Weerstandsvermogen

Het weerstandsvermogen geeft aan in welke mate we in staat zijn om het hoofd te bieden aan nadelen die kunnen ontstaan bij de uitvoering van onze gemeentelijke taken. Bij de stadsbegroting 2014 is een kadernota “Risicomanagement en weerstandsvermogen” door uw Raad vastgesteld.
In de voorliggende paragraaf geven wij een actueel beeld van risicobeheersing en weerstandsvermogen, langs de lijnen van de  kadernota.

RISICOBEHEERSING

In de nieuwe kadernota leggen we opnieuw de spelregels vast, die we de afgelopen jaren hebben ontwikkeld rond risicobeheersing. Waar we tot nu toe een min of meer gescheiden regelgeving hanteerden voor begroting en planexploitaties, gaan we nu uit van één kader. Onderscheid tussen begroting en planexploitaties wordt nog slechts gemaakt voor zover de aard van de activiteiten dat noodzakelijk maakt.
Belangrijkste is dat we risico’s steeds gestructureerd inventariseren en monitoren. Daarvoor maken we gebruik van één risicomanagementsysteem, om risico’s van meer dan € 1 ton te registreren en te volgen.
Belangrijkste doel van risicomanagement is risico’s beter te beheersen. Doordat we ze kennen en in de gaten houden, zijn we beter in staat maatregelen te nemen om te voorkomen dat risico’s werkelijkheid worden of om de financiële gevolgen te beperken.
Met Monte Carlo-simulaties bepalen we wat het effect van die risico’s is voor de bepaling van de gewenste weerstandscapaciteit.

WEERSTANDSVERMOGEN

Het weerstandsvermogen geeft aan in welke mate we in staat zijn om het hoofd te bieden aan nadelen die kunnen ontstaan bij de uitvoering van onze gemeentelijke taken. Het weerstandsvermogen geeft de mate van robuustheid aan. Dit is van belang wanneer zich een financiële tegenvaller voordoet.

Benodigde weerstandscapaciteit
Voor het bepalen van de benodigde weerstandscapaciteit gaan we voor alle risico’s uit van de uitkomst van de Monte Carlo-simulaties bij een zekerheidspercentage van 80%.
Voor de planexploitaties hanteren we eveneens een 80% zekerheid. Wel passen we hier een dempingsfactor toe van 10%, om rekening te houden met het feit dat niet alle risico’s tegelijk optreden en vanwege het meerjarig, langlopend karakter van de risico's.

Beschikbare weerstandscapaciteit
De beschikbare weerstandscapaciteit bestaat volgens de regels uit de reservepositie, de onbenutte belastingcapaciteit, de post onvoorzien en de stille reserves.
Sinds lange tijd gaan wij er van uit dat de onbenutte belastingcapaciteit, de post onvoorzien en de stille reserves nauwelijks soelaas bieden of in elk geval niet op de korte termijn kunnen worden ingezet.
Van de reservepositie kan slechts een deel beschouwd worden als vrije reserves.
Immers bestemmingsreserves zijn onlosmakelijk verbonden aan het doel waarover een raadsbesluit is genomen. Bestemmingsreserves zijn daarmee slechts door middel van een nieuw raadsbesluit inzetbaar, wanneer de noodzaak zich zou voordoen.
Daarmee achten wij alleen de Saldireserve direct inzetbaar als afdekking van algemene risico’s. Dat houdt in dat de beschikbare weerstandscapaciteit geheel bepaald wordt door de omvang van de Saldireserve.

INVENTARISATIE RISICO’S

Hierboven hebben we kort weergegeven wat de kaders zijn voor onze risicobeheersing. Nu geven we een overzicht van de risico’s waar we als gemeente mee te maken hebben.
Daarbij hanteren we het onderscheid tussen begrotingsrisico’s en planexploitatierisico’s van het Ontwikkelingsbedrijf, vanwege de beschreven verschillen in aard en looptijd van de risico’s.

Risico’s Ontwikkelingsbedrijf
In de planexploitaties van het Ontwikkelingsbedrijf spelen ontwikkelingen van markt en economie een belangrijke rol. Sinds enkele jaren leggen we daarom aan uw Raad de Risiconota Ontwikkelingsbedrijf voor, waarin de we de rekenparameters zoals grondprijzen voor de planexploitaties opnieuw wegen en zo nodig aanpassen.
Daarbij bepalen wij wat het effect van de nieuwe parameters op de resultaten van de planexploitaties is, zodat we op basis van de Risiconota een nieuw risicoprofiel kunnen bepalen. De Risiconota Ontwikkelingsbedrijf 2014 is in september 2014 door uw Raad vastgesteld. Overigens was dat de laatste risiconota in deze vorm. In het kader van de vernieuwing P&C cyclus heeft uw Raad besloten om de uitgangspunten en risico's via een update per peildatum 1 juli in de stadsbegroting op te nemen en besluitvorming bij de stadsbegroting plaats te laten vinden.

