Onderwijshuisvesting

Onderwijshuisvesting

Beleidskader
Op 19 december 2007 heeft de Raad een besluit genomen over de doordecentralisatie van onderwijshuisvestingsmiddelen van de gemeente naar de schoolbesturen. Met dit besluit is de zorg voor onderwijshuisvesting met alle bijbehorende middelen en verantwoordelijkheden, onder voorwaarden, voor onbepaalde tijd overgedragen van de gemeente aan de schoolbesturen.
We streven er samen met schoolbesturen naar in de periode 2008-2048 70% van de doorgedecentraliseerde schoolgebouwen te vernieuwen en 30% te renoveren, goed gespreid over de stad en passend bij de ontwikkeling van leerlingenaantallen. T/m 2013 is daarvan gerealiseerd aan nieuwbouw 16,0 % en aan renovaties 7,5 % .

In 2013 zijn we gestart met de evaluatie van de doordecentralisatie. In de evaluatie nemen we naast allerlei andere zaken ook mee de staat  van het onderhoud van de aan de gemeente over te dragen scholen.  Het eindrapport van deze evaluatie is in februari 2014 vastgesteld.

Doorgedecentraliseerd.
Met name in de bestaande stad zijn vrijwel alle voorzieningen doorgedecentraliseerd. Het streven was om in 2014 een doordecentralisatiepercentage van 92,3% te bereiken. In de praktijk hebben we een percentage doordecentralisatie van 94,9 % van alle leerlingen in Nijmegen (incl. Voortgezet Onderwijs) gerealiseerd.   
In de DDC-overeenkomst is geen bepaling opgenomen over de onderhoudsstaat bij oplevering van gebouwen naar de gemeente. De meeste schoolbesturen beschikken over een meerjaren onderhoudsplan voor hun gebouwen. Er is bij de start van de DDC geen 0-meting gedaan over de staat van onderhoud van de panden. Het risico bestaat dat schoolbesturen als gevolg van de stapeling van financiële tegenvallers gaan bezuinigen op het onderhoud van hun gebouwen, die zij op termijn willen afstoten. Dit risico is in het bijzonder relevant wanneer een locatie met een nog niet afgeschreven gebouw na beëindiging van de school wordt aangeboden aan de gemeente. In 2015 vindt een herijking va de overeenkomst plaats, waarin o.a. aandacht wordt besteed aan dit aspect.

Niet-doorgedecentraliseerd
Drie schoolbesturen in de bestaande stad , de Stichting Simonscholen, Kristallis en de Stichting Speciaal Onderwijs zijn niet doorgedecentraliseerd.
Voor Nijmegen Noord geldt dat alleen voor De Oversteek, Het Talent en de VMBO locatie van het Citadel College.  We streven ernaar om in principe alle voorzieningen voor onderwijshuisvesting door te decentraliseren. In augustus 2014 is in Nijmegen Noord de basisschool De Verwondering opgeleverd. Ook voor deze school is een overeenkomst doordecentralisatie afgesloten.

Onderhoud schoolgebouwen
Het binnenonderhoud is voor alle onderwijs sectoren  geregeld via de Materiële Instandhouding door het Rijk(OC&W).
In het Voortgezet Onderwijs ligt vanaf 2005  de verantwoordelijkheid voor het  buitenonderhoud geheel bij de schoolbesturen. De bekostiging vindt rechtstreeks plaats door het Rijk Verantwoording over deze middelen vindt plaats middels overleggen accountscontrole aan het Rijk.
Voor het Primair Onderwijs valt het (groot) buitenonderhoud grotendeels onder de regeling van de Doordecentralisatie. Inzet van deze middelen controleren wij bij de monitoring van de doordecentralisatie. 
Het (buiten)onderhoud van de niet-doorgedecentraliseerde scholen valt onder de verantwoordelijkheid van de gemeente. Bij twee besturen, Kristallis en Tarcisius, hebben we deze verantwoordelijkheid doorgesluisd via een overeenkomst doordecentralisatie buitenonderhoud. Alleen de Islamitische Basisschool Hidaya volgt nog de methode van aanvragen voor onderhoud conform de procedure van het IHP. De school heeft voor het programma 2014  een aanvraag ingediend voor onderhoud. Deze aanvraag is in februari 2014 aan de school toegekend samen met een aanvraag voor uitbreiding met twee semipermanente lokalen.
2014 is het laatste jaar dat het buiten onderhoud bij PO-scholen via de gemeente wordt bekostigd. In 2014 is een wetswijziging aangenomen waardoor de verantwoordelijkheid voor het buitenonderhoud geheel bij de schoolbesturen komt te liggen met ingang van 1 januari 2015.
Vanaf 1 januari 2015 heeft de gemeente geen verplichting meer voor het buitenonderhoud van scholen.

Financiële consequenties en vertaling in de begroting
Het totale budget voor onderwijshuisvesting bedroeg in 2014  € 18,4 miljoen.  Daarvan is in 2014  € 18,4 miljoen gerealiseerd.
De overdracht van het  buitenonderhoud van de PO-scholen in 2015, heeft  gevolgen voor de vergoeding doordecentralisatie. De doordecentralisatievergoeding wordt , conform de overeenkomst, verlaagd naar rato van de uitname in het gemeentefonds. De onderhoudsstaat van de opgeleverde gebouwen wordt meegenomen in de herijking van de doordecentralisatie overeenkomst in 2015.