor beschermd wonen die deze niet verzilveren, maar dat wel kunnen gaan doen. De afgelopen jaren zijn de uitgaven voor beschermd wonen sterker gestegen (o.m. door verzwaring) dan de groei-index voor 2015 van het rijk. Met een aantal zorgaanbieders hebben we nog geen contracten afgesloten; zij kunnen mogelijk geleverde zorg declareren. De opbrengst van de eigen bijdragen is nog onzeker. Gevolg is overschrijding van het budget, zeker omdat het om dure ondersteuning gaat, de gemiddelde kosten zijn per persoon per jaar € 58.000. Andere gevolgen zijn wachtlijsten voor een beschermd wonen plaats en negatieve publiciteit, het gaat om zeer kwetsbare mensen.
  • De adviesfunctie GR'en heeft een kader voor weerstandsvermogen opgesteld dat is vastgesteld door de negen colleges van B&W regio Nijmegen. Dat kader leidt ertoe dat GR'en geen eigen weerstandsvermogen nodig hebben. De risico's worden meegenomen in de risico's bij de gemeente. Wel is een genormeerde buffer voor bedrijfsvoeringsrisico's afgesproken. Deze buffer is lager dan de risico-inventarisatie van de GGD. De risico's hebben hoofdzakelijk betrekking op bedrijfsvoerings-risico's maar ook op het uitbreken van een grieppandemie of andere calamiteit. Voor GR'en geldt dat gemeenten verantwoordelijk zijn voor een GR: bij jaarlijkse financiële tekorten in de exploitatie staan de deelnemende gemeente garant en leveren een financiële bijdrage in dit financiële tekort. Daarmee behoort dus bij gemeenten de weerstandscapaciteit voor de risico's  van de GR aanwezig te zijn.