De risico's 2013 van het Ontwikkelbedrijf zijn voor een bedrag van 73 miljoen in de stadsrekening 2013 opgenomen en aan de hand van deze risico's is het benodigd weerstandsvermogen bepaald.Ten tijde van het Coalitieakkoord, zijn enkele risico's tegen het licht gehouden en bij de bepaling van de benodigde saldireserve is rekening gehouden met een risicoprofiel van € 70,1 miljoen voor planexploitaties. In de risiconota 2014 is het profiel naar beneden bijgesteld naar € 67 miljoen. De actualisering van de grexen en het opnieuw tegen het licht houden van de deelnemingen ten tijde van het samenstellen van het VGP februari 2015 heeft geleid tot aanpassing van het risicoprofiel naar € 66,3 miljoen. Dit bedrag is basis voor het benodigd weerstandsvermogen in deze stadsrekening.

Bij herziening van planexploitaties wordt beoordeeld of een planexploitatie winst of verlies zal opleveren bij oplevering. Indien toepassing van de parameters en andere ontwikkelingen leidt tot een verliesverwachting, dan wordt een voorziening getroffen. Het voorzichtigheidsprincipe schrijft dan voor dat we een verlies in de, soms verre, toekomst nu moeten nemen. Die bedragen worden dan opgenomen in een voorziening voor verliezen. Mocht in de toekomst blijken dat het toch meevalt, dan vallen die bedragen weer vrij. De voorziening mag dan ook beschouwd worden als een soort spaarpot, maar wel een met een stevig slot er op. Gelden zijn niet te besteden voor andere doeleinden dan de berekende verliezen.
Over het algemeen leidt het nemen van een verlies en dus het vormen van een voorziening, tegelijk tot een
afname van het risicoprofiel.In de Stadsrekening 2013 was er voor € 61,4 miljoen aan verliesvoorzieningen getroffen voor planexploitaties. In het Coalitieakkoord is een verlies voor de GR Bergerden van € 2 miljoen extra voorzien en voor onderwijshuisvesting is € 2 miljoen verlies voorzien. Deze bedragen zijn op dat moment als claim op de saldireserve opgenomen. Ook hier heeft de actualisatie ten tijde van het VGP februari 2015 geleid tot het aanpassen van de verliesvoorziening. Ten opzichte van de stadsrekening 2013, zijn de voorzieningen met bijna € 9 miljoen toegenomen tot € 70,4 miljoen.  Van deze 9 miljoen was dus al € 4 miljoen geclaimd in het coalitieakkoord en is het overige bepaald op grond van de herzieningen.

Zoals vermeld wordt bij de herziening van de planexploitaties gekeken welke risico's zich voor kunnen doen, welke verliezen er verwacht worden, maar ook kan het voorkomen dat er een winstverwachting is.  Volgens de spelregels van winstnemen bij planexploitaties wordt winst pas genomen op het moment dat er feitelijk "geld in de pot "zit. We weten al langer dat er winst aan gaat komen, maar daar doen we pas iets mee op het moment van winstuitkering. Datzelfde geldt voor de winstuitkering door  een verbonden partij. Op dat moment wordt de winst in de prognose van de saldireserve opgenomen.
De bijzonderheid van de risicomeldingen is dat risico's onmiddellijk een claim op de saldireserve leggen, terwijl ze  niet onmiddellijk en tegelijkertijd zullen optreden, terwijl winstverwachtingen, die met een grote mate van zekerheid worden verwacht pas in de toekomst genomen worden. In het licht van het voorzichtigheidsprincipe is dat een goede zaak. Het lijkt echter wel reëel om bij de omvang van het benodigd weerstandsvermogen, nu al rekening te houden met de winstverwachtingen.
In het VGP van februari zijn de volgende majeure winstverwachtingen opgenomen:

  • Hessenberg in 2015 €  1  miljoen
  • Stadsbrug in 2019 € 3,1 miljoen
  • Bijsterhuizen, nijmeegs aandeel uiterlijk in 2023  € 10 miljoen
  • Waalsprong in 2027  ca € 1,2 miljoen.

