Programma Veiligheid

Algemeen

De zorg van de overheid voor de veiligheid van burger is verankerd in de kernwaarden van de rechtsstaat. Geen vrijheid, geen gelijkwaardigheid, geen solidariteit zonder een veilige publieke ruimte. Veiligheid is daarmee een kerntaak van de overheid.

In Nijmegen staan daarbij vooral thema’s centraal die het veiligheidsgevoel van de burger het meest beïnvloeden. De aanpak van overvallen, inbraak en diefstal, maar ook het tegengaan van overlast en intimidatie, jeugdoverlast en huiselijk geweld zijn traditioneel belangrijke veiligheidsvraagstukken in onze stad.  Daarnaast besteden we veel aandacht aan een veilige fysieke leefomgeving en aan veilige evenementen en horeca. En tot slot liggen fundamentele taken bij de bestrijding van rampen en crises, bij de brandweerzorg en ten aanzien van de handhaving van de openbare orde.

Maatschappelijk effect

De veiligheid in een stad is het resultaat van de sociale, fysieke en economische ontwikkeling van de maatschappij. Sturing op veiligheid is daarmee heel complex. De vraag naar de maakbaarheid van de samenleving staat hierbij centraal. Er zijn veel beïnvloedbare factoren die de veiligheid in Nijmegen bepalen. Er zijn echter nog meer factoren die de veiligheid bepalen, maar waarop een gemeente geen directe invloed heeft. De gemeente bepaalt de veiligheid in een stad dus niet, maar probeert deze positief te beïnvloeden.

De afgelopen jaren heeft veiligheid voor het lokale bestuur hoge prioriteit gehad. De kwalitatieve en kwantitatieve inzet van organisaties die iets kunnen betekenen voor de veiligheid in de stad is toegenomen. De meerwaarde is vooral te halen uit (de intensivering van) de samenwerking tussen die partners. Het algemene programmadoel van het programma Veiligheid is daarom ‘samenwerken aan meer veiligheid in Nijmegen’. Daar ligt de veronderstelling onder dat iedereen al heel veel doet aan veiligheid, maar dat de winst de komende jaren te vinden is in (verdere) samenwerking.  

Succesvolle voorbeelden daarvan zijn de persoonsgerichte aanpak, vooral ten aanzien van zeer  actieve veelplegers, huiselijk geweld, jeugdoverlast en woonoverlast als gevolg van intimidatie. En ook de samenwerking tussen brandweer en politie, waardoor de geïntegreerde meldkamer van de grond is gekomen.

Overigens gelden op verzoek van de Auditcommissie van de gemeenteraad met ingang van de Stadsbegroting 2015 nieuwe prestatie-indicatoren voor het programma Veiligheid. In de Auditcommissie is begin 2013 met de portefeuillehouder en de programmamanager besproken om de indicatoren beter aan te passen op de rol die het programma Veiligheid heeft bij het verwezenlijken van lokaal veiligheidsbeleid. Uitgangspunt daarbij is de generieke regierol van de gemeente op het veiligheidsdomein en wat dat betekent voor de vraag op basis van welke indicatoren we de resultaten van die regierol ook daadwerkelijk kunnen meten, en wat dit vervolgens dan betekent voor prestaties die veiligheidspartners leveren op de doelstellingen van ons lokale veiligheidsbeleid.

Vergroten van het veiligheidsgevoel van de Nijmeegse burger

Wat willen we bereiken?

De gemeente heeft slechts voor een deel invloed op het veiligheidsgevoel van de Nijmeegse burger. Dat wat de gemeente echter wel kan beïnvloeden moet direct of indirect gericht zijn op het vergroten van het veiligheidsgevoel van de Nijmeegse burger. We meten het veiligheidsgevoel tweejaarlijks met de Stadspeiling en de veiligheidsmonitor.

Wat hebben we bereikt?

