Nijmegen financieel 2014

In dit hoofdstuk beschrijven we hoe Nijmegen er in 2014 financieel voorstaat.
We gaan in op het behaalde financiële resultaat  en de analyse ten opzichte van de begroting, de verwachting in de voorjaarsnota en het geprognosticeerde resultaat bij de najaarsnota. Daarnaast behandelen we de vermogenspositie ultimo 2014 en geven we een doorkijk naar het weerstandsvermogen voor de komende jaren. Tot slot geven we een analyse van de personeelskosten en inhuur alsmede de gerealiseerde bezuinigingen in 2014.

In 2014 is de stadsrekening afgesloten met een voordelig saldo van € 10,1 miljoen.

Ten tijde van de najaarsnota dachten we nog  af te gaan sluiten met een voordelig saldo van € 4,6 miljoen, maar door verschillende mee- en tegenvallers  van per saldo  € 5,5 miljoen voordelig hebben we de jaarrekening af kunnen sluiten met genoemde € 10,1 miljoen.

Financiële analyse

De begroting 2014 sloot met een voordelig saldo van € 2,7 miljoen. De ontstane begrotingsruimte is gehandhaafd en niet ingezet door het voormalig college en raad. Reden hiervoor was dat de meerjarige doorkijk niet onverdeeld positief was en de saldireserve nog niet op peil. Voorzichtigheidshalve is het positieve saldo gehandhaafd en hiermee werd ook ruimte gecreëerd voor de nieuw te vormen coalitie. Bij het coalitieakkoord kon dan ook gestart worden met een voordelig begrotingsresultaat van ruim € 2,7 miljoen. Deze ruimte is a-structureel benut om enkele noodzakelijke aanvullende voorzieningen te treffen voor onderwijshuisvesting en Bergerden. Al met al is hiervoor  bij het coalitieakkoord  € 4 miljoen opzij gezet. Deze effecten zijn niet in de begroting 2014 verwerkt, maar zijn in het VGP verantwoord en in deze stadsrekening meegenomen.
Bij de voorjaarsnota is een voordeel gemeld van € 6,5 ton en daarmee kwam het voordelige begrotingssaldo uit op € 3,4 miljoen. Tot slot is bij de najaarsnota een programmavoordeel van ruim  € 4 miljoen ten opzichte van de gewijzigde begroting gemeld, waarmee het voordelig saldo uit zou komen op ongeveer € 7,4 miljoen. Een aantal van de gemelde voordelen ( € 1,2 miljoen) werden echter veroorzaakt doordat enkele werkzaamheden die in 2014 zijn gestart nog niet afgerond waren. Verder is geconstateerd dat het bij Zorg en Welzijn verwachte  voordeel van € 1,8 miljoen hard nodig is om de a-structurele kosten voor sociale wijkteams in 2015 te dekken. Deze redenen hebben ertoe geleid dat er € 3 miljoen aan budget is overgeheveld naar 2015. Rekening houdend met incidentele voorstellen met een financieel effect van € 1,5 ton is het uiteindelijk verwachte rekeningresultaat in de bijgewerkte begroting uitgekomen  op € 4,6 miljoen.

Het rekeningresultaat is uiteindelijk uitgekomen op € 10,1 miljoen voordelig. Dit is € 5,5 miljoen meer dan bij de najaarsnota werd verwacht.

De grootste voordelen zijn ontstaan door vrijval van een aantal bedragen waarvoor de terugbetalingsverplichting aan het Rijk is vervallen. Dit gaat om een totaalbedrag van ca. € 4,2 miljoen. Daarentegen is er een tegenvaller in de gemeentefondsuitkering van € 2,4 miljoen als gevolg van het  aanpassen van enkele rekenregels waardoor de uitkering 2012 -2014 lager uit zijn gevallen dan was geraamd. Deze gegevens zijn pas in december bekend geworden.
Verder heeft de trend dat de kosten voor individuele voorzieningen WMO  teruglopen zich ook in 2014 gemanifesteerd. Naast de gemelde voordelen bij de najaarsnota heeft zich hierbij nog een voordeel voorgedaan van € 1,1 miljoen.
De aantallen bijstandsgerechtigden hebben zich gunstig ontwikkeld en hierdoor is er € 2,7 miljoen over op het uitkeringenbudget. Schommelingen in de aantallen en de moeilijke exacte voorspelbaarheid hiervan is ook wel het kenmerk van dergelijke regelingen. Uiteraard worden de aantallen en het verloop hiervan wel goed gemonitord.
Voor verdere analyse van de reguliere programmaresultaten wordt verwezen naar de onderstaande  tabel.