Samengevat levert verwerking van het VGP het volgende beeld op:

x € 1.000

stadsrekening 2014

risicoprofiel ontwikkelingsbedrijf

66.300

saldireserve ultimo 2014

68.572

voorziening voor planexploitaties

70.363

Hieronder is het verloop  weergegeven van stadsrekening 2013, coalitieakkoord mei 2014 , risiconota oktober 2014 en tot slot de stadsrekening 2014 waarin het VGP februari 2015 is opgenomen.

stadsrekening 2013

coalitieakkoord

risiconota  2014

stadsrekening 2014

Project

risicoprofiel

mutatie

risicoprofiel

mutatie

risicoprofiel

mutatie

risicoprofiel

Waalsprong GEM

50.300

50.300

-4.300

46.000

-800

45.200

Waalsprong gemeentelijk deel

 4.620

4.620

 370

4.990

2710

7.700

Dukenburg

 217

 217

 8

225

20

245

Knoop Winkelsteeg

 646

 646

-400

245

-118

127

Onderwijshuisvesting

2.204

 400

1.804

353

2.157

93

2.250

Hezelpoort parkeergarage

2.108

2.108

2.071

-381

1.690

Nieuwe Dukenburgseweg/ Compaq

 20

  20

5

25

-25

 -   

Spoorzone

1.293

1.293

35

1.328

-574

754

Overige projecten

 668

 220

  442

438

880

904

1.784

Waalfront

14.000

14.000

14.000

-2200

11.800

Bergerden

 5.000

 2.500

 2.500

2.500

-350

 2.150

Subtotaal

81.076

 3.120

 77.950

 -3.491

74.421

-721

73.700

Dempingsfactor

10%

10%

10%

10%

stadsrekening 2013

coalitieakkoord

stadsrekening 2014

Project

voorziening

mutatie

voorziening

mutaties*

voorziening

Waalsprong GEM

 26.623

26.623

433

27.056

Waalsprong gemeentelijk deel

217

217

-217

0

Dukenburg

Knoop Winkelsteeg

Onderwijshuisvesting

8.341

2.000

10.341

1.105

11.446

Hezelpoort parkeergarage

  996

996

631

1.627

Nieuwe Dukenburgseweg Compaq

2.216

2.216

378

2.533

Spoorzone

Overige projecten

2.526

2.526

167

2.693

Waalfront

14.500

14.500

2.017

16.517

Waalfront extra afspraak

3.175

3.175

40

3.215

Bergerden

2.849

2.000

4.849

427

5.276

*De mutaties in de voorziening zijn inclusief de toevoeging rente.

Begrotingsrisico’s
Voor deze Stadsrekening hebben we de risico-inventarisatie in ons risicomanagementsysteem geactualiseerd.
De risico-inventarisatie heeft 69 geïdentificeerde risico’s opgeleverd, die voldoen aan de afgesproken criteria:
• risico’s met grote financiële gevolgen,
• waarvoor de kans redelijk groot is dat deze zich ook daadwerkelijk manifesteren en
• waarvoor de oorzaken niet door de gemeente kunnen worden beïnvloed of waarvoor de gemeente nog niet in staat is geweest om passende beheersingsmaatregelen te treffen om de kans of het gevolg van het risico terug te dringen.
Risico’s die al zijn afgedekt door maatregelen laten we buiten beschouwing. Voor schulden met een onzekere omvang, voor het egaliseren van jaarlijks terugkerende lasten met een wisselende omvang en voor nog niet bestede ontvangen subsidies zijn voorzieningen gevormd. Het deel van financiële risico’s dat is afgedekt door verzekeringen laten we eveneens buiten beschouwing.
Hieronder geven we de top-10 met de belangrijkste risico’s. In de eerste kolom geven we een korte omschrijving van het risico. Daarnaast geven we het maximale bedrag dat het risico als nadeel in de begroting tot gevolg kan hebben.
Onder ‘kans’ schatten we hoe groot de kans is dat het risico zich voordoet. De cijfers in deze twee kolommen kunnen niet zomaar vermenigvuldigd worden. Op basis van de geschatte kans en van het maximale bedrag voert Naris een statistische analyse uit, waarmee wij kunnen beoordelen of ons weerstandsvermogen toereikend is om met een redelijke zekerheid deze risico’s op te kunnen vangen.
Als een risico zich daadwerkelijk voordoet, dan zullen we eerst de directe effecten in de lopende begroting proberen op te vangen, alvorens een beroep te doen op de Saldireserve. Is er sprake van structurele effecten, dan zullen we in de volgende zomernota beleidsmaatregelen voor de nieuwe begrotingsperiode moeten
voorstellen, om deze effecten op te vangen.