Het gevoel van onveiligheid wordt in Nijmegen gemeten op basis van de landelijke Veiligheidsmonitor en onze eigen Burgerpeiling. Voor het jaar 2014 zijn nog geen cijfers beschikbaar:  de uitkomsten van de landelijke Veiligheidsmonitor 2014 volgen pas in de loop van 2015; en najaar 2015 wordt eerst weer de Burgerpeiling uitgevoerd.

Het beleidskader voor ons lokale veiligheidsbeleid loopt tot en met het jaar 2015. Dat betekent dat de doelstellingen voor het vergroten van het veiligheidsgevoel van de Nijmeegse burger dan ook gerealiseerd moeten zijn. De onderstaande cijfers geven aan dat we al in 2013 ten opzichte van de doelstellingen gunstig scoren. In de Veiligheidsbrief, d.d. 1 juli 2014 (besproken tijdens de raadsvergadering van 17 september 2014), is al aan de orde geweest dat het met de veiligheidsgevoelens in Nijmegen de goede kant opgaat; en dat Nijmegen ook gunstig scoort in de stedenvergelijking van de landelijke Veiligheidsmonitor. Ofschoon de cijfers over het veiligheidsgevoel over 2014 nog niet beschikbaar zijn, zien we wel dat de criminaliteit in 2014 is afgenomen (zie: hoofddoelstelling 2). Dat rechtvaardigt de verwachting dat de gunstige trend ten aanzien van het veiligheidsgevoel zich ook vorig jaar heeft doorgezet. Overigens blijven we benadrukken dat er geen enkelvoudig causaal verband valt te leggen tussen enerzijds de inzet van de gemeente en anderzijds het effect daarvan op het veiligheidsgevoel van de Nijmeegse burger. Dat gevoel wordt immers door zoveel meer factoren bepaald dan alleen de inzet van de gemeente, dat de indicator slechts als indicatief kan worden gezien.

Indicatoren

Vergroten veiligheidsgevoel van de Nijmeegse burger

Realisatie 2013

Doelstelling

Realisatie 2014

1.1 Voelt zich vaak onveilig (in het algemeen)

2,5%

<4%

nb

1.2 Voelt zich soms/vaak/zelden onveilig

17,7%

<36%

nb

1.3 Voelt zich vaak onveilig in de buurt

2,5%

4%

nb

De cijfers voor 2013 zijn gebaseerd op de landelijke Veiligheidsmonitor (indicator 1.1.) en onze eigen Burgerpeiling (indicatoren 1.2 en 1.3).  Voor het jaar 2014 zijn nog geen cijfers beschikbaar:  de uitkomsten van de landelijke Veiligheidsmonitor 2014 volgen pas in de loop van 2015; en najaar 2015 wordt eerst weer de Burgerpeiling uitgevoerd.

Wat hebben we ervoor gedaan?

De persoons-, groeps- en systeemgerichte aanpak in het Veiligheidshuis is en blijft de basis bij de aanpak van sociale veiligheidsvraagstukken, waarin we focussen op het tegengaan van veelvoorkomende criminaliteit en overlast. Daar waar de Nijmegenaar actief kan bijdragen aan zijn eigen veiligheid – denk bijvoorbeeld aan preventie bij woninginbraak – dragen we actief bij aan bewustwording en empowerment. Ten aanzien van fysieke veiligheid zetten we vooral in op risicogestuurd controleren en toezicht. Het bevorderen van naleefstrategieën staat hierin centraal, omdat dat bijdraagt aan preventie en zelfregie.

Reductie van het aantal incidenten

Wat willen wij bereiken?

Wij streven naar een reductie van het aantal incidenten in Nijmegen. Ook hiervoor geldt dat er geen één-op-één relatie ligt tussen de inzet en regie van de gemeente op het terrein van veiligheid en het aantal incidenten dat in de stad plaatsvindt. Wij richten onze inzet wel op het verminderen van het aantal incidenten. Daarom moet deze indicator ook als indicatief beschouwd worden.