Naast de reguliere programma's heeft ook grondbeleid financiële gevolgen voor de gemeente. In de loop van het jaar worden de ramingen voor grondexploitaties niet aangepast. Wel worden in diverse verantwoordingsdocumenten aangegeven hoe de stand van zaken is rondom grondexploitaties. Zo wordt in oktober een risiconota ontwikkelbedrijf uitgebracht en in februari een voortgangsrapportage Grote Projecten (VGP).  In de begroting 2014 werd er vanuit gegaan dat de grondexploitaties een winst zouden genereren van € 1,5 miljoen. Zoals in het coalitieakkoord al aangekondigd, was de verwachting toen dat er zeker € 4 miljoen nadeel op zou treden bij de exploitatieopzetten voor onderwijshuisvesting en voor de gemeenschappelijke regeling Bergerden. Het VGP van februari 2015  heeft laten zien dat de planexploitaties uiteindelijk een verlies hebben opgeleverd van € 5,3 miljoen. Naast het bij het coalitieakkoord reeds voorziene verlies van € 4 miljoen heeft m.n. een extra verlies op het waalfront geleid tot dit verlies. In de jaarrekening is dit verlies direct gecompenseerd door een bijdrage uit de saldireserve. Anders gezegd, de nadelen uit grondexploitatie geven geen nadelig resultaat in de programmakosten, maar zorgen wel voor een lagere stand (verlaging € 6,8 miljoen) van de saldireserve.

Onderstaand wordt een overzicht gegeven van programmaresultaten en de afwijking ten opzichte van de dynamische begroting. De dynamische begroting wil zeggen de begroting met inachtneming van alle begrotingswijzigingen tot en met 31 december 2014.

Het gaat hier over de resultaten op programmaniveau na toevoegingen en onttrekkingen uit de reserves. Het betreft nadelige saldi per programma. Alleen het programma Bestuur en Middelen kent een positief resultaat omdat hier de belastingopbrengsten  en de gemeentefondsuitkering verantwoord wordt.

Voor de programma's met een afwijking groter dan € 250.000 wordt een korte toelichting gegeven.

Programma
In € 1.000

dynamische begroting 2014

realisatie 2014

afwijking

Klimaat en Energie

5.855

5.547

308 V

Ruimte & cultuurhistorie

5.620

4.290

1.330 V

Wonen

15

567

552 N

Bestuur & Middelen

-263.023

-257.165

5.858 N

Zorg & Welzijn

58.226

56.851

1.375 V

Werk & Inkomen

36.887

29.590

7.297 V

Onderwijs

28.106

26.510

1.596 V

De overige programma’s

123.727

123.707

20 V

4.587 V

10.103 V

5.516 V

Programma Klimaat en energie

In dit programma is een eenmalig voordeel ontstaan door diverse oorzaken. Als meest in het oog springende oorzaak wordt de lagere subsidie- en uitvoeringskosten voor de Premieregeling Particuliere Woningen vermeld. Aanvragers van deze subsidies kunnen gebruik maken van andere subsidieregelingen en hierdoor is de aanspraak op de gemeentelijke middelen lager uitgevallen. In de najaarsnota was dit positieve risico al gemeld.

Programma Ruimte en Cultuurhistorie

Het voordeel is nagenoeg geheel ontstaan door hogere legesopbrengsten van € 1,4 miljoen Hiervan heeft € 1,0 miljoen betrekking op een grote vergunningaanvraag.