Risico’s gemeentelijke activiteiten exclusief Ontwikkelingsbedrijf

maximaal gevolg
* € 1 milj.

kans

Wmo: Met het inkoop- en subsidiemodel voor de nieuwe Wmo-taken sturen we  in de regio Nijmegen op minder concurrentie en meer samenwerking in de zorg. We hebben een balans gezocht tussen meer samenhang in de zorg enerzijds en keuzevrijheid voor cliënten anderzijds. We werken met vaste tarieven en budgetten waarmee we zoveel mogelijk binnen de financiële kaders blijven. De kans is groot dat de vraag naar Wmo-ondersteuning  de komende tijd sterker toeneemt dan het  budget en de beschikbare capaciteit. Daarnaast zien we risico’s die te maken hebben met  de mate waarin het rijk gemeenten wel of niet gaat compenseren in verband met volumegroei in de periode 2012-2014 (zgn. ‘peiljaarproblematiek’) beheersing van het PGB-budget, het niet realiseren van de eigen bijdrage  en de invoering van het objectief verdeelmodel.

4,4

90%

Onze uitgaven voor bijstandsuitkeringen (WWB) kunnen hoger of lager liggen dan de Rijksuitkering a.g.v.: 1) veranderingen in het verdeelmodel/ wijzigingen in financieringssystematiek, 2) onze gemiddelde. prijs per uitkering of 3) ons aantal uitkeringen. De financieringssystematiek is recent (eind sept 2014 bekend gemaakt) per 2015 gewijzigd en valt voor Nijmegen ongunstig uit. Vanwege een geleidelijke invoering van deze nieuwe verdeelsystematiek wordt dit nadelige effect in het eerste jaar (2015) gedempt. Op dit moment (januari 2015) lopen er nog diverse trajecten inzake het nieuwe verdeelmodel, waaronder een bezwaarschrift op de beschikking 2015 alsmede een landelijke evaluatie/verbetertraject op het zojuist ingevoerde nieuwe verdeelmodel. Het is de verwachting dat het model naar de nabije toekomst aangepast gaat worden. Vooralsnog passen wij de financiële risicomelding nog niet aan omdat de nadelen binnen de bestaande melding 'passen'.

5,0

70%

Jeugd: Met het inkoop- en subsidiemodel voor de nieuwe Jeugdhulptaken sturen we  in de regio Nijmegen op minder concurrentie en meer samenwerking in de zorg. We hebben een balans gezocht tussen meer samenhang in de zorg enerzijds en keuzevrijheid voor cliënten anderzijds. We werken met vaste tarieven en budgetten waarmee we zoveel mogelijk binnen de financiële kaders blijven. De kans is groot dat de vraag naar jeugdhulp  de komende tijd sterker toeneemt dan het  budget en de beschikbare capaciteit. Daarnaast onderkennen we een aantal risico’s die te maken hebben met de de mate waarin het rijk gemeenten wel of niet gaat compenseren in verband met volumegroei in de periode 2012-2014 (zgn. ‘peiljaarproblematiek’), mogelijke wijziging doelgroep Wet langdurige zorg, beheersing van het PGB-budget, kostenbeheersing in verband met de diagnosticeringssystematiek en de invoering van het objectief verdeelmodel.

3,8

90%

Het regeerakkoord 2013 "Bruggen slaan" heeft wijzigingen op het gebied van o.a. onderwijshuisvesting en buitenonderhoud tot gevolg. Ondanks afspraken met de schoolbesturen over structurele bezuinigingen, het herijken van de overeenkomst doordecentralisatie, de doordecentralisatie van het buitenonderhoud en de gemeentelijke garantstelling bij schatkistbankieren kan dit op onderdelen tot kosten voor de gemeente leiden. Rondom het bewegingsonderwijs is er tenslotte veel onduidelijkheid. Er kan een financieel knelpunt ontstaan omdat er taken bijkomen en geen extra geld beschikbaar komt.