Wat hebben we bereikt?

Het aantal aangiften bij de politie is significant gedaald ten opzichte van 2013 en ligt daarmee ook substantieel onder de doelstelling. Over het algemeen dalen de cijfers in alle aangiftecategorieën, maar de grootste daling zien we bij woninginbraken (- 492), diefstal uit/vanaf voertuigen (- 540) en diefstal (brom- en snor)fietsen (- 359).

De daling van de woninginbraken valt te verklaren uit de integrale dadergerichte aanpak, het Donkere Dagen Offensief (DDO) en de inzet van het Targetteam. De daling van de diefstal uit/vanaf voertuigen kunnen verklaard worden door aanpassingen in de inrichting van de infrastructuur, zoals: het wegvallen van onbewaakte parkeermogelijkheden aan de Nassausingel, de komst van parkeergarage Keizer Karelplein, het betaald avondparkeren in combinatie met meer toezichthouders op straat, maar ook het DDO. Ook zaten in 2014 een aantal notoire autokrakers vast. De daling van fietsendiefstal is lastiger te verklaren. In het centrum wordt nu wel de lokfiets ingezet.

Met het aantal meldingen bij de brandweer scoren we significant gunstig ten opzichte van de doelstelling. Vanaf het begin van dit decennium zien we een flinke daling van het aantal meldingen: van 1766 in 2010 naar 1351 in 2014. Overigens bestaat een substantieel deel uit zogeheten loze meldingen – in 2014: 596. Dat betekent dat het vorig jaar in slechts 755 gevallen daadwerkelijk om brandbestrijding en overige hulpverlening ging. Kijken we ook hier naar de lange termijn dan daalt ook het aantal loze meldingen de afgelopen jaren significant: in 2010 ging het nog om in totaal 858 loze meldingen en rukte de brandweer in 908 gevallen terecht uit.     

Indicatoren

Reductie van het aantal incidenten

Realisatie 2013

Doelstelling

Realisatie 2014

2.1 Aangiften bij de politie

14.130

<16.500

12.247

2.2 Meldingen bij de brandweer

1.382

<1.816

1.351

Wat hebben we ervoor gedaan?

We zetten sterk in op een persoons-, groeps- en systeemgerichte aanpak van criminaliteit en overlast in het Veiligheidshuis Nijmegen. Hier organiseren we de verbinding politie, Openbaar Ministerie en de reclasseringsorganisatie enerzijds en de zorginstellingen anderzijds. Daarmee leveren we een bijdrage aan de bestrijding van veel voorkomende vormen van criminaliteit en overlast. Met de Top-150-aanpak kunnen we dynamisch en flexibel inspelen op het veiligheidsbeeld en die daders aanpakken die het meest actief zijn. Daarmee kunnen we een substantiële bijdrage leveren aan de reductie van het aantal incidenten.

Ook hebben we in 2014 met het project ENNUWEG ingezet op bewustwording onder de omvangrijke studentenpopulatie waar het gaat om brandveiligheid in relatie tot de kamerverhuur, maar eveneens met het tegengaan van onnodige risico’s van woninginbraak en het tegengaan van risico’s op straatroof. Dit project is positief geëvalueerd en zullen we ook gaan voortzetten.

Reductie van de gevolgen van incidenten

Wat willen wij bereiken?

Wij streven naar verlaging van de gevolgen van incidenten. Door proactieve en preventieve activiteiten dragen we bij aan de beperking van de gevolgen van incidenten. Door preparatieactiviteiten bereiden we ons voor op een adequate repressieve taakuitvoering. Concreet betekent dit onder meer bijzondere  aandacht voor aanvalsplannen en bereikbaarheidskaarten van objecten. Door repressieactiviteiten dragen we bij aan het beperken van schade aan de gezondheid van slachtoffers en het beperken van de materiële schade. We evalueren de gevolgen van de incidenten en de aanpak daarvan om de effectiviteit van de activiteiten te kunnen meten en verbeteren. De gemeente treedt hierbij veelal op als regisseur van processen.