Programma Wonen

Bij de voorjaarsnota is gemeld dat er een voordelig rente- effect zou optreden bij het verstrekken van startersleningen. Dit voordeel is weliswaar opgetreden, maar brengt geen programmavoordeel met zich mee. De rentevoor - en nadelen op startersleningen worden namelijk volgens afspraak verrekend met het fonds startersleningen. Het programma kent dus geen voordeel, wel is het fonds hoger dan was verwacht. Omdat het gemelde voordeel wel als programmavoordeel ten tijde van de voorjaarsnota was ingeboekt, levert het nu in de realisatie een (optisch) nadeel op.

Programma Bestuur en middelen

In het programma bestuur en middelen is een nadeel opgetreden van € 5,9 miljoen. In dit programma worden de gemeentefondsuitkering en de belastingheffingen verantwoord, maar zijn ook stelposten, financieringsresultaten, bedrijfsvoeringsresultaten en een post onvoorzien opgenomen. Hiermee geven we ook aan dat de afwijkingen zeer divers van aard zijn.
De gemeentefondsuitkering was in de najaarsnota al met bijna € 1,8 miljoen  naar beneden bijgesteld op grond van een lagere uitkeringsfactor en negatieve bijstelling aan bijstandsontvangers. Na de najaarsnota heeft met terugwerkende kracht tot 2012 een bijstelling van de maatstaven plaatsgevonden waardoor de uitkering nog eens € 2,4 miljoen lager is uitgevallen. De belastingheffingen zijn ongeveer € 1,0 miljoen lager als gevolg van een arrest  door de Hoge Raad waarin bepaald is dat verzorgingstehuizen niet meer volledig als niet-woning gezien moeten worden, maar deels als woning. Verder is bij de begroting, op grond van ervaring, rekening gehouden met een voordelig rekeningresultaat. Hiervoor was een negatieve stelpost van € 1,8 miljoen op dit programma opgenomen. In de stadsrekening zorgt deze stelpost voor een nadelige afwijking van € 1,8 miljoen op dit programma. Hiertegenover zijn er bij andere programma's voordelen opgetreden. Gebleken is dat het in eigen beheer regelen van het wethouderspensioen voordeliger is dan het verzekeren van wethouderspensioenen. De oude verzekeringen blijven wel bestaan, maar aanvullingen en nieuwe rechten worden in eigen beheer geregeld. De keuze eigen beheer heeft, door het vormen van  een voorziening voor wethouderspensioenen, in 2014 tot een eenmalig nadeel geleid van € 1,2 miljoen.
Als voordeel leidt het niet gebruiken van de post onvoorzien tot een voordeel van € 0,4 miljoen. Verder zijn er nog diverse voor- en nadelen die geringer van omvang zijn en per saldo een nadeel hebben opgeleverd van ongeveer € 0,1 miljoen.

Programma Zorg en Welzijn

Het programma kent een voordeel van € 1,4 miljoen. Nadat in de najaarsnota een voordeel van ca. 1,8 miljoen op dit programma is gemeld, waarvan besloten is om dit als budget over te hevelen naar 2015 in verband met de voorziene problemen, heeft zich nu bij dezelfde onderdelen een extra onderuitputting gemanifesteerd tot een totaalbedrag van € 1,4 miljoen. Belangrijkste oorzaak  is het achterblijven van de vraag naar huishoudelijke hulp en hulpmiddelen. Gebruikelijker wijs valt het voordeel vrij in het rekeningresultaat. Bijzonderheid is dat we weten dat er tekorten op zullen treden in 2015. De nieuwe WMO taken zijn ingekocht op basis van het voorlopige rijksbudget januari 2014. De bij de septembercirculaire 2014 gepubliceerde definitieve budgetten 2015 lieten echter een neerwaartse bijstelling zien van € 2,0 miljoen. Deze bijstelling hebben we deels kunnen oplossen, maar voor € 1,3 miljoen niet. In 2015 worden we daarom geconfronteerd met een tekort van € 1,3 miljoen op de Wmo. In het Coalitieakkoord is de bestemmingsreserve Wmo - jeugd opgenomen (formeel ingesteld in de stadsbegroting 2015) waar vrijvallende middelen binnen zorg en welzijn worden vastgehouden en incidentele tekorten uit worden opgevangen. Omdat het doel van de reserve, de beschikbare overtollige middelen en de wetenschap dat er een tekort zal zijn op de WMO taken hier bij elkaar komen, stellen wij voor om het overschot van € 1.374.000 uit het programma Zorg en Welzijn toe te voegen aan de bestemmingsreserve  Wmo- jeugd.