3,0

90%

Beschermd wonen: De kans is zeer groot dat de vraag naar beschermd wonen de komende tijd sterker toeneemt dan het  budget en de beschikbare capaciteit. Daarvoor hebben we de volgende aanwijzingen: In de behandelGGZ worden plaatsen afgebouwd. Tot nu toe stroomden deze mensen door naar beschermd wonen; er verblijven ruim 60 cliënten met een behandelindicatie in beschermde woonvormen. Van 19 van hen loopt in 2015 de indicatie af. Zij komen waarschijnlijk niet in aanmerking voor een Wlz-indicatie; er zijn in onze regio ca. 200 personen met een indicatie voor beschermd wonen die deze niet verzilveren, maar dat wel kunnen gaan doen; de afgelopen jaren zijn de uitgaven voor beschermd wonen sterker gestegen (o.m. door verzwaring) dan de groei-index voor 2015 van het rijk; met een aantal zorgaanbieders hebben we nog geen contracten afgesloten. Zij kunnen mogelijk geleverde zorg declareren; de opbrengst van de eigen bijdragen is nog onzeker.

0,9

90%

Na 2015 loopt zowel de rijksbijdrage Onderwijsachterstandenbeleid (OAB) van € 2,7 miljoen als de aanvulling hierop vanuit de in het bestuursakkoord G33 vastgelegde afspraken voor de  voor- en vroegschool  (VVE) van € 1,3 miljoen af. We verwachten vooral op het gebied van de voortzetting van de bestuursafspraken G33 een verlaging, omdat de VNG momenteel in overleg met de minister de mogelijkheden verkent tot een bredere verdeling van deze middelen over de G86-gemeenten. Hierdoor kan een significante verdunning van de beschikbare middelen ontstaan. Daarnaast is het Rijk voornemens middelen uit het gemeentefonds ten behoeve van de dekking voor het reguliere peuterspeelzaalwerk voor kinderen van werkende ouders vanaf 2016 over te hevelen naar het rijk. Dit zou betekenen dat we deze decentralisatie-uitkering van ruim € 0,2 miljoen in het kader van de Wet Oké kwijtraken.

2,5

30%

Zowel de omvang van de doelgroepen van het minimabeleid als het gebruik van de regeling is geschat. Deze prognose is moeilijk 100% op realiteitswaarde in te schatten.

1,0

70%

De exploitatie van Breed staat in 2014 en 2015 onder druk. Het gevolg hiervan is dat de eerder verwachte positieve exploitatieresultaten niet worden gerealiseerd. Een negatief bedrijfsresultaat in 2014 en 2015 kan Breed grotendeels  opvangen uit haar reserves; de bijdrage aan de reorganisatievoorziening welke in de Nijmeegse begroting gedekt werden door de verwachte positieve saldi van Breed, zal door de individuele gemeenten moeten worden opgebracht. Indien de exploitatie van Breed inderdaad negatief wordt, heeft Nijmegen onvoldoende middelen geraamd om  haar bijdrage aan de reorganisatievoorziening te kunnen bekostigen. Dit geldt ook voor dát deel van het exploitatietekort 2015 van Breed dat haar beschikbare reserves  te boven gaat.

3,0

90%

Er bestaat een geschil binnen de dossiers Ingroeiregeling onderwijshuisvesting. Hierdoor kan er een nadeel voor de gemeente ontstaan, zowel structureel als eventueel met terugwerkende kracht. terugbetalen.

2,0

30%

De ingeslagen weg van de regionale samenwerking brengt voorbereiding- en frictiekosten met zich mee. De daadwerkelijke kosten overschrijden de begrote uitgaven.

0,6

90%

Bij een zekerheidspercentage van 80% komt uit de Monte Carlo-simulaties €  14,6 miljoen. Dat is hoger dan in de Stadsbegroting  2015-2018, toen we op 12,8 miljoen uitkwamen bij 80%. Bij de Stadsbegroting 2016-2019 voeren we weer een actualisatie uit van alle risico’s.

Benodigde weerstandscapaciteit
De risico's voor de planexploitaties zijn berekend op € 66,3 miljoen. Tellen we daar de programmarisico's van  € 14,6 miljoen bij op, dan komen we op een benodigd weerstandsvermogen  van € 80,9 miljoen.