Wat hebben we bereikt?

Uit de bovenstaande cijfers blijkt dat het aantal incidenten ruim onder de geformuleerde doelstelling ligt. Daarmee leveren we ook een belangrijke bijdrage aan het verminderen van de gevolgen van incidenten.

Wat hebben we ervoor gedaan?

Hierboven is reeds onze inzet in op de aanpak van criminaliteit en overlast gemeld. Daarnaast besteden we ook aandacht aan preventie daar waar het veiligheidsbeeld of een specifieke doelgroep hiervoor aanleiding geeft. Een voorbeeld daarvan is het project ENNUWEG, waarbij we ons vooral gericht hebben op de doelgroep studenten.

Financiële gegevens

Veiligheid
* € 1.000
Begroting primitief Begroting dynamisch Rekening 2014 Verschil Bdyn - rek

Financiele lasten per product

Openbare Orde & Veiligheid

1.346

1.225

1.201

23

Vergunningverlening & handhaving

595

595

595

Organisatie van de rampenbestrijding

12.739

11.961

11.798

162

Uitv. prog. Integrale Veiligheid

761

661

654

7

Proactie Preventie Preparatie BRW

Repressie, Nazorg BRW

Totaal lasten product

15.442

14.441

14.248

193

Financiele baten per product

Openbare Orde & Veiligheid

-235

-135

-156

21

Vergunningverlening & handhaving

Organisatie van de rampenbestrijding

-235

-109

-125

16

Uitv. prog. Integrale Veiligheid

Proactie Preventie Preparatie BRW

Repressie, Nazorg BRW

Totaal baten product

-469

-244

-280

37

Totaal Veiligheid

14.972

14.197

13.968

229

Toelichting financiën

Het programma Veiligheid sluit het jaar 2014 af met een positief resultaat van € 0,2 miljoen. Uitgedrukt als percentage van de begroting komt dit neer op een afwijking van 1,6%.

Het positieve resultaat op het programma lichten we hieronder toe.

Toelichting op de lasten
De lasten zijn € 0,2 miljoen lager uitgevallen dan begroot. Dit voordeel is veroorzaakt door:

  • De kosten van het project bluswatervoorzieningen zijn begroot op € 510.000; we verwachtten in 2014 € 100.000 uit te geven maar dat is niet gebeurd. Daardoor is er in 2014 een overschot van € 100.000 en verwachten we een tekort van € 100.000 in 2015.
  • De bijdrage aan de veiligheidsregio was € 60.000 lager dan begroot; dit is een incidenteel voordeel.

Toelichting op de baten
De baten zijn € 37.000 hoger uitgevallen dan begroot;.er is geen noemenswaardig verschil tussen de begroting en de realisatie

Het positieve resultaat wordt dan ook hoofdzakelijk veroorzaakt door de lagere lasten; dit zijn Incidentele voordelen.

Begrotingswijzigingen van primitief naar dynamisch

1012 Veiligheid

bedragen * € 1.000,-

Besl.nivo

Besl.dat.

agendapnt

Baten

Lasten

Saldo

Primitief

469

15.442

14.972

Wijzigingen

BW-01339 Voorjaarsnota TW en invest

Raad

11 jun '14

63/2014

-120

-321

-201

BW-01365 Technische wijziging najaarsnota 2014

Raad

03 dec '14

129/2014

-105

-105

0

BW-01366 Investeringen najaarsnota 2014

Raad

03 dec '14

129/2014

228

228

BW-01367 Meldingen najaarsnota 2014

Raad

03 dec '14

129/2014

-802

-802

Totaal Wijzigingen

-225

-1.001

-775

Risico's

  • Vertrouwelijke informatie komt terecht op de verkeerde plek, wat leidt tot een schadeclaim van degene die daardoor gedupeerd wordt.