Programma werk en inkomen

Het voordeel op het programma werk en inkomen is voor het grootste deel incidenteel. De uitkeringen worden voor een groot deel gedekt door een rijksbudget. Nu is dat een vastgesteld budget en voor- en nadelen vallen binnen het programma. In het verleden ontvingen we een bijdrage van het rijk op basis van verstrekte uitkeringen waarop terugontvangsten van uitkeringsgerechtigden in mindering werden gebracht. Toen de regeling door het rijk gewijzigd is, hebben wij een bedrag gereserveerd voor het geval wij de terugontvangsten van oude bijstandsdebiteuren alsnog aan het rijk terug zouden moeten betalen. Deze post staat inmiddels zolang gereserveerd dat wij van mening zijn dat we deze post vrij kunnen laten vallen. Dit levert een eenmalig voordeel op van € 2,7 miljoen. Wanneer wij van de bijstandsgerechtigden geld terugvorderen, is de praktijk dat niet alle gelden terugkomen. Hier houden wij rekening mee door het opnemen van een voorziening dubieuze debiteuren. Tot 2014 werd rekening gehouden met een percentage oninbaar van 52%. Het blijkt echter dat door verschillende oorzaken, ondermeer een sterk incassobeleid (proberen het geld binnen te krijgen) en streng voor de deurbeleid bij het verstrekken van de uitkering (dan hoeft er ook minder teruggevorderd te worden)het percentage teruggebracht kan worden naar 46% oninbaar. Dit levert een eenmalig voordeel op van € 2 miljoen.
Verder hebben we € 2,7 miljoen minder aan bijstandsuitkeringen verstrekt dan het budget wat we hiervoor van het Rijk ontvingen. Verdere verschillen op dit programma zijn gering van omvang.

Programma Onderwijs

Het voordeel op het programma onderwijs is bijna helemaal ontstaan door een vrijval van een schuld aan het Rijk. Vorig jaar dachten we nog dat deze gelden terugbetaald moesten worden, maar dit jaar is  gebleken dat we deze mogen houden en daarmee valt dit bedrag vrij.

Analyse vermogenspositie

De vermogenspositie van de gemeente Nijmegen wordt bepaald door de stand van het eigen vermogen ultimo boekjaar. In de balans wordt inzicht gegeven in de mutaties binnen het eigen vermogen. Mutaties in het eigen vermogen worden verwerkt aan de hand van raadsbesluiten. Het eigen vermogen bestaat uit:

31-12-2014

31-12-2013

Algemene reserve

68.572

62.369

Bestemmingsreserve

9.783

16.552

Rekeningresultaat

10.103

717

Het eigen vermogen is ten opzichte van 2013 toegenomen met € 8,8 miljoen toegenomen tot bijna € 88,5 miljoen. Een belangrijke toename wordt veroorzaakt door het rekeningresultaat van € 10,1 miljoen.

Analyse weerstandsvermogen

Het weerstandsvermogen geeft aan in welke mate de gemeente in staat is om het hoofd te bieden aan nadelen die kunnen ontstaan bij de uitvoering van onze gemeentelijke taken. Het gewenste weerstandsvermogen wordt berekend met behulp van ons risicobeheersingssysteem.
De afspraken rondom zekerheidspercentages en risicobeheersing hebben wij vastgelegd in de kadernota "risicomanagement en weerstandsvermogen" Wij kunnen met 80% zekerheid zeggen dat wij om de risico's van zowel de programma's ( € 14,6 miljoen) als van de planexploitaties (€ 66,3 miljoen) af te dekken een weerstandsvermogen nodig hebben van € 80,9 miljoen.