SALDIRESERVE

De ontwikkeling van de Saldireserve laat het volgende beeld zien. We hebben al rekening
gehouden met de besluitvorming tot begin 2015.

bedragen * € 1 miljoen

2014

2015

2016

2017

2018

2019

2020

Structureel

Structurele voeding

2,6

1,5

1,5

1,5

1,5

1,5

1,5

Exploitatie KKG

Begr 2012

-0,4

-0,4

-0,4

-0,3

-0,3

-0,2

-0,2

Bespaarde rente reserves

4,3

4,3

4,8

5,0

5,3

5,5

5,7

- opgenomen in begroting

4,3

4,4

4,5

4,8

5,1

5,1

5,1

- berekening rente reserves

0,0

0,2

0,2

0,2

0,4

0,6

Incidenteel

Overheveling vanuit reserve Waalsprong

0,5

Inzetten opschonen reserves en voorzieningen

PN 2012

-1,6

Treasuryresultaat

PN 2012

1,2

Inzet ruimte boven de saldigrens

PN 2013

-2,0

Ingezette voordelen 2013

PN 2014

-2,5

-1,0

Maatwerkinterventie

BW-01299

2,5

2,4

2,2

2,0

Bijdrage plein'44

-0,1

-0,1

Exploitatie panden VJN 2014

0,2

Onderuitputting kapitaallasten 2014

3,8

Rekeningresultaat 2013

0,7

Overboeking RSI

2,4

Rekeningresultaat 2014

8,8

VGP 2104

- voorziening Vlierestraat opgenomen

Coalitieakkoord

-2,0

- aanvulling voorziening Bergerden

Coalitieakkoord

-2,0

- overige mutaties VGP

-1,3

1,1

0,1

0,3

0,8

Overhevelingen

Amendement Huurdersbalie dec 2010

0,0

Stim.van laagopgeleide vrouwen naar Werk

BW-01149

-0,1

Warmte net en Bastei

Rek 2013

-3,3

-1,3

Armoedebestrijding

Rek 2013

-0,3

Oveheveling GIDS naar 2015

14 => '15

0,2

-0,1

-0,1

Budget mantelzorg naar 2015

14 => '15

0,1

-0,1

Bluswatervoorziening naar 2015

14 => '15

0,4

-0,4

ICT budget naar 2015

14 => '15

0,5

-0,5

WMO onderuitputting naar 2015

14 => '15

1,8

-1,8

Budget USV naar 2015

14 => '15

0,3

-0,3

Opgenomen claims en verwachtingen

Toegankelijkheid gebouwen

-0,4

Koers West

-1,2

-1,2

-1,2

-1,2

-1,2

Planexploitatie Waalsprong

-1,0

-1,1

-1,1

-1,2

-1,2

Planexploitatie Stadsbrug

Verkoop gronden Waalfront

Mutatie saldireserve

6,2

10,4

7,0

6,2

5,0

4,4

4,6

De grafiek laat de verwachte ontwikkeling van de Saldireserve zien.

Weerstandsvermogen en Risicobeheersing
Volgens afspraak met uw Raad is de gewenste doelstelling van verhouding risico's versus beschikbaar weerstandsvermogen 1,0. Tevens is de afspraak gemaakt dat deze stand bereikt zal zijn in 2018. Die ratio is eind 2014 nog niet bereikt. De risico's zijn hoger dan de beschikbare saldireserve en hiermee komt de ratio eind 2014 neer op 0,85. Wanneer we echter het rekeningresultaat 2014, waarover bij vaststellen van deze rekening nog besloten moet worden, bij de saldireserve eind 2014 optellen dan is de gewenste ratio al bijna bereikt. In het bovenstaande overzicht is het rekeningresultaat 2014 inde prognose  2015 van de saldireserve verwerkt.
Bij deze berekening moeten nog wel wat kanttekeningen gemaakt worden. Wij hebben op een serieuze manier werk gemaakt van onze risico-inventarisatie en daarmee is het risicoprofiel goed onderbouwd, MAAR: van de geduide programmarisico's is bijvoorbeeld het risico op BUIG zodanig dat het zich al heel snel en tot forse omvang kan manifesteren. Ook de risico's bij planexploitaties zijn zodanig dat  wanneer een risico bewaarheid wordt, de effecten groot zijn.Hier lopen nog wat discussies met diverse partijen. Deze discussies zijn in een zodanig stadium dat verliesnemen prematuur is, maar een waarschuwing wel op zijn plaats is.
Daartegenover zijn  er winstuitkeringen in de planexploitaties geraamd die op termijn  ingezet kunnen worden om het weerstandsvermogen  te verstevigen.
De conclusie is dat er voorzichtige positieve bewegingen te onderkennen zijn, maar dat deze nog zo broos zijn, dat inzetten hiervan niet verantwoord wordt geacht.