Op dit moment is de saldireserve nog niet van voldoende omvang om alle risico's af te dekken.
In de hierna volgende grafiek is echter aangegeven hoe de saldireserve zich in de loop van de tijd ontwikkelt.
Bijzonderheid bij de optelsom van begrotingsrisico's (€ 14,6 miljoen) en planexploitatierisico's (€ 66,3 miljoen) is de verschillende spreiding in de tijd. De planexploitaties hebben een horizon die zo'n 15 jaar verder kan liggen, bijvoorbeeld de oplevering van de Waalsprong is nu berekend op 2028/2029. De bijsturingsmogelijkheden en externe invloeden op het risicoprofiel zijn voor planexploitaties dan ook veel groter dan van de programmarisico's. Dat is dan ook de reden dat wij het verantwoord achten om een groeipad voor de saldireserve uit te stippelen, zodat de saldireserve op termijn en overeenkomstig afspraak met uw raad uiterlijk 2018 op niveau is om alle risico's af te kunnen dekken.

Ook willen wij u nog een bijzonderheid bij de analyse van het weerstandsvermogen meegeven. Voor dekking van toekomstige verliezen in de planexploitaties zijn voorzieningen gevormd. Voorzieningen worden gevormd door het nemen van verliezen en deze bedragen opzij te zetten in een voorziening. Mocht op termijn blijken dat de verwachte verliezen zich positief ontwikkelen, dan vallen deze bedragen weer vrij. Populair gezegd hebben we naast de spaarpot die saldireserve heet, nog een andere spaarpot in de vorm van voorzieningen (€ 70,4 miljoen eind 2014) Alleen heeft deze laatste spaarpot een stevig slot en mag enkel en alleen besteed worden om de verliezen in planexploitaties op te vangen.

Bij de herziening van de planexploitaties wordt gekeken welke risico's zich voor kunnen doen, (risicoprofiel € 66,3 miljoen) welke verliezen er verwacht worden (verliesvoorziening € 70,4 miljoen), maar ook kan het voorkomen dat er een winstverwachting is.  Volgens de spelregels van winstnemen bij planexploitaties wordt winst pas genomen op het moment dat er feitelijk "geld in de pot "zit. We weten al langer dat er winst aan gaat komen, maar daar doen we pas iets mee op het moment van winstuitkering. Datzelfde geldt voor de winstuitkering door  een verbonden partij. Op dat moment wordt de winst in de prognose van de saldireserve opgenomen.
De bijzonderheid van de risicomeldingen is dat risico's onmiddellijk een claim op de saldireserve leggen, terwijl ze  niet onmiddellijk en tegelijkertijd zullen optreden, terwijl winstverwachtingen, die met een grote mate van zekerheid worden verwacht pas in de toekomst genomen worden. In het licht van het voorzichtigheidsprincipe is dat een goede zaak. Het lijkt echter wel reëel om bij de omvang van het benodigd weerstandsvermogen, nu al rekening te houden met de winstverwachtingen.(winstverwachtingen uit te keren in de periode 2015 tot 2027 ruim € 15 miljoen)

De grafiek laat de verwachte ontwikkeling van de Saldireserve zien.

Weerstandsvermogen en Risicobeheersing
Volgens afspraak met uw Raad is de gewenste doelstelling van verhouding risico's versus beschikbaar weerstandsvermogen 1,0. Tevens is de afspraak gemaakt dat deze stand bereikt zal zijn in 2018. Die ratio is eind 2014 nog niet bereikt. De risico's zijn hoger dan de beschikbare saldireserve en hiermee komt de ratio eind 2014 neer op 0,85. Wanneer we echter het rekeningresultaat 2014, waarover bij vaststellen van deze rekening nog besloten moet worden, bij de saldireserve eind 2014 optellen dan is de gewenste ratio al bijna bereikt. In het bovenstaande overzicht is het rekeningresultaat 2014 in de prognose  2015 van de saldireserve verwerkt.
Bij deze berekening moeten nog wel wat kanttekeningen gemaakt worden. Wij hebben op een serieuze manier werk gemaakt van onze risico-inventarisatie en daarmee is het risicoprofiel goed onderbouwd, MAAR: van de geduide programmarisico's is bijvoorbeeld het risico op BUIG zodanig dat het zich al heel snel en tot forse omvang kan manifesteren. Ook de risico's bij planexploitaties zijn zodanig dat  wanneer een risico bewaarheid wordt, de effecten groot zijn. Hier lopen nog wat discussies met diverse partijen. Deze discussies zijn in een zodanig stadium dat verliesnemen prematuur is, maar een waarschuwing wel op zijn plaats is.
De conclusie is dat er voorzichtige positieve bewegingen te onderkennen zijn, maar dat deze nog zo broos zijn, dat inzetten hiervan niet verantwoord wordt geacht.

Voorstel tot bestemming van het resultaat

resultaat 2014

werkelijke uitgaven 2014

794.877

werkelijke inkomsten 2014

803.695

Saldo van baten en lasten

8.818

V

reservemutaties volgens dynamische begroting (onttrekking uit reserves)

5.974

N

resultaat na reservemutaties begroting

2.844

V

mutaties volgens reeds genomen besluiten

a. effecten VGP raadsbesluit 18 maart 2015 uit saldireserve

6.832

V

b. onttrekking uit de reserve focus citymarketing

254

V

c. hogere  onttrekking uit de reserve gesubsidieerde arbeid

607

V

d. lagere storting 1% regeling beeldende kunst

-208

N

e .ISV gelden minder uit de bestemmingsreserve ISV

-72

N

f.  minder uit de reserve bereikbaarheidsfonds

-153

N

resultaat na reservemutaties besluitvorming over 2014

10.103

V

Winstbestemmingsvoorstel

Voordeel  Z&W storten in de bestemmingsreserve WMo en jeugd

1.374

Restant voordelig saldo storten in de saldireserve

8.729

Toelichting op  mutaties volgens besluitvorming
a. De VGP is op 18 maart door de Raad vastgesteld. Hierin zijn verliezen op grondexploitaties opgenomen, maar ook nog een winstname op een aantal projecten. Per saldo is er een bedrag van € 5,3 miljoen ten laste van de saldireserve gebracht. Aangezien in de dynamische begroting een storting in de saldireserve was geraamd, heeft vaststelling van de VGP uiteindelijk geleid tot de genoemde correctie van € 6,8 miljoen.

b. tot en met f.  Er zijn een aantal bestemmingsreserves waarbij de regels zodanig zijn, dat pas na afloop van het jaar bepaald kan worden of er een toevoeging dan wel onttrekking aan deze reserves gedaan moet worden en tot welk bedrag. In de begroting wordt een zo goed mogelijke schatting gedaan van de mutaties in de reserve, maar pas bij het opmaken van de rekening kan het definitieve bedrag worden bepaald. De hier vermelde mutaties zijn geheel conform de door de Raad vastgestelde  spelregels van de betreffende reserve.

Winstbestemmingsvoorstel:
Zoals hierboven bij de toelichting op het programma Zorg en Welzijn is aangegeven, wordt voorgesteld om het voordeel op het programma Zorg en Welzijn in de reserve Wmo en jeugd te storten in verband met het tekort in het budget 2015 voor de reeds aangegane WMO contracten.

Waar kwam het geld in 2014 vandaan?



Gemeentefonds € 207 miljoen

De belangrijkste inkomstenbron is het Gemeentefonds. Via dat fonds geeft het Rijk aan de gemeente middelen om de gemeentelijke taken uit te kunnen voeren. De keuze hoe de gemeente dit geld besteedt, is aan de gemeenteraad.

Specifieke uitkeringen € 162 miljoen
Van diverse Ministeries krijgen we geld voor speciale taken en projecten. Dit geld is specifiek bestemd voor het aangegeven doel en kan niet aan iets anders worden besteed. De bijdrage voor het verstrekken van uitkeringen in het kader van de Wet Werk en Bijstand (Wwb) en de bijdrage voor de WSW maken het grootste deel uit van dit bedrag. Ook provinciale subsidies zijn onder specifieke uitkeringen meegenomen.

Belastingen en heffingen  € 96 miljoen
De belangrijkste eigen belastingen van de gemeente zijn de OZB, de Rioolheffing en de Afvalstoffenheffing. Daarnaast zijn er allerlei heffingen en leges, waarvan de bouwleges de grootste is.

Planexploitaties € 224 miljoen
Planexploitaties zijn grote, meerjarige ontwikkelingsprojecten, waarvoor de gemeenteraad een aparte begroting vaststelt voor de hele looptijd van het project. De boekhoudregels schrijven voor dat ook van planexploitaties de baten en lasten van het betreffende jaar in de Stadsbegroting worden opgenomen.

Rente en winstuitkeringen € 39 miljoen
Onder deze categorie rekenen we de rente op onze reserves, toegerekende rente op onze investeringen, rente op uitgezette leningen en de dividenden.

Reserves € 10 miljoen
Uit bestemmingsreserves en uit de saldireserve worden soms – bij raadsbesluit – bedragen gehaald als dekking voor de begroting. Dat is per definitie tijdelijke dekking. Bij de lasten zal blijken dat er ook weer bedragen ín de reserves worden gestort.

Administratieve verrekening € 31 miljoen
Soms worden binnen de rekening bedragen verrekend tussen producten. Bijvoorbeeld de huren van sportaccommodaties, die binnenkomen bij beheer vastgoed en van daaruit overgeboekt worden naar het programma Sport. Om te voorkomen dat die bedragen dubbel worden geteld, krijgen ze een apart kenmerk mee.

Waar ging het geld in 2014 naartoe?


Organisatie € 129 miljoen
De totale kosten van de gemeentelijke organisatie bedragen € 129 miljoen. Daarin zitten de personeelskosten van ambtenaren en bestuurders plus alle andere kosten die de eigen organisatie nodig heeft om te kunnen functioneren, exclusief de organisatiekosten die bij de planexploitaties en investeringen terecht komen.

Kapitaallasten € 32 miljoen
Kapitaallasten bestaan uit de rente en de aflossing van investeringen. Het gaat hier om de kapitaallasten voor beleidsinvesteringen die op de programma’s worden geboekt.

Goederen en diensten € 86 miljoen
Onder goederen en diensten wordt alles geboekt wat anderen tegen betaling in onze opdracht uitvoeren of leveren. Bijna 80% van het totale bedrag komt voor rekening van de programma’s Werk & Inkomen, Openbare ruimte, Mobiliteit en Facilitaire diensten. Dan gaat het om trajecten voor uitstroom en participatie, het contract met de DAR, onderhoud aan wegen en aan openbaar groen en beheer en onderhoud van accommodaties.

Planexploitaties € 223 miljoen
Zoals we bij de baten schreven, schrijven de boekhoudregels voor dat van planexploitaties de baten en lasten van het betreffende jaar in de Stadsbegroting worden opgenomen.

Rente  € 26 miljoen
Schreven we bij de baten dat we rente ontvangen op onze reserves, tegelijkertijd betalen we rente op onze leningen. In het treasurybeleid wordt steeds geprobeerd een zo gunstig mogelijke financiering te behalen. De rente op onze reserves dient als voeding voor de saldireserve.

Reserves € 17 miljoen
Reserves zijn net als een spaarpot. Als er geld over is, gaat dat naar de reserves. En als er –tijdelijk – extra geld nodig is, kan dat weer uit de reserves worden gehaald. Voor beide is altijd een uitdrukkelijk raadsbesluit nodig. Hier, aan de lastenkant, staan de middelen die we  in de reserve storten.
De saldireserve dient als buffer voor de risico’s in de lopende begroting. De andere reserves zijn bestemmingsreserves: ze zijn ingericht met een bepaald doel. Als de Raad dat doel laat vervallen, kunnen de middelen worden toegevoegd aan de saldireserve.

Administratieve verrekening € 34 miljoen
Net als bij de baten staan hier de interne verrekeningen apart opgenomen.

Uitkeringen Wwb € 104 miljoen
De lasten van de feitelijke Wwb-uitkeringen zijn € 104 miljoen geweest.

Subsidies € 64 miljoen
Subsidies zijn middelen die wij aan andere organisaties geven die activiteiten voor Nijmeegse burgers uitvoeren.

Overdrachten € 99 miljoen
Onder overdrachten zitten middelen die wij aan andere organisaties of individuen geven maar die niet tot de subsidies of de Wwb-uitkeringen behoren. De grote zijn Wmo verstrekkingen, minimabeleid, regionale brandweer en trajecten binnen het product werk.

Bezuinigingen

Bij deze jaarrekening wordt gerapporteerd over de verdere afwikkeling in het jaar 2014 van de bezuinigingen naar de stand van 31 december 2014. Tevens wordt kort teruggekeken naar de invulling van de bezuinigingen in het afgelopen jaar.
Het beeld is dat de invulling in 2014 goed is verlopen. De opgave voor 2014 bedroeg totaal € 7,2 miljoen.  Dit bedrag kunnen we nu bijna volledig  gereed melden.
Bij de Voorjaarsnota meldden we € 4,4 miljoen, vervolgens in de Najaarsnota aanvullend € 2 miljoen. En nu bij de Jaarrekening komt daar nog eens € 0,7 miljoen bij.  In de paragraaf bedrijfsvoering gaan we uitgebreid in op het ontstaan van de bezuinigingen en de invulling hiervan. Voor deze nadere detaillering verwijzen wij u dan ook  naar deze paragraaf.

Kostenplaatsresultaat 2014

Om de gemeente als organisatie te laten functioneren moeten er kosten worden gemaakt in de sfeer van de bedrijfsvoering. Denk hierbij aan personeelskosten, inhuur, huisvestingskosten en overige apparaatskosten. Deze kosten worden verdeeld over de beleidsprogramma’s, de investeringen en de grondexploitaties.
Op de bedrijfsvoering  wordt altijd strak gestuurd, zodat de uitvoering  binnen de toegestane budgetten plaatsvindt op een, zo efficiënt mogelijke wijze. Strakke sturing is nodig omdat deze budgetten fors onder druk staan door oude en nieuwe bezuinigingen.In 2014 is een nadelig kostenplaatsresultaat ontstaan van ongeveer € 4 ton. Gezien de totale omvang van uitgaven voor de organisatie namelijk bijna  € 150 miljoen is dit een afwijking van nog geen 0,3%.

Personeelskosten en formatie

De loonkosten maken een belangrijk onderdeel uit van de uitgaven van de gemeente. Onderstaand geven wij aan welke lasten geraamd waren en wat is uitgegeven, afgezet tegen vorig jaar en in relatie gebracht met de formatie.
Bij de FTE's is de begrote, toegestane formatie naast de gerealiseerde formatie gezet.  

In deze tabel staat weergegeven hoe de realisatie zich verhoudt tot de begroting over de jaren 2013 en 2014.

bedragen in € 1.000

Jaar

Begroting  loonsom

Realisatie loonsom

meer uitgaven dan begroot

Fte begroot 31-12

Fte werkelijk      31-12

Boventalligen

Vacatures

2013

103.803

109.285

-5.482

1.608

1.488

43

163

2014

101.079

98.811

-2.268

1.562

1.475

33

120

Gemiddeld in 2014

 1.568

 1.478

     29

119

Zowel de begroting als de realisatie is afgenomen ten opzichte van 2013. Bij de realisatie veroorzaakt het vertrek van een aantal medewerkers eind 2013 op grond van het vertrekarrangement een verlaging van de loonsom. Hoewel een deel van de vacatures opgevuld is, zijn ook een aantal vacatures ingevuld door inhuurkrachten. Hierbij wordt gebruik gemaakt van de zogenoemde flexibele schil. Verder zijn er enkele vacatures niet vervuld in het kader van de bezuinigingen die ingevuld moeten